Van het Oosten naar het Westen

Strausbergerplatz.jpg

Strausberger Platz, de Karl Marx Allee en de typische stalinistische architecturale suikertaartstijl.

 

Berlijn heeft -en daarin verschilt de stad echt wel van de meeste andere steden- geen echt stadscentrum. Christian Prigent schreef hierover:

“ A Berlin l’histoire a fait que la ville entière était stricto sensum intra murum. Qu’elle pivotait et vivotait comme elle pouvait dans cette insularité. Qu’elle n’était pas disposée dans une rationalité géographique stricte, puisque l’Histoire avait perverti la géographie. Que, par exemple, autour, c’était l’Est partout, même à l’Ouest. Que son centre n’était pas en son centre. Qu’elle ne s’émmitouflait d’aucune banlieu (c’est bien sur en train de changer,maintenant que la ville dégorge au-delà du tracé périphèrique du Mur). Ainsi dans cette ville pascalienne malgré elle le centre était à la fois nulle part et partout.” *

Hij gaat nog even verder en claimt dat er nog steeds geen geünificeerd Berlijn is, maar dat de tweedeling nog steeds actueel is. En ik kan hem daarin echt geen ongelijk geven.

Mitte.jpg

Mitte


Ik heb 5 jaar in het Oosten gewoond en ben onlangs naar het Westen verhuisd.  Voor mijn verhuis, moest ik even house-sitten op het huis van vrienden in Kreuzberg (Xberg). Op vakantie in Berlijn! Geen overdrijving, het voelt echt aan als vakantie want het verkennen van een ander stadsdeel (Kiez of Bezirk) is altijd een beetje een avontuur. Ik heb de reisgids “500 hidden secrets of Berlin” geschreven en ken de stad echt wel redelijk goed. Maar je komt toch iedere keer wel op nieuwe plaatsen, een ontdekkingsreis in eigen stad, dat doen veel mensen al lang niet meer en dat is eigenlijk ontzettend jammer. Berlijn is groot en er valt altijd wel iets nieuws te ontdekken; een plaats, een bar, een herinnering, een ontmoeting…

Potzdamer Platz.jpg

Potzdamer Platz. Ooit stond hier de muur. Nu is het een onpersoonlijke, winderige en niet erg interessante plek in de stad.

 

Ik logeerde in Über-hipster land. Dat is de buurt rond de Paul Lincke Ufer. De Kiez is al lang geen hidden secret meer. En met recht: het is er ongelooflijk aangenaam dwalen langs het kanaal, genietend van een de zon en van de talrijke mini-tafereeltjes. Bij zonsondergang gaan veel mensen een biertje drinken op een van de vele bruggetjes of gewoon zittend langs het kanaal. Enkel bekeken door de immer statige zwanen en af en toe een nieuwsgierige passant zoals ondergetekende.

Kreuzberg ligt in voormalig West-Berlijn en was in de jaren tachtig heel populair bij de Turkse immigranten, niet gehinderd door de vele kraakpanden en de vele punks en andere andere anarchisten. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was Xberg namelijk ontzettend populair bij de links-intellectuelen en nog steeds is 1 mei het grote buurtfeest waar wel een miljoen mensen aan deelnemen. En is het Bezirk over het algemeen een schoolvoorbeeld van hoe verschillende culturen wel respectvol met elkaar kunnen omgaan.

Viktoria park.jpg

Zicht op Berlijn vanaf Viktoria Park (Kreuzberg)

Een aantal straten in Kreuzberg zijn vergeven van bars en clubs en die trekken dan weer de clubbers aan. Rollerturis noemen ze we hier, of wat minder poëtisch: Ryanair-of Easyjet toeristen. Ze komen naar hier, aangetrokken door het wilde en goedkope nachtleven van Berlijn, hebben zelden respect laat staan interesse voor de stad, en vertrekken moe en misschien ook wel voldaan weer naar huis.

De straat waar ik logeerde is er momenteel van gespaard gebleven. Het is er rustig en groen en er zijn zomaar eventjes drie excellente koffiebars binnen de 200 meter van de flat. Een zegen voor een koffieliefhebber .

Voor het eerst in maanden, misschien wel in jaren, had ik een vakantiegevoel; dat gevoel van niets, maar dan ook absoluut niets hoeven te doen. Onbeschrijflijk is dat. Ik liep dan ook een tijdje met een dwaze beate glimlach rond en speelde het zelfs klaar om me niet te ergeren aan de wel zeer vele mannen in short met baard en een zwarte buldog aan een lederen halsband…. Waarom zijn hipsters toch  zo voorspelbaar? 😉

De gentrifizierung waar ik al eerder over schreef is hier al een aantal jaren aan de gang. Ook ik ben er slachtoffer van (en deels natuurlijk ook de oorzaak- niets is zwart en wit) en ik moest mijn super posh appartement met balkon met zicht op het park op een toplocatie in Mitte verlaten. Dat appartement heeft me menig mooi moment geschonken; zo waren de literaire salons die ik er organiseerde stuk voor stuk pareltjes. En ik vond er Vriendschap bij mijn onderbuurvrouw. Vriendschap met een hoofdletter, jawel.

Voor het eerst sinds mijn aankomst in Berlijn, woon ik in het Westen, iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Spannend toch? 

Mijn vakantie is Xberg is al een tijdje geleden en dat vakantiegevoel heb ik helaas niet kunnen vasthouden. Maar toch…het is bijna zonsondergang: tijd voor een biertje bij de Späti en een rustig plekje aan het kanaal .

 

*Berlin sera peut-être un jour. Christian Prigent. Ville Brulle Eds La. 2015.

dav

dav

Advertenties

Idioten heb je overal

Het heeft een tijdje geduurd maar ik ben eindelijk tot bij de eerste avond van “Berlijnse Avonden” geraakt. Om al meteen te moeten vernemen dat dit de laatste bijeenkomst van het jaar was. Volgend jaar iets beter mijn best doen dus 🙂

“Berlijnse Avonden” is een vereniging voor Nederlandstalige cultuur in Berlijn. Zij presenteert maandelijks vernieuwende cultuur uit Vlaanderen, Nederland en Duitsland op Berlijnse podia. Gisteren, 8 mei, was er een avond gepland rond het thema “Zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog.” Terwijl in Nederland op 5 mei Bevrijdingsdag wordt gevierd, ligt het in België een tikkeltje ingewikkelder. Herman Van Goethem, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en conservator van het schitterende Mechelse museum “Kazerne Dossin”vindt alvast dat 8 mei een officiële feestdag zou moeten zijn. Hij heeft daarvoor goede argumenten die je via deze link kan lezen. Acht mei, VE-day of Victory of Europe day, is de dag dat Duitsland officieel capituleerde. Reden genoeg dus opdat “Berlijnse Avonden” een ontmoeting met twee Duitsers die door de oorlog in Nederland geraakten, zou organiseren. De eerste gaste is de half Joodse en bijzonder kloeke Eleonore (“Lore”) Hertzberger-Katz. Ruud Spruit maakte in 2009 een documentaire over haar. Mevrouw Katz vluchtte in 1933 met haar ouders van Berlijn naar Amsterdam. In prachtig Nederlands vertelt ze voor de camera haar verhaal. Ik ben blij dat we hier fragmenten uit de documentaire kunnen zien. Live in de zaal lichtten haar ogen regelmatig op. Zo ook bij het zien van een dia van haar vader. Het is ontroerend, want zoals het later op de avond duidelijk wordt, had ze duidelijk een veel grotere band met haar ondernemende vader dan met haar iets klassiekere moeder. De pretlichtjes zijn er ook als ze aan eerste haar grote liefde, de Rotterdamse autocoureur Eddie Hertzberger, denkt. Haar bezoek aan de Wannsee villa (een verslag van mijn bezoek aan de plaats, vind je hier), de plaats waar een groep hoge Nazi-pieten over de Endlösung beslisten (de fameuze Wannsee conferentie) en die sinds 1992 een permanente expo herbergt. Dat mensen tot zulke daden in staat zijn, is amper te bevatten. Lore ziet er een boek van Else Ury liggen. Net als zovele andere Duitse meisjes groeide ze op met de boeken van Ury. De Joodse schrijfster stierf in 1943 in Auschwitz net als zovele anderen uit Lore’s naaste omgeving. Misschien was het wel deze confrontatie (één van de velen uiteraard) die haar hebben aangezet om haar verhaal neer te pennen in een boek.11258153_10205356189277255_7081078872329570056_n Het is voorlopig uitverkocht, maar ik heb gisteren een exemplaar kunnen kopen en heb het meteen door haar laten tekenen 😉 In het Duits is het overigens nog wél verkrijgbaar. Het is een verhaal van een zeer levenslustige, kokette, ondernemende vrouw uit een begoed milieu die een paar keer door de mazen van het net glipte en na de oorlog onder de artiestennaam Laura Cormonte operazangeres werd. Op het podiumpje zit een zeer oude en al even alerte vrouw. 98 is ze ondertussen en ze is naar eigen zeggen nog niet van plan om dood te gaan. Drie jaar geleden is ze overigens getrouwd (“gelukkig getrouwd!”) met haar Nederlandse uitgever.

Tweede deel van de avond is een interview met Professor Geismann. Tachtig is hij ondertussen maar nog zo alert als een meerkat. Dit is een heel ander verhaal dan dat van Lore. Geismann ontvluchtte Duitsland omdat zijn ouders angst hadden voor de bombardementen van de geallieerden. Hij kwam in Nederland terecht en zal altijd een band met Nederland en het Nederlands blijven behouden. Hij promoveerde overigens op het Nederlandse politieke stelsel. Hij werd in Nederland opgevangen en beweert dat hij nooit, zelfs niet in Israël waar hij zes maanden heeft gewoond, scheef werd bekeken gewoon om het feit hij Duitser was. Dat vindt interviewster Annemieke Hendriks erg verwonderlijk. Maar Geismann zweert bij hoog en bij laag dat hij zich overal welkom heeft gevoeld. Wel benadrukt hij het belang van het leren van de taal van het gastland. Deze Kantiaan was decaan aan de Universiteit van München en ontwikkelde zich tot politiek filosoof. Voor het grote publiek is hij vooral bekend geworden voor zijn strijd met de reactionaire krachten in Duitsland die weigerden de nazimisdaden serieus te verwerken. Georg Geismann Hij is dan ook niet bang om ons een foto te laten zien, waarop hij als knaap van negen jaar fier en in Hitlerjugend uniform poseert. Fouten zijn er immers om toegegeven te worden. Een van de artikels dat hij hierover schreef voor het Zeitschrift für Politikwissenschaft, kan je hier downloaden (in het Duits). Hij heeft verschillende keren voor zijn studenten uit “Mein Kampf” voorgelezen. Zijn collega destijds (Michael Wolffsohn) vond dat absoluut niet kunnen. Er ontstond een mediarel die zelfs zelfs leidde tot het ontslag van de rector van de universiteit. Dat deed me aan mijn oude leraar filosofie denken. Ook hij heeft uit Mein Kampf voorgelezen. Het is ontzettend verrijkend als je zoiets in een historisch en sociologisch kader kan plaatsen. Maar blijkbaar zijn er mensen die daar anders over denken. Geismann pleitte ook (onder andere) voor de rehabilitatie van deserteurs. Dat is trouwens pas na 2000 gebeurd. Op een vraag uit het publiek wat zijn mening was over de verrechtsing van de maatschappij in vele landen in Europa antwoordt hij ongeveer zo: “Natuurlijk vind ik dat vreselijk. De mensheid wordt niet beter, we blijven immers steeds met dezelfde problemen kampen. Daarom moeten we iedere keer weer, iedere generatie weer ten strijde trekken en vechten voor het juiste.” En op de anekdote van Annemieke waarin ze vertelt dat er in Nederland laatst een auto in de fik is gestoken omdat hij een Duitse nummerplaat had hij het volgende te zeggen:

“Ik zou zoiets niet persoonlijk nemen. En idioten heb je overal”. En laat ik dat nu eigenlijk een perfecte afsluiter vinden.

Buskers

Afbeelding

 

Ze zijn niet allemaal even goed, de Berlijnse straatmuzikanten.

Maar eentje steekt naar mijn bescheiden mening hoog boven de anderen uit.

Niet dat hij zoveel beter is, dat is hij namelijk niet.

Je hebt in deze stad namelijk ronduit geweldige muzikanten. Charity Children, Frederik Konradsen (volgens Rolling Stone dé beste busker van Berlijn!), Teresa Bergman , de geweldige drummer aan het Mauerpark, de super funky Rupert’s Kitchen Orchestra aan de Haeckescher Markt om er maar een paar op te noemen.

Hier zie je een Video Mr. Funky van Rupert’s Kitchen opgenomen aan het Mauerpark.

En hier een foto van de geweldige Charity Children, hier op de Alexanderplatz.

Afbeelding

En hier dan weer een filmpje van 2 onbekende maar zeer zwaar getalenteerde gitaristen aan het Bode Museum(met mijn excuses voor de slechte kwaliteit).

Maar het is de combinatie van instrument, persoonlijkheid, sfeer, lucht en energie die maakt dat ‘mijn’ muzikant met stip op één staat in mijn lijst van favoriete straatmuzikanten (ook ‘buskers’ genoemd). Hij speelt hobo in het midden van de Friedrichsbrücke.

Geen catchy melodiën, geen zang, geen enkele toegeving naar het publiek. Er is dan ook geen publiek. Enkel passanten. Deze meneer is niet geïnteresseerd in het ophitsen van het publiek. Hij studeert gewoon, heeft zelfs geen pupiter, kijkt gewoon naar de partituren die op de grond liggen. Het is een vorm van jazz. Geen gemakkelijke vorm, zeker absoluut niet toegankelijk

De Friedrichsbrücke verbindt Berlin Mitte met het Museuminsel. Momenteel (eind april 2014) wordt de brug verdubbeld tot de historische breedte van 27 meter dus als je op zoek gaat naar mijn Favoriete Busker aller tijden, kom je van een koude reis terug.

De stad en haar toeristen slapen nog, maar mijn hond en ik zijn klaarwakker. Nu ja, hij een beetje meer dan ik, misschien stop ik wel ergens voor een koffietje. En die warme klanken van dat instrument zijn al van ver te horen en begeleiden ons op een flink stuk van de wandeling.

Er ligt geld in zijn kist. Een beetje.

Zijn schoenen zijn versleten, zijn muts staat scheef op zijn hoofd. Is hij arm? Zijn het zijn muziek-fetisj-schoenen? Denkt hij op die manier meer geld te verdienen door medelijden op te roepen? Neuh, denk het niet. Hij is wat hij is. Hij ziet er vriendelijk uit. Amerikaans. Zou zo weggelopen kunnen zijn uit een film van Martin Scorsese. Ik schat hem een jaar of 45.

Ik gooi een Euro in zijn kist, daar in het midden van de Friedrichsbrücke. Hij kijkt zelfs niet op.

Achter me ligt het Bodemuseum, voor me de Berliner Dom. Ik laat de warme klanken van het instrument verder tot me doordringen. Als een welgekomen regenbui op een (te) warme zomerdag. Als een super smart ochtendsmoothie die je helemaal klaarstoomt voor de moeilijke dag.

En dat allemaal in dat magische ochtendlicht, boven de Spreerivier, ergens op een brug in hartje Berlijn.

Als afsluiter nog dit: je hoeft niet getalenteerd te zijn om een geweldige performance neer te zetten, met een beetje hulp lukt het ook zonder :-).

Afbeelding

 

 

 

 

 

 

 

 

Een doodgewone zondag op de rommelmarkt

Het Bodemuseum tijdens Het Feest van het Licht

Het Bodemuseum tijdens Het Feest van het Licht

Eén van mijn favoriete rommelmarkten in Berlijn is die aan het Bodemuseum. Elke zaterdag en zondag proberen hier (winter én zomer) allerhande lui hun waren aan de man of vrouw te brengen. Officieel is het een boekenmarkt. De meeste boeken kosten 1 Euro. Ik heb er al pareltjes gevonden.  Zoals obscure DDR platen met geweldig lelijke hoezen. Het snuisteren is vaak nog leuker dan het kopen zelf.  Vorig weekend heb ik wel heel erg zot gedaan: ik heb namelijk 8 (acht) Euro uitgegeven.

Een mooie ruil, zie zelf maar wat die luttele euro’s me hebben opgebracht:

Afbeelding

Een heruitgave uit 1950 van de twee brievenboeken van Rainer Maria Rilke in excellente staat (auf Deutsch, naturlich!, al staan er ook heel veel Franse brieven o.a. aan Rodin in)

Een  gebonden  versie van Margaret AtwoodsThe Year of the Flood” uit 2009 .

Een plaat van de Beatles: ”Beatles Greatest”,  Nederlandse persing

Zo’n dingen maken me immens gelukkig.  Want een kamer zonder boeken is als een lichaam zonder ziel zei er ooit iemand. Over muziek kan men overigens hetzelfde zeggen.

Wat  me minder gelukkig maakt is het gesprek dat ik heb gehad met de platenverkoper.

Wat leuk is aan deze Beatlesplaat, is dat de tekst in het Nederlands is, het is nl. een Nederlandse persing.” zeg ik hem, terwijl de hond onder de platenbakken kijkt om te zien of er nog iets te bikken valt.

Echt, oh, dat had ik nog geeneens gezien! Bent u een Nederlandse dan?”

Neen hoor, dat ben ik niet, ik ben een Belgische.”

Oh ik zie.” Even stilte en dan komt het:

Wat zijn er toch veel extreem rechtse mensen in België!”

Qué?

Wablieft? Waarom zegt u dat, hoezo??”

Kijk, ik krijg hier elke week weer Belgen aan mijn kraam die vragen naar oorlogsmemorabilia. Naar oude nazi geschriften en zo.  Dat hou je toch niet mogelijk!! Hebben ze dan helemaal niks geleerd uit de geschiedenis?”

Ik weet natuurlijk dat dat soort volk bestaat. Ik negeer het vaak, verberg deze kennis in een kamer van mijn brein die eigenlijk al overvol is. De verhalen van mijn grootouders én ouders over “Den Duits” ben ik nog lang niet vergeten. Ik weet nog uit de eerste hand wat oorlog kan aanrichten.

Bovendien ben ik nog onder de indruk van Der Kriegerin, een Duitse film die ik deze week heb gezien over Duitse neo-nazis . De film is niet zonder fouten maar drukt je wel met je op de feiten.

En ze zijn duidelijk niet alleen in Duitsland. Het gespuis zit overal.

Ik leg hem uit dat er bij de laatste verkiezingen in België in 2010 “slechts” 7,8 % procent van de Vlamingen op het Vlaams Belang hebben gestemd en een luttele 0,5 %  procent van de Walen op het Front National. Beide naar mijn weten de enige extreem rechtse partijen van België. Onze buurlanden (met uitzondering van Duitsland) doen het veel slechter. Zie bijvoorbeeld deze kaart overgenomen uit Le Monde Diplomatique van maart 2014.

Afbeelding

Ik betwijfel of  alle stemmers op deze partijen ook echt extreem rechtse zakken zijn. Ik hoop dat het proteststemmen zijn. Laat mij hopen.

Ikzelf ben telg uit een Waals en uit een Vlaams geslacht. Ik ben ook tweetalig opgevoed. Spreek Frans met mijn zus en Nederlands met mijn broer. Heb 9 jaar in Frankrijk gewoond maar heb eigenlijk voornamelijk Vlaamse vrienden. Belgischer maak je ze niet meer. Of misschien wel: mijn zoon spreekt ondertussen de 3 landstalen en zijn zus volgt met rasse schreden.

Ik leg de verkoper uit dat zulke rommelmarkten misschien ook zulk soort volk aantrekken. Niet zelden zie je immers heelder oorlogsmemorabilia uitgestald of hele foute boeken, of bepaalde militaire prullen die immens populair zijn bij dat soort mensen. Openbaarheid van fascistische symbolen is in Duitsland verboden en zal je dus nooit vinden maar er gebeurt heel veel, in de woorden van mijn verkoper, “onder de tafel”.

Totaal verbijsterd ben ik. Ik wil helemaal niet behoren tot een volk dat bekend staat om zijn totaal verwerpelijke denkbeelden! Over het algemeen zijn Belgen net overal zo’n graag geziene gasten. Omdat ze eenvoudig zijn, bescheiden, open en gastvrij. Daar wil ik me mee vereenzelvigen!  Ik ben niet beschaamd om Belg te zijn, verre van, maar ik ben er ook niet bepaald fier op. Ik voel me een wereldburger. We zijn binnenkort met 10 miljard en delen voorlopig slechts 1 planeet die we dan nog met tal van andere niet menselijke dieren moeten delen. We kunnen maar beter goed met elkaar opschieten. Of tenminste goeie afspraken maken. Ik Het belang van onderwijs en opvoeding kan niet genoeg benadrukt worden, en met onderwijs bedoel ik niet zozeer het klassieke onderwijs , daartegen heb ik hier maar ook hier al zwaar gefulmineerd, maar een moderne opvoeding en dito onderwijs gebaseerd op vrije wil, op openheid, op interesses kortom op GOESTING. En bitte, zorg nu eens eindelijk voor dat basisinkomen voor iedereen, zodat niemand nog met de vinger gewezen kan worden. Maar ik wijk af.

Ik tik de verkoper op de arm: “oh denk maar niet dat alle Belgen zo zijn hoor, de meesten van ons, zijn gastvrij, vriendelijk en lief. “

Hij denkt weer even na.

Da’s waar, dat heb ik in België op vakantie ook ervaren.”

Oef. Zo hoort het.

charlier3

Bron: RBB museum.
J. Charlier, Multiple timbre-poste, 49 x 39 cm, Zeefdruk op papier, collectie van de Nationale Bank van België, Inv. nr. A001669, 2000. – Een ander duidelijk voorbeeld van het Belgicisme in het werk van Charlier; een postzegel met de personificatie van België wordt voorgesteld met de symbolen van haar drie gewesten: de leeuw, de iris en de haan

A fire(cracker) in the sky

Sylvester in Berlin: a fire in the sky

While the sun was bathing all over Berlin this afternoon, it is 5 °C, unusually hot for the time of the year, I would like to wish you all a year ( a life!) filled with empathy and compassion. Be nice to all creatures great and small but never forget to question the power 🙂

(all photos taken with my cell phone)

Oud en nieuw in Berlijn: a fire in the sky

Berlijn. Het is dinsdag 31 december 2013 en over ongeveer een uur is het al donker. Ik word getrakteerd op een fantastisch mooi licht en geniet met volle teugen vanop mijn fiets van dit strijklicht dat over mijn stad valt.

Laatste daglicht van 2013

Dom Berlijn 31/12/13

 

Een dik uur later drink ik mijn eerste en laatste Cuba Libre Cuba Librevan het jaar, lees de wensen van mijn Facebook-en/of echte vrienden, en probeer ik zelf ook zo een beetje de balans te maken van afgelopen jaar. Dat vond ik vroeger onzin, want is het niet dat je dat eigenlijk dagelijks moet doen? Uiteraard moet je dat dagelijks doen. Maar dit jaar, sorry vorig jaar dus, was een beetje anders.  2013 was voor mij persoonlijk een ‘(om)schakeljaar’. Geen paniek, ik heb het licht niet gezien of zo, dus lees gerust verder 🙂 Het is ‘gewoon’ dat dit jaar niet alleen gemarkeerd werd door de scheiding van een man met wie ik bijna een kwarteeuw veel lief en ook wel veel leed heb gedeeld (en geloof me, dat gaat niet in je kouwe kleren zitten en het roept meer vragen op dan je lief is) maar ook door een zich adapteren aan een maatschappij die niet de mijne is, aan een taal die ik niet beheers, aan nieuwe scholen voor de kinderen, aan het stadsleven en aan de zoveelste nieuwe woning.

Allemaal peanuts in vergelijking met de grote wereldproblemen, daar ben ik me heel erg van bewust. Maar op micro persoonlijk vlak zijn dit uiteraard serieuze klappen. We moeten daar niet onnozel over doen.

Ondanks het feit dat het dus op zowel persoonlijk als professioneel vlak een rampjaar was,  zie ik de toekomst glimlachend tegemoet. Want de projecten die er op stapel staan, zijn redelijk ambitieus én ontzettend realistisch.  Vriendschap is en blijft nog steeds één van de belangrijkste dingen in mijn leven en dit jaar heeft me ook duidelijk gemaakt op wie ik echt kan rekenen als het even écht niet meezit, ik heb leren loslaten, ik heb leren accepteren en  ik heb me te pletter geschreven. Ik weet hoe diep ik kan gaan, weet beter wat ik wil en vooral wat ik niet wil. Ik heb een ex die wel altijd één van mijn beste vrienden zal blijven, ik heb twee kinderen die verre van oppervlakkig zijn en waar ik zielsveel van hou; een passie of 2 waar ik graag in verdrink en een thuis in Berlijn, een niet perfecte groene stad waar doodgraag wonen, in een land dat niet in oorlog is met voorlopig nog genoeg eten op de plank. Dat is meer dan het gros van de mensheid kan zeggen. Ik tel mijn zegeningen dan ook elke dag.

Ik ben al heel vaak verhuisd, zowel in België als in Frankrijk en heb eigenlijk overal graag gewoond, maar Berlijn is mijn eerste grootstad. De stad maakte zich gisteren, 31 december; klaar voor haar traditioneel heel luidruchtig eindejaarsfeest.

ulmXmRC3VpeBMDS2xhP1f0Juet4gKJ2VjCJ1ypLyGg0Berlijn vuurwerk
Ik hou niet van vuurwerk, omdat het een ramp is voor de meeste dieren, omdat het verschrikkelijk vervuilend is en omdat het zo veel lawaai maakt en ik me iedere keer weer een ongeluk schrik.

Voor sensitieve personen (al dan niet menselijk) zijn deze geluiden echt hels. Ieder jaar zijn er ook ontzettend veel gewonden. Dat valt in Berlijn nogal mee, vergeleken met bv. Nederland waar het vuurwerkgebruik compleet uit de hand lijkt te lopen.

Maar toch heb ik besloten om vanavond op een dakterras van een hotel te gaan staan met een glaasje Sekt en om van het vuurwerk te genieten. Het is meer een kwestie van “if you can’t beat them, join them” en ik moet natuurlijk weten waarover ik spreek alvorens een oordeel te vellen. De journalist in mij komt altijd wel naar boven.

Het dak van het Montbijou hotel aan het Montbijoupark was voor de gelegenheid opengesteld aan het publiek. Met een vriendin begeef ik me naar de vijfde verdieping en het uitzicht is fenomenaal. Je hebt bijna een zicht van 360°. De Alexanderplatz met haar televisietoren, de Hermes van het museum waarvan de naam me niet te binnen schiet, de gebouwen op de Friedrichstrasse en de koepel van de Synagoge. Beneden rijden de trams en een beetje verder de S Bahn. Berlijnser kan bijna niet.

oudjaar

En hoewel het al de hele avond in de stad gonst en knettert, wat me ontzettend zenuwachtig heeft gemaakt. De hel breekt pas om middernacht echt los. En ik moet toegeven, het is een geweldig schouwspel, er is geen ontkennen aan. Het knettert langs alle kanten maar omdat we zo hoog zijn, is het geluid al wat gedempt. Het is een zeer klare nacht en het zien van de sterren met al dat vuurwerk is heel mooi. Al gauw kan je de televisietoren niet meer zien. We openen onze meegebrachte fles schuimwijn en drinken uit plastic bekers (niemand van het personeel dat daar aanstoot aan neemt) alvorens ergens rustig een laatste gemberthee te drinken. De straten liggen vol met afval en overal zijn er wel onverlaten die nog wat willen horen knallen. Heel veel toeristen ook.

Ik kruip om 3 uur moe van het wandelen en de kou mijn bed in maar slapen zit er niet in. Daarvoor prikken mijn ogen te erg. Milieuvriendelijk ? Ik dacht het niet. (Afschaffen dat vuurwerk en vervangen door veel modernere licht-en laserinstallaties lijken me een veel mens-dier en milieuvriendelijker alternatief.)

En nu is het dus 1 januari 2014. Ik wandel door de stad die niet zo verlaten is als ik dacht. Ik zie het afval en denk aan de mensen die dit morgen moeten opruimen, sommige feestgangers hebben het redelijk netjes gehouden:

Proper vuurwerk

 

 

 

Anderen dan weer helemaal niet.

The day after

The day after

Ik besluit 2014 alvast in te gaan met wat cultuur en stap het hof in van het Kulturwerk Berlin in waar naar verluidt dé tentoonstelling van het jaar plaatsheeft: Christoph Schlingensief.gqiCcoCJE-vSxtJ7KfB4FWQqNs09lJbWe0UW_KrJl0Q

Church of Fear

Church of Fear

Ik bewonder zijn Kerk van de Angst , in 2003 te zien op de Biënnale van Venetië, een erg sterke reactie op de (angst) politiek van Bush. Helaas besluit ik om een koffie te gaan drinken in het café‚ waar ik de Berliner Zeitung van gisteren weet te appreciëren.  Mijn dochter vervoegt me even later en vertelt me uitvoerig over haar nachtje uit. Heerlijk. Morgen wordt ze al weer 19. En oh cliché, het lijkt alsof ik vorige week haar luiers nog aan het verversen was.

Op de eigenlijke tentoonstelling geraken we niet meer. Tot daar alvast mijn goede voornemens om dit jaar nog wat meer aan cultuur te gaan doen :-D.

Een paar woorden van dank konden hier niet ontbreken: dank je Heidi , voor alles, dank aan jullie lezers voor het lezen van deze blog (jullie beseffen niet half wat dat voor mij betekent! ) en dank ook aan Berlijn voor jouw energie, je kracht, je weidsheid en je chaos waarvan ik het voorrecht heb om er in te wentelen. Dag in, dag uit.

Lieve lezer, duik in 2014, bewust, empathisch en volledig. Doe wel en zie niet om.

Lunch in Berlin

Click on the names of the restaurants to go to their websites.

Afbeelding

Ik kan het ook niet ontkennen, ik ben een foodie, niet fanatisch, verre van, maar ik eet graag vers én lekker én verfijnd én soms ook wel (te) veel. En ik kan helemaal, helemaal uitfreaken als ik nieuwe smaken, een nieuw dieet, of  een nieuw restaurant, concept, eetbar of wat dan ook dat met gezonde voeding te maken heeft, ontdek.

Deze foodie is toevallig een veganistische flexitariër. Daarmee wil ik zeggen dat ik zo veel mogelijk veganistisch eet maar dat ik daartegen best wel veel zondig. Vlees en vis eet ik sinds mensenheugenis niet meer. Maar ik zondig nog  af en toe met een stuk kaas of zeg niet altijd neen tegen een taartje bv. Ik drink zelfs rode wijn waarbij ik niet weet of er wel cochenille* is in verwerkt of niet. Ik ben niet perfect. So be it.

In het restaurantwezen  zijn er een aantal eenvoudige regels te respecteren, dat spreekt voor zich. Regels waaraan de horeca nogal eens zijn voeten aan veegt. Bij het aanschouwen van vuile glazen, ruwe obers, vuile toiletten, verkeerde timing van de gerechten, totaal platgekookte groenten, wijn die spontaan je maagzuur doet opwerken enz. komt er een conservatief in me naar boven waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Het is sterker dan mezelf. En het gebeurt veel te veel. Bij het beoordelen van een restaurant is de sfeer en de hygiëne en de vriendelijkheid van het personeel in mijn ogen even -misschien zelfs belangrijker-  dan wat er op je bord ligt.

Berlijn is een stad met duizenden fastfoodtenten, hier Imbiss genoemd. Dat zijn stalletjes of restaurantjes die fast food verkopen. Deze snelkost is nogal divers. Je hebt de alomgeloofde Berlijnse curryworsten zijn maar ook hamburgers, falafels, en andere kebabs. Vaak is het niet echt verfijnd (dat hoeft ook niet altijd, of wel?) , maar ook hier vind je pareltjes.

Door de komst van de Turkse gemeenschap (vooral in de jaren ’80) werd de klassieke Berlijnse keuken opgeleukt met groenten. Een mediterrane touch was zeer welgekomen. De laatste 20 jaar kan je in Berlijn dan ook echt wel zeer lekker eten. Voor een redelijke prijs. En vegetarisch eten is bijna nergens een probleem. En elk trimester komt er wel een 100% vegan restaurant bij.

De meeste restaurants hebben een zeer goedkoop business lunchmenu, ik ga dan ook meestal ’s middags eten 🙂

Na al die jaren in het Zuiden van Frankrijk en op Corsica is het heerlijk om uit te kunnen gaan eten en zich welkom te voelen in bijna eender welk restaurant, van zeer eenvoudig tot zeer chic.  Ik word nergens weggekeken. En neen, ik hoef niet uit te leggen dat vegetariërs geen kip en zelfs geen vis eten of dat veganisten geen kruidenboter op hun tofu willen.

Ik ga hier bewust niet in op de redenen dat ik zo weinig dierlijke producten tot me neem, die zijn hoofdzakelijk van ethische aard (ik schrijf over dierenethiek op deze blog) en in mindere mate om gezondheidsredenen. Dat is ongetwijfeld zeer interessant discussievoer,maar het past niet in de idee van deze Berlijnse blog.

Dus heel praktisch: hier heb je een lijstje van 11 eethuizen, van eenvoudig naar redelijk duur, de meesten in mijn buurt, waar ik graag vertoef. Klik op de naam voor de website en het adres.

* Mustafas gemüsekebab: groentenkebab om u tegen te zeggen, als je tegen het wachten kan. Gemiddeld staat er een rij van 20 minuten aan te schuiven.

Prijs: 2,50 Euro voor een vegetarische döner. Kan geveganiseerd worden.

Hele leuke website.

* Yarok, Syrische imbiss gelegen in het hippe Torstr. in Berlijn Mitte. Het restaurant is wel het tegengestelde van hip maar de falafels zijn ontzettend lekker en hun Fatuosch salade naar verluidt de beste van Berlijn. Ongeveer de helft van de gerechten is vegetarisch.

Prijs 5 euro voor een falafelschotel. Gemberthee 1,5 Euro.

* Sunday burger aan het Mauerpark. Op koude dagen (en het Mauerpark is een tochtgat, het kan er ontzettend koud zijn) drink je er gewoon een warme appelsap met gember bij. Ze staan ook op Street Food Thursday in Markthalle Neun in Kreuzberg.

Prijs: ongeveer 4,50 Euro.

*Dada Falafel is dan weer wél hip. Tot nu toe (samen met de falafels op de Turkse markt op de Maybachufer) voor mij de absolute top. Neem een falafelschotel en daarbij een vers sinaas/wortelsap: hemelse combinatie. Ongeveer 10 euro samen.

Geen website. Linienstr. 132, Berlin Mitte. Tel: 030 275 96 927

* Sababa: hummus zoals hummus moet smaken

Pluspunt: het leuke terras

Minpunt: binnen kon het wat gezelliger 😉

Geen website gevonden. Kastanienallee 50, 10119 Berlin, +49 30 40505401

* Kaffeemitte heeft een middagmenu van 9,5 Euro. Hiervoor krijg je een panini of een pasta, een klein slaatje, wat brood en een drankje. Klassieke Italiaanse keuken.

AfbeeldingZeer correct, vriendelijk, leuk., gratis water (nog teveel een zeldzaamheid hier in Berlijn) én zeer goeie koffie. Gelegen direct aan het Montbijoupark. Minpuntje: geen vegan opties op de kaart.

*Mozzarella Bar & Bottega

Het absolute walhalla voor buffelmozzarella-liefhebbers. Degustatiemenu voor 2 zo’n 20euro.

Afbeelding

Voor vegans enkel (overigens excellente) focaccia te verkrijgen.

Auguststr.34, 10119 Berlin Mitte

* Kopps: geveganiseerde Duitse keuken van  sterrenkok Björn Moschinski, zeer vriendelijke bediening, ’s avonds vaak tsjokvol maar ’s middags heerlijk rustig. Zeer divers publiek.

Middagmenu: 2 gangen 8,5 Euro, 3 gangen 10,50 Euro

* Manuela, net iets meer dan een tapas bar in Kreuzkölln

Ongeveer de helft van het menu is vegetarisch. Ook vegetarische paella bv. Hun vegan Navarra rode wijn is een killer!

* La mano verde

Strikt vegan en vaak raw. Werken soms nauw samen met Atilla Hildmann van Vegan für Fit bestseller bekendheid.

Zéér fijne keuken.

Middagmenu: hoofdgerecht 8,50 Euro. 2 gangen menu 11,50. 3 gangenmenu 15,50.

Minpuntje: de iPads als menukaart.

* Pauly Saal. Kosjer en met een erg hoge hip factor, gelegen in een prachtige oude meisjeschool in de Auguststr.  Helaas nog niet uitgeprobeerd omdat het toch wel wat te prijzig is maar wou het hier even vermelden omdat het dit jaar (2013) een Michelinster heeft gekregen.  Naarverluidt hemels lekker. Op de middagkaart staat 1 vegetarisch gerecht (15 euro). De dagschotel kost er 17 euro. Het middagmenu 34 euro. Fantastische ligging, zeer mooi gelegen, terras ook zeer geslaagd. Een kleine kaart (wat ik altijd apprecieer) en een grote wijnkaart (wat ik misschien nog meer apprecieer ;-))

Toch zeer jammer dat er niet meer vegetarische en vegan opties op de kaart vermeld staan.

Het is maar een greep uit de duizenden eethuizen in deze stad. Ik kom er zeker nog op  terug.

Heb je nog tips? Ik hoor het graag !

Smakelijk!

* cochenille of karmijnzuur is een dierlijk pigment dat in verven wordt gebruikt maar ook als kleurstof voor voedingsmiddelen of cosmetica. Het  heeft E-nummer E120. In cosmetica heeft de stof nummer CI 75470. Het wordt gewonnen uit de cohenilleluis, een beestje dat op schijfcactussen leeft.

Hoe word ik een Berlijnse in 10 simpele stappen ?

Afbeelding

Het stadsblad Zitty bracht in één van haar laatste edities een artikel over hoe je een echte Berlijnse kan worden in 10 eenvoudige stappen. Hier een samenvatting.

1)   Draag de juiste parka

Niet om je te beschermen tegen de helse winterwinden zoals dat in Moskou bv. het geval ismaar doodgewoon omdat je zelfs in de winter graag terrasjes doet. Fleece dekentjes en parka’s: één strijd !  Pas op: geen lelijke nepbontkraag en zeker geen echte bontkraag. De kleur? Olijfgroen uiteraard.  Alternatief? Geen.

2)   Opstaan na dat terrasje: een handleiding

De skinny jeans is enorm veelzijdig en is altijd mooi maar heeft natuurlijk veel nadelen. Een groot nadeel is dat als je zit of fietst er een deel van je bibs zichtbaar is. Met als gevolg het loodgietersdecolleté of Arschfax. En daar Berlijnse vrouwen geen strings dragen maar liever degelijke en dure Schiesser onderbroeken bv, moeten ze bij het opstaan iedere keer hun broek optrekken. Dat gebeurt bijna automatisch: één ruk aan de ceintuur en hop, alles is weer netjes bedekt.

3)    Leer breien

Berlijnse vrouwen zijn verzot op alles wat zelfgemaakt en/of artisanaal is. Hippe merken zoals Lala Berlin of Maiami spelen daar gretig op in.

4)    Leer yoga en eet minstens 2 X per week vegan

AfbeeldingHeerlijke hummus bij Sababa. 

 Geen probleem in een stad waar er elke maand wel een nieuw vegan restaurant of dito winkel opengaat en waar er in elke straat een yoga-school te vinden is.

Maar pas op: je moet het niet alleen doen, je moet er ook wel iets van kennen.

5)   Kook een grote kom soep en geef een geweldig feest waarna je hele woning gerenoveerd moet worden

AfbeeldingNathalie’s pompoen kokos soep (vegan by the way)

Eten doen Berlijnse dames graag, vegan of niet. En omdat er hier een zo groot gastronomisch aanbod is, staat bijna niemand meer in de kookpotten te roeren. Dus wordt het extra geapprecieerd als iemand avondeten klaarmaakt. Voorzie daarbij ook wijn, bier en voor later op de avond longdrinks.

6)   Strip dat behang van de wanden

Afbeelding

Berlijnse wanden zijn of naakt (en dus ruw en onbewerkt) of juist extra gladgeverfd. Een alternatief is er eigenlijk niet.

7)   Ga op zaterdag naar de markt en kom niet naar huis zonder bloemen en/of een lamsvel

Berlijnse stijl is eigenlijk een beetje dorps om te vergeten dat we hier eigenlijk in een grote stad wonen. En opgepast, die bloemen pak je niet gewoon in een plastic tas, maar vervoer je in een mooie korf. Ja, juist, het lijkt hier soms wel op de Provence.

8)   Rij met de fiets, ongeacht het weer

Dat je in Berlijn geen auto nodig hebt is een open deur intrappen. Maar de  fiets is hier inderdaad wel écht heel makkelijk. Het allerhipst is de  Oudhollandse fiets. Ben je ingefietst, dan hoort daar ook een blauwe Ikea tas bij, losjes over de schouder geworpen.

9)   Sneakers zijn een must

Afbeelding

 Of je nu oud of jong bent, sneakers moet je gewoon hebben. Momenteel zijn de modellen Thea van Adidas of de Air Max van Nike erg in trek.

10)   Verkoop je spullen op de vlooienmarkt

Berlijnse rommelmarkten zijn legendarisch. Extra leuk wordt het als je een vriendin meevraagt. Kunnen jullie lekker kletsen en elkaar afwisselen want ik de cafés rond de Arkonaplatz of op het Mauerpark gaat het er altijd gezellig aan toe.

 

Ik scoor alvast een stevige 7/10. En jullie?

Bron: Berlinerin in 10 Schritten door Alexa Von Heyden in Zitty Berlin n°25.

Schoolmoe

Na deze op persoonlijk vlak moeilijke en lange (zeer lange, ik geef het toe)  zomerstop, staan we weer voltijds alive and kickin’ in het (gezins)leven.

Zo is de school hier in Berlijn alweer een tijdje begonnen. Zoon Elmo begon al  begin augustus en dochter Louise, die op een Franse Middelbare school zit, in september.

En laat ik het net hier over willen hebben, over de school, beter nog, over het schoolsysteem. Want something’s rotten in the state of Schoolmark.

foto 1

De feiten: zoon is 10 en al een aantal jaren (!) schoolmoe. Niet leermoe, integendeel! Hij is heel nieuwsgierig. Maar echt schoolmoe. Op een gegeven moment werd het zo erg (dat was in het eerste leerjaar, zo’n 3 jaar geleden op een Franse school) dat de juf ons aanraadde om een IQ test te doen. Zij en haar collega dachten dat onze jongen wel te slim was om goed te zijn en misschien verveelde hij zich daarom zo erg op school.  Ach IQ testen…we weten allemaal wat ze waard zijn, het zijn uiteindelijk momentopnames. Net als een foto. Maar ik zwicht voor de overmacht, ben uiteindelijk toch benieuwd en weet niet goed hoe ik het anders moet oplossen. Ik maak dus braaf een afspraak met een psychologe in Nîmes.

 Egon vond de psy maar saai en had absoluut geen zin om zich in te spannen. Hij deed het uiteindelijk toch, min of meer :-)
 Resultaat:

“Elmo est un enfant qui présente des capacités intellectuelles supérieures pénalisé pa run manque d’attention. Hypersensible et émotif, il montre parfois sa peur de l’échec qu’il a du mal à gérer.Par ailleurs les quelques erreurs au niveau du language se font préconiser par mesure de précaution un bilan en orthophonie ainsi q’un bilan neurovisuel pour les erreurs visuo attentionnelles produites.D’autre part, vu les capacités développées d’Elmo et afin de lui éviter de fonctionner en “sous régime” un programme adapté à ses besoins serait bien venu en accord avec ses enseignants; Un saut de classe pourrait également répondre à son épanouissement intellectuel.”

 Kortom: gevoelig en begaafd maar niet hoogbegaafd dus uiteindelijk waren we het erover eens dat het niet echt nodig om een klas over te slaan. Nu, daar had ik al die testen niet voor nodig (en die 180 euro had ik ook in mijn zak kunnen steken): ik wist allang dat mijn zoon niet gespeend was van enige intelligentie:  snel verveeld, weinig slapen, veel huilen…ik moet er geen tekeningetje bij maken.

We besloten dus om hem maar te laten waar hij was: een zeer leuk dorpsschooltje, een grote klas met aparte hoekjes waar je ook rust en stilte kon vinden, iets wat hij heel hard nodig had (nog steeds). En zijn juf is zeer toegewijd.  Meer moet dat niet zijn. En toch… Na de juf, die hem nog een jaar mocht volgen, volgde … De Meester. *tromgeroffel*

De Meester waar iedereen schrik voor had, zoonlief incluis. Een meester van de ouwe garde: streng maar rechtvaardig, duldt geen lawaai, geen getetter, geen gesnuif, geen tegengas. Achtergrond: ander Frans dorp (dezelfde school heeft 3 klassen, elk in een ander dorp gelegen), kleine klas, kleine speelplaats maar wél een interactief scherm en dus helemaal mee.

De Meester ‘bestuurde’ één klas waar 3 verschillende leerjaren in ondergebracht waren. Geen sinecure maar hij deed het al een aantal jaren en was er in geslaagd om daar echt wel een evenwicht in te brengen. De kinderen waren bang van hem maar na een aantal maanden begonnen ze hem ook te appreciëren. Hij was ook zo wijs om bv op vrijdagnamiddag met z’n allen de garrigue in te trekken en daar spelletjes te spelen. Alle kinderen keken uit naar dat moment. Maar Elmo’s punten kelderden zienderogen. Hij moest elke week een gedicht leren (soms niet van de minsten) en er waren 2 of 3 dictees per week. Dat gedicht, dat kon ie al snel, maar die dictees waren duidelijk niet zijn kopje thee. Elke avond zat ik met hem aan de keukentafel te werken. Soms een uur lang. Ik hoorde dat sommige ouders een pak langer werkten. Was ik nu echt de enige die dat niet normaal vond?

Het was iedere avond een gevecht. En iedere ochtend ook. Want het was steevast “Ik wil niet naar school! Ik haat school!” Elke morgen. Elke weekdag. Moedeloos werd ik ervan.

Een gesprek met de meester leverde niet veel op. Hij vond Elmo een degelijke leerling, behorend bij de goeie middenmoot. Niet meer niet minder. En zeer braaf. We stonden heel ver van zijn vroegere begaafdheid af.

Hij werd in een “moule” gedrukt en moest klaargestoomd worden voor de middelbare school Dat waren alle leerlingen van De Meester. En hij was daar fier op.

Die man had zeker zijn verdiensten: hij had een kritische kijk op het leven, had veel aandacht voor kunst en natuur en begon iedere ochtend met een leuk item: als de datum bijvoorbeeld 11 november was dan gingen ze bv 3 eeuwen terug en gingen ze kijken wat er op 11 november 1713 jaar geleden zoal is gebeurd. Dat werd dan op internet opgezocht. Op die manier heeft de kleine ontzettend veel opgestoken. Want op die manier is leren leuk. Uiteraard.

Ik wil die man dan ook  helemaal niet afbreken. Hij is tenslotte ook afhankelijk van het systeem.

Maar mijn al dan niet verstandige hypersensitieve zoon ging er wel langzaamaan kapot.

Over naar de dochter, een heel ander verhaal. Louise zat in 2011 in een lyceum in een klein stadje in de Languedoc. Ze heeft het altijd al moeilijk gehad op school, heeft altijd hard moeten werken en heeft zelden of nooit hulp van haar ouders of van iemand anders gevraagd. Ze is ook zeer plichtbewust en werkt ’s avonds een paar uur voor de school, zonder dat je haar ook maar iets moet vragen.

Toen ze 2 jaar geleden een geweldige enthousiaste wiskundelerares had, kon ze de wiskundige wereld aan. Maar dat was helaas maar 1 jaar, al snel verdween de lerares uit het gezicht en de punten duizelden alweer naar beneden.

De dag dat we haar gingen inschrijven in het Lyceum was er een staking van het lerarenkorps. Zij hielden ons tegen om te fulmineren tegen het systeem. Ik ben zeer meelevend en ben bij de eersten om te zeggen dat leraar één van de belangrijkste beroepen ter wereld is en dat er eigenlijk een totale omschakeling van het systeem moet gebeuren waardoor het beroep terug aantrekkelijk wordt voor de jonge garde enz. Maar betogen op de opendeurdag, op een inschrijvingsdag waarop je de kinderen zou moeten enthousiasmeren?? Nee, ik denk het niet.

En het was een teken: de meeste leraars bleken inderdaad alles behalve enthousiast en de liefde voor het vak was soms ver te zoeken. Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen, en die vergeten we nooit. Ik denk aan mijn eigen Meester van het zesde studiejaar: Meester Ceuppens. Het zijn zo van die mensen die je leren verder denken en die leren leuk maken. Helaas: geen Meester Ceuppens op het Franse Lycée.

Ik denk dat we hier aan iets heel fundamenteels raken. Het onderwijssysteem is in Frankrijk duidelijk niet echt geweldig te noemen. Dat is een zwaar understatement. En dan zwijg ik nog van hun talenonderwijs, dat is écht om te huilen zo slecht. Ik weet niet (meer) hoe het in België en Nederland met het onderwijs staat, maar ik denk dat het niet zo erg verschilt met de top-down aanpak van Frankrijk. Leerlingen zitten, doen hun mond open, leraars proppen er allerhande kennis in, om 4 uur (en vaak om half 6 in het geval van Lisa) gaat die mond weer dicht en begint thuis de herkauwing.

Terug naar 2013. Egon zit in het vijfde studiejaar op Duits-Franse school in Berlijn. Zijn klas is erg multi-cultureel met alle voor-en nadelen van dienst. Er wordt bijna geen huiswerk gegeven, netjes en verzorgd zijn de schriften niet bepaald (en dit is nog een understatement) en vaak heb ik de indruk dat er niet zo bijster veel wordt gewerkt.

Maar de speelplaats is een kinderhemel met waanzinnig leuke spelletjes, minstens 1 keer per week wordt er naar een museum of een toneelstuk gegaan, er worden speciale lessen “respect voor culturen en godsdiensten” gegeven, 1 week per jaar wordt er gereisd of op klassenreis gegaan. Dit jaar wordt het Groot-Brittanië. Het lerarenkorps (dat al even slecht betaald wordt als in andere landen) staat onmiddellijk paraat om bij problemen in te grijpen. Er gaat erg veel aandacht naar het individuele kind. Wat een torenhoog verschil met het Franse systeem!

Kindvriendelijke schoolomgeving

Kindvriendelijke schoolomgeving

Soit, ik die met al mijn vooroordelen van het rigide Duitse systeem naar Berlijn ben gekomen, heb deze eigenlijk stuk voor stuk zien vallen. En maar goed ook.

Het verschil met het zeer strenge Franse systeem van het Berlijnse Französische Gymnasium waar onze dochter is beland is gigantisch. Zij is één van de eerste dagen van het schooljaar huilend thuisgekomen. En geloof me, dat doet Louise echt niet snel. Ze is het zowat het tegendeel van een drama queen.

De directeur had haar klas namelijk verwelkomd met volgende woorden:

Bonjour! Dit wordt jullie eindexamenjaar (l’année du Bac), jullie weten allemaal hoe belangrijk dat is en hoe hard jullie moeten gaan werken” .

(zeer vrij vertaald)

Dus niét: “Hartelijk welkom, blij om jullie terug te zien, ik hoop dat jullie een leuke fijne vakantie hebben gehad”. Neen, meteen word je met je neus op de feiten gedrukt: dit jaar komt die fameuze Bac eraan. En je moet eraan geloven. Dat duurt nu al meer dan een jaar.

Vorig jaar hadden we onze dochter gezegd dat ze mocht stoppen met het school. Dat die fameuze Bac ons gestolen kon worden. Het belangrijkste is dat ze gelukkig is, dat ze immer goesting heeft om te leren. En als dat buiten het klassieke circuit moet, dan is dat maar zo. We konden het niet meer aan om haar zo hard te zien werken. Maar na wijs beraad heeft ze dan besloten om er toch maar voor te gaan. En daar had ze dit jaar spijt van, maar nu zit ze in haar allerlaatste jaar en moet ze nog heel even hard op haar tanden bijten. Die Bac moet en zal ze hebben.

Maar heel dat systeem heeft als gevolg dat ze studeren zo beu is, dat ze waarschijnlijk niet gaat verder studeren. Of toch niet direct. Hoezeer ik haar ook duidelijk maak dat hogere studies echt niet te vergelijken zijn met school. En dat vind ik zo ontzettend jammer.  Leren moet je namelijk bijna spelenderwijs doen. Het belang van spelen is heel groot. Alleen op die manier onthou je dingen. Niet door domweg kennis op te slorpen de ganse dag door op vastgelegde tijden. Goesting is het sleutelwoord.

Ik kan het weten. Ik was zelf een goeie leerling tot ik in het vierde middelbaar kwam, in een eliteschool waar ze niet wisten hoe met mensen om te gaan die niet helemaal conform de norm waren. Mijn klaslerares heeft me nooit een blik waardig gegund en wou me naar het technisch onderwijs sturen, tot meer was ik volgens haar echt niet in staat. Een jaar later bleef ik zitten. En ben ik toch naar het Technisch onderwijs gegaan. Maar dat is een ander verhaal. Ik wou hier gewoon even zeggen dat het klassieke onderwijs me bijna kapot heeft gemaakt, en ik zie nu hetzelfde met mijn kinderen gebeuren.

En zelfs onze zoon, die toch wel op een hele leuke school zit, haat nog steeds school.

Elke morgen en zelfs elke avond is het van “ik wil niet gaan slapen want als ik dan wakker word, moet ik naar school”. Zucht.

Op een dag, valt mijn oog op het concept “Sudbury school”.  Ik begin erover te lezen en ben totaal van de kaart. Echt waar! Een totale openbaring vond ik het. Al mijn zekerheden rond onderwijs en leren worden het bos ingestuurd en ik stuit op een leger gelijkgezinden. In België zijn er twee scholen die op het pedagogisch principe van  de Sudbury school hooghouden: de Sudbury school in Gent en is er ook nog Het Leerhuis in Kortenberg. In Nederland is er o.a. De Kampanje.

Boek De Kampanje

Boek De Kampanje

Het concept van de Sudbury School is simpel: kinderen leren spelenderwijs en zijn van nature nieuwsgierig. Ze leren ook van elkaar en hebben dus geen leraars nodig. Klassen zijn overbodig. Zelfs lezen en schrijven is peanuts. Dat leren ze wel als ze er klaar voor zijn. Zonder druk en op hun tempo, aangepast aan hun leeftijd, goesting en capaciteiten.

In Berlijn heet de Sudbury School Ting Schüle  en het toeval wil dat er over een paar weken een opendeurdag is. Ik krijg Elmo zover dat hij er met mij mee naartoe wil. En dan komt het: een school zonder lessen, zonder grenzen wat betreft dvd-, internet-, computergebruik. Zonder uren waarop je iets verplicht moet doen (met uitzondering van dagelijkse en wekelijkse gesprekken), waar er respect is voor elkaar en pesten geen kans wordt gegeven. Waar je al doende leert, zonder leraars, zonder lesroosters. Het is alsof mijn zoon in de hemel is beland. Niet meer niet minder.

Ik drink een kop koffie met een aantal begeleiders (geen directeuren hier, geen hiërarchie, geen gesloten deuren) en praat over Elmo en waarom hij hier zou komen.

Ze maken me al snel duidelijk dat zowel zijn vader als ik helemaal achter het concept moeten staan, of het is gedoemd om te mislukken. Ze vertellen me ook dat ze geen grenzen stellen, wil Elmo 18+ dvd’s zien, dan kan hij dat al zal hij het wél altijd even moeten signaleren (in de praktijk blijkt dat kinderen dat eigenlijk zelden of nooit gebruik maken van deze ‘gunst’), dat het kind zelf wel weet wat goed voor hem is zelfs al mag hij hier doen wat ie wil. Er is een prachtig labo, een geweldige bibliotheek, een Lego-kamer, enz. De schoolbegeleiders weten me ook te zeggen dat het normaal is dat ik heel erg aan het concept moet wennen. Het gaat in tegen alles wat de maatschappij van een school verlangt. En als ik even aangeef dat zowel zoon als dochter het Franse systeem gewoon zijn, weten ook mijn gesprekpartners hoe laat het is. Als je een vergelijking zou maken tussen de twee, zo zegt één van mijn gesprekspartners, zou je merken dat het Franse schoolsysteem helemaal aan de ene kant van het scholenspectrum staat, en de Sudbury scholen aan de andere kant. Tussenin zijn er dan de mengvormen de ene al wat traditioneler dan de andere. Maar hoe goed (en ook wel scary) ik dit allemaal vind, dit heeft een kostenplaatje en dat is niet mis: 600 euro inschrijvingskosten en dan 200 euro per maand. Dat aspect wordt door de schoolbegeleiding en beetje aan de kant geschoven en dat is jammer. Als je wil, kan je dat geld vinden is zo’n beetje de boodschap heb ik de indruk en dat is natuurlijk wel zo. Maar jammer genoeg hebben noch Egons vader noch ik een regelmatig inkomen en dit zou wel een hele grote hap uit ons budget halen.

Ik besluit dus nog even af te wachten, het allemaal grondig door te praten met D. en Elmo en vooral om niet overhaast te werk te gaan. Zoonlief is natuurlijk totaal begeesterd.

Ik koop nog snel het boek van founding father Daniel Greenberg : A clearer view: New Insights into the Sudbury School Model.

Na veel wikken en wegen besluiten we samen om voorlopig toch niet voor de Ting Schüle te kiezen. Met spijt in het hart, echt waar. Want ik blijf dit concept ronduit fantastisch vinden.

Maar…er zijn een aantal zeer goeie redenen om er niét voor te kiezen:

* Elmo’s huidige school is zeer multicultureel én tweetalig met alle problemen en uitdagingen die er bij komen kijken. De Ting Schüle is unicultureel en ééntalig, ik vind dat jammer want op die manier blijft het (willens nillens) een blanke eliteschool.

* Zijn school doet ook ontzettend zijn best om op een speelse manier de kinderen cultuur én respect voor natuur bij te brengen

* het geld dat we uitsparen door hem niet naar de Ting Schüle te laten gaan, kunnen we voor andere dingen gebruiken, zoals reizen of boeken, of computers, cursussen…

* alle verantwoordelijkheid aan het kind laten, lijkt me ontzettend moeilijk. In de vrijheid schuilt natuurlijk erg veel verantwoordelijkheid, zou onze zoon dat aankunnen? (ik denk het wel, dus dit is geen valabel argument 🙂

De eentaligheid en het schoolgeld hebben uiteindelijk de doorslag gegeven. Met spijt in het hart, want ik weet ook dat dit systeem Elmo op het lijf geschreven is. Dat is het niet voor iedereen, laat dat duidelijk zijn!

Ondertussen zijn we een paar maanden verder en Elmo haat nog steeds het concept ‘school’ (zelfs al beseft hij echt wel dat hij met zijn gat in de boter is gevallen). Hij droomt nog steeds van ‘zijn’ Ting Schüle.

Het bezoek aan de Ting Schüle heeft me wel van één ding overtuigd: nooit ofte nooit zal onze zoon terug naar het Franse systeem gaan.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Kindvriendelijke schoolomgeving

Kindvriendelijke schoolomgeving

Verhuizen in Berlijn- deel 2

Verhuizen in Berlijn-deel 2

Afbeelding

Jaja het is zover.

Ik heb een huurappartement gevonden! Uit de vorige post was het iedereen wel duidelijk dat huren in Berlijn geen sinecure is. Het lijkt wel op werk zoeken waarbij je verschillende stadia moet langsgaan, documenten indienen en –jawel- solliciteren.

Uiteindelijk had ik zelfs de keuze tussen 2 appartementen want de ene vrouw had toch “zo hard voor mij gevochten” om me toch een kans te laten bij die fameuze Hausverwaltung. Ik moest haar wel alle mogelijke bewijzen geven dat ik de huur wél zou betalen (lees: een in het Duits geschreven brief van minstens 2 leden van de familie mét bewijs van de bank dat ze borg voor me zouden staan én een bewijs van inkomen of uittreksel van de bank). Waanzin.

Het was alsof ik haar eeuwig dankbaar moest zijn, terwijl het eigenlijk omgekeerd is: zij verdient in één klap zo’n 2500 euro in 2 bezoeken.

Wat wil een mens nog meer??

Maar dat we dat appartement gingen hebben, wist ik pas 3 dagen voor het tekenen van het huurverdrag. Terwijl ik 3 weken daarvoor mijn aanvraag had al ingediend.

Dus was ik lekker verder wezen kijken en op aanraden van onze makelaar toch naar een appartement in de Mitte (dat is zowat het centrum van Berlijn, waar het Museuminsel, de Dom, de Haeckescher Markt, Alexanderplatz…gelegen zijn) gaan kijken.

Geen haar op mijn hoofd wou in de Mitte zitten wegens te duur, te veel toeristen, te hip. Ik had mijn pijlen gericht op Schöneberg, waar onze zoon over 2 jaar naar school zal gaan.

Maar hé, kijken kost niks (voorlopig toch niet) en ik was meteen weg van het- we moeten daar eerlijk in zijn – heel atypische want U-vormige appartement. Derde verdiep van een geklasseerd huis, dus heel veel licht, een open haard (!) een reeds geïnstalleerde keuken en dito gordijnen. Dat is voor mij een ongelooflijke plus want ik zag het echt niet zitten om voor de zoveelste keer naar de Ikea te gaan, maten te meten en een keuken kiezen, inrichten, wachten op leveringen, verkeerde bouten terugbrengen enz. Been there, done that.

En een balkon die naam waardig met zicht op een heel mooi semi privé parkje  waar helaas een hondenverbod geldt.

Omdat het om een geklasseerd huis gaat, is de huurprijs voor zulke toplocatie (op exact 300 m van het Bode museum, voorkant zicht op koepel van de nieuwe synagoge, achterkant op de Sophienkirche) zéér redelijk: zo’n 8 euro/m2.

Afbeelding

Het ligt ook zeer gunstig wat betreft het openbaar vervoer. Héél belangrijk in deze stad.

Recht tegenover ligt het Mont Bijou park aan de Spree met daarin een openbaar openluchtkinderzwembad (wow, ik begin al op z’n Duits superlange woorden te maken!) Zeer vol maar zeer leuk als het zoals nu overdag zo’n 31°c graden in de schaduw is. Ook Strandbar Mitte ligt om de hoek. Hier kan je tussen de palmbomen in een ligstoel een pintje kan drinken of ’s avonds kan gaan dansen of nog gaan kijken naar theaterstukken of concerten in een soort van provisoir opgestelde houten burcht. Het is hetzelfde theatergezelschap dat ook in de winter actief is in 2 boshutten waarover ik hier een stukje heb geschreven.

De opdeling van het appartement is weliswaar niet ideaal: 1 kamer is namelijk een doorgangskamer. Typisch Berlijns met die zogenaamde Berliner Zimmer die eigenlijk een overgangskamer is van het voorhuis naar het zij-of achterhuis. Je moet dus door die Berliner Zimmer (nu de keuken) én de  een slaapkamer als je naar de woonkamer of naar het terras moet. Maar de voordelen wegen niet op tegen de nadelen en het besluit is snel genomen: ik bel de makelaar en zeg dat ik ervoor ga. Maar ze belt me terug om me te zeggen dat de eigenaar eigenlijk al zijn oog al had laten vallen op iemand anders. Iemand met meer credibiliteit, je weet wel, alles wat ik in mijn vorige blogpost heb aangetoond en waar hier zo’n belang aan wordt gehecht.

Maar ik ben een vechter en bel even later terug, nog niet verslagen:

“ ja maar, stel dat ik 1 jaar lang de huur op voorhand betaal?”

“Ok, ik probeer het.” Zegt de makelaar.

“Nope” zegt de eigenaar.

En even later:

“Maar 2 jaar, daar wil ik wel over nadenken.”

Jezusmina! 2 jaar huur! En onze loft is al wel verkocht maar nog niet betaald. Waar ga ik in godsnaam al dat geld gaan halen?

Er zit maar 1 ding op: aan de familie een lening vragen. Dat is niet leuk maar misschien ook niet zo erg. Het is immers kwestie van een paar weken voor de werkelijke eigendomsoverdracht in gaat.

Dat vooruit betalen is op zich misschien wel heel smerig maar anderzijds is het ook wel een zekerheid: een zeker budget, en normaliter kunnen ze ons er ook niet direct uit gooien.

Afijn, resultaat van dit alles: huurcontract getekend, en een 18 jarige dochter die in de wolken is over het feit dat we nu eindelijk, eindelijk na al die jaren in de middle of nowhere,  midden in de actie gaan wonen J

Berlijn: je bent nog steeds arm, maar of je nog altijd sexy bent…?

AfbeeldingIk ben over het algemeen de goedheid zelve. Een tamme goedzak. Een hoogsensitiefje heel waarschijnlijk. Maar soms ben ik boos. Heel boos. Ik ben ook maar een mens.

Om persoonlijke redenen hebben we ons appartement te koop gezet en zijn we op zoek naar een huurappartement. De verkoop ging van een leien dakje en volgende week hebben we al een afspraak bij de notaris, maar het huren van een appartement is een regelrechte nachtmerrie. En ik wik mijn woorden.

Ik ben een werkloze schrijfster (journaliste, huisvrouw, lezer, manusje van alles, schrappen wat niet past…) zonder inkomen, zelfs zonder werkloosheidsvergoeding. Er komt exact 368 euro per maand op mijn rekening. Dat is het kindergeld.

Ons gezin heeft jarenlang geleefd van de aankoop en verkoop van ons (woon)huis en hier en daar een zomerverhuur of een schnabbel. D. is sinds een aantal jaren officieel artiest en verkocht (en verkoopt) af en toe een schilderij en met dat alles kwamen we rond. Geen vetpot natuurlijk, maar dat is ook niet nodig. We leven redelijk sober in vergelijking met veel van onze werkende vrienden. En we leven rijkelijk in vergelijking met het gros van de wereldbevolking. Begrijp me niet verkeerd, ik tel mijn blessings elke dag! Echt waar.

Dat is de prijs voor de vrijheid.

Alweer een verhuis?!

Photo: (c) Louise Vangilbergen

Een andere prijs die je moet betalen, is dat je hier gewoon geen appartement kan vinden. Berlijn is volledig zot  aan ’t draaien: de stad, gekend om zijn goedkope huizen en  heerlijk luie leven, een stad waar de pintjes goedkoper zijn dan mineraalwater, waar de concertzalen legio zijn, waar er 170 musea zijn en een half miljoen bomen, deze stad is volledig aan ’t veranderen. Vorig jaar zijn er hier naar verluidt zomaar eventjes 40 000 mensen komen wonen. Aangetrokken door de kwaliteit van het leven heel waarschijnlijk. Want jobs zijn er niet echt veel. Er heerst woningnood hoewel er veel leeg staat. Investeerders kopen hele delen van de stad op.  Een ander probleem is dat er veel eigenaars en huurders hun flat verhuren aan toeristen. Eigenaars hebben geld geroken en verhogen genadeloos de huren. Ik heb vrienden die 500 euro betalen voor een 100m2. Maar dat is voorgoed verleden tijd. Vaak worden ze uit hun huis gezet onder het mom van restauratiewerken. Zodat de eigenaars de huur kunnen verhogen. Nu moet je zo’n 1200 euro voor een 100m2 neertellen. Dat is nog niet veel in vergelijking met steden als Parijs of Londen maar in een stad waar een verpleegster vaak maar 1000 euro verdient en de uurlonen vaak niet hoger liggen dan 5 euro/uur moet je redelijk blijven.

Immo Berlijn

Immo Berlijn

Met de koop is het al niet veel beter gesteld. Eén jaar geleden hebben wij een loft gekocht in het voormalige Oost Berlijn. Dat hebben we gekocht met het geld dat we verdiend hadden door de verkoop van ons huis in Zuid Frankrijk. Nu hebben we onze loft te koop gezet. Eén (1) bezoek was er nodig om het te verkopen.

Er is blijkbaar zo’n tekort aan woningen die niét door investeerders worden opgekocht, dat individuele kopers al lang blij zijn dat er iets overblijft. Ik hoop echt dat onze kopers (een Berlijns koppeltje, helemaal in de wolken) hier gelukkig zullen zijn, maar eigenlijk twijfel ik daar niet aan. Ik vind het erg leuk dat ons “thuis” overgaat in een ander “thuis”.

De immobiliënsector boomt en op zich is dat een goeie zaak, een stad is een levend iets, ik doe daar echt niet flauw over en profiteer ook mee van deze trend. Bovendien waren de huur- én koopprijzen in Berlijn echt wel belachelijk laag en konden die wel een opwaartse boost gebruiken. Maar het gaat allemaal veel te snel en alle verhoudingen zijn zoek. Veel Berlijners kunnen het al lang niet meer trekken, en gaan op zoek naar alternatieven. Er zijn nog geen ghetto’s zoals in de Parijse banlieues maar de kans is groot dat die er binnen de kortste keren wél gaan zijn. Het tij kan nog gekeerd worden, maar dan moet er nu worden gereageerd. Dat gebeurt al wel. Zo zijn er bijvoorbeeld in het stadsdeel Pankow strikte regels opgesteld zodat speculatie er erg moeilijk wordt.

Die woningnood betekent natuurlijk ook dat er voor één woning vele kandidaathuurders zijn. Ik heb al zo’n 11 woningen bezocht. Het is een halftijdse job.

Soms zijn ze al verhuurd voor er bezoeken zijn geweest.

Vaak bezoek je die appartementen samen met andere kandidaten, soms krijg je een enkel bezoek en ontvangt de makelaar je persoonlijk. Dat mag ook wel, de makelaar krijgt immers een flinke provisie, meestal zo’n 2 keer de huur + BTW.  Als huurder moet je dus zélf op zoek naar een woning  én moet je bovendien nog een makelaar betalen. In de meeste appartement staat geen inbouwkeuken dus dat moet je ook nog betalen. Als je er dan terug uitgaat, verkoop je die door aan de nieuwe huurder of neem je je keuken terug mee. Goed gezien van de eigenaar: geen kosten voor aankoop en geen risico op brokken. Iedereen wint, behalve de huurder uiteraard. Die is de pineut.

Bovendien moeten én de makelaar, én de Hausverwaltung (een soort Huurraad) én de eigenaar akkoord gaan met je kandidatuur.

Als je een woning wil huren, moet je dus alles op tafel leggen, letterlijk: je persoonlijke financiële situatie, je huisdieren, er wordt zelfs gevraagd of je een muziekinstrument bespeelt. Ik heb over mijn basgitaar en dochter’s drumstel wijselijk gezwegen 🙂

Nu begrijp ik dat je als eigenaar op zeker wil spelen. Ik ben zelf al jaren eigenaar. Huurders worden erg goed wettelijk beschermd. Dus is het erg belangrijk dat je voor de juiste huurders kiest. Maar er zijn grenzen. Het feit dat we geld op de bank hebben staan is voor hen geen garantie. Er moet namelijk maandelijks geld binnenkomen. Mijn Schufa (soort van officieel papier dat laat zien welke leningen je hebt lopen en welke schulden je hebt) is maagdelijk (en dat is blijkbaar uiterst zeldzaam) en onze loft is bijna verkocht . Bovendien staat er genoeg op de bank om de 3 maanden garantie, de 2,5 maand provisie aan de makelaar (!), de kosten voor de nieuwe keuken én 12 maanden huur te betalen. Wat wil een mens nog meer?? Wel, ze willen nog veel meer. Je wordt genadeloos uitgekleed en vernederd. Want het is blijkbaar beter om een baan te hebben, zelfs als je je elke avond genadeloos lazarus zuipt, 2 pakjes St Michel zonder filter per dag rookt, de coke genadeloos door je neusgaten jaagt, je huur al eens vergeet te betalen en het net gerenoveerde appartement in no time naar de verdoemenis helpt, een grote auto voor de deur hebt staan om je vrienden jaloers te maken, zelfs dan zal je nog steeds de voorkeur hebben op iemand als ik.

Iemand die niet in een hokje past. Iemand die creativiteit en vrijheid hoog in het vaandel draagt, die liever studeert en schrijft en leest en aandacht heeft voor anderen. Iemand die thuis is als de kinderen van ’t school komen en die een carrière niet nodig heeft om zijn/haar ego te boosten. Iemand die dus perfect in een zogenaamde creatieve en onconventionele stad past. Of dacht te passen.

Waar moeten al die kunstenaars gaan wonen? De start up mensen? De muzikanten? De schrijvers?

Ik ben boos. Echt boos. Ik weet dat ik de gevolgen van mijn (al dan niet) professionele keuzes moet dragen, maar ik vind dit zo onrespectvol, zo getuigen van kleinburgerlijkheid, zo dwaas en dom en onrechtvaardig…

Hoelang gaat Berlijn zijn reputatie als creatieve hoofdstad nog kunnen waarmaken?

Je kan geen krant of artikel over deze stad openslaan of men citeert er wel ergens “Berlijn is arm maar sexy”, ooit opgetekend uit de mond van Klaus Wowereit, onze ietwat excentrieke burgemeester die stilaan maar zeker zijn pluimen aan het verliezen is. Zijn stad, waar ik zielsveel van ben beginnen houden, is een ruwe diamant. Met de nadruk op ruw. Het is hier ongelooflijk zalig wonen, het vele groen en open spaces zijn geweldig, de mensen over het algemeen vriendelijk en open, op cultureel gebied valt er onwaarschijnlijk veel te beleven,  en –kers op de taart- vegetarisch/vegan eten is hier meer regel dan uitzondering. En zelfs het klimaat valt hardstikke mee, iets wat lekker meegenomen is, want dat had ik al helemaal niet verwacht.

Maar deze situatie moet worden rechtgetrokken, zodat Berlijn Berlijn blijft en niet overgaat in een steriele Europese stad, zoals er tegenwoordig al te veel zijn.

Foto: Nathalie Dewalhens

Meer lezen?

Artikel (Engels) over de immobiliënboom uit Der Spiegel en zeer goeie blogpost van Vincent Kompier over verdwenen Berlijners.