Van het Oosten naar het Westen

Strausbergerplatz.jpg

Strausberger Platz, de Karl Marx Allee en de typische stalinistische architecturale suikertaartstijl.

 

Berlijn heeft -en daarin verschilt de stad echt wel van de meeste andere steden- geen echt stadscentrum. Christian Prigent schreef hierover:

“ A Berlin l’histoire a fait que la ville entière était stricto sensum intra murum. Qu’elle pivotait et vivotait comme elle pouvait dans cette insularité. Qu’elle n’était pas disposée dans une rationalité géographique stricte, puisque l’Histoire avait perverti la géographie. Que, par exemple, autour, c’était l’Est partout, même à l’Ouest. Que son centre n’était pas en son centre. Qu’elle ne s’émmitouflait d’aucune banlieu (c’est bien sur en train de changer,maintenant que la ville dégorge au-delà du tracé périphèrique du Mur). Ainsi dans cette ville pascalienne malgré elle le centre était à la fois nulle part et partout.” *

Hij gaat nog even verder en claimt dat er nog steeds geen geünificeerd Berlijn is, maar dat de tweedeling nog steeds actueel is. En ik kan hem daarin echt geen ongelijk geven.

Mitte.jpg

Mitte


Ik heb 5 jaar in het Oosten gewoond en ben onlangs naar het Westen verhuisd.  Voor mijn verhuis, moest ik even house-sitten op het huis van vrienden in Kreuzberg (Xberg). Op vakantie in Berlijn! Geen overdrijving, het voelt echt aan als vakantie want het verkennen van een ander stadsdeel (Kiez of Bezirk) is altijd een beetje een avontuur. Ik heb de reisgids “500 hidden secrets of Berlin” geschreven en ken de stad echt wel redelijk goed. Maar je komt toch iedere keer wel op nieuwe plaatsen, een ontdekkingsreis in eigen stad, dat doen veel mensen al lang niet meer en dat is eigenlijk ontzettend jammer. Berlijn is groot en er valt altijd wel iets nieuws te ontdekken; een plaats, een bar, een herinnering, een ontmoeting…

Potzdamer Platz.jpg

Potzdamer Platz. Ooit stond hier de muur. Nu is het een onpersoonlijke, winderige en niet erg interessante plek in de stad.

 

Ik logeerde in Über-hipster land. Dat is de buurt rond de Paul Lincke Ufer. De Kiez is al lang geen hidden secret meer. En met recht: het is er ongelooflijk aangenaam dwalen langs het kanaal, genietend van een de zon en van de talrijke mini-tafereeltjes. Bij zonsondergang gaan veel mensen een biertje drinken op een van de vele bruggetjes of gewoon zittend langs het kanaal. Enkel bekeken door de immer statige zwanen en af en toe een nieuwsgierige passant zoals ondergetekende.

Kreuzberg ligt in voormalig West-Berlijn en was in de jaren tachtig heel populair bij de Turkse immigranten, niet gehinderd door de vele kraakpanden en de vele punks en andere andere anarchisten. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was Xberg namelijk ontzettend populair bij de links-intellectuelen en nog steeds is 1 mei het grote buurtfeest waar wel een miljoen mensen aan deelnemen. En is het Bezirk over het algemeen een schoolvoorbeeld van hoe verschillende culturen wel respectvol met elkaar kunnen omgaan.

Viktoria park.jpg

Zicht op Berlijn vanaf Viktoria Park (Kreuzberg)

Een aantal straten in Kreuzberg zijn vergeven van bars en clubs en die trekken dan weer de clubbers aan. Rollerturis noemen ze we hier, of wat minder poëtisch: Ryanair-of Easyjet toeristen. Ze komen naar hier, aangetrokken door het wilde en goedkope nachtleven van Berlijn, hebben zelden respect laat staan interesse voor de stad, en vertrekken moe en misschien ook wel voldaan weer naar huis.

De straat waar ik logeerde is er momenteel van gespaard gebleven. Het is er rustig en groen en er zijn zomaar eventjes drie excellente koffiebars binnen de 200 meter van de flat. Een zegen voor een koffieliefhebber .

Voor het eerst in maanden, misschien wel in jaren, had ik een vakantiegevoel; dat gevoel van niets, maar dan ook absoluut niets hoeven te doen. Onbeschrijflijk is dat. Ik liep dan ook een tijdje met een dwaze beate glimlach rond en speelde het zelfs klaar om me niet te ergeren aan de wel zeer vele mannen in short met baard en een zwarte buldog aan een lederen halsband…. Waarom zijn hipsters toch  zo voorspelbaar? 😉

De gentrifizierung waar ik al eerder over schreef is hier al een aantal jaren aan de gang. Ook ik ben er slachtoffer van (en deels natuurlijk ook de oorzaak- niets is zwart en wit) en ik moest mijn super posh appartement met balkon met zicht op het park op een toplocatie in Mitte verlaten. Dat appartement heeft me menig mooi moment geschonken; zo waren de literaire salons die ik er organiseerde stuk voor stuk pareltjes. En ik vond er Vriendschap bij mijn onderbuurvrouw. Vriendschap met een hoofdletter, jawel.

Voor het eerst sinds mijn aankomst in Berlijn, woon ik in het Westen, iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Spannend toch? 

Mijn vakantie is Xberg is al een tijdje geleden en dat vakantiegevoel heb ik helaas niet kunnen vasthouden. Maar toch…het is bijna zonsondergang: tijd voor een biertje bij de Späti en een rustig plekje aan het kanaal .

 

*Berlin sera peut-être un jour. Christian Prigent. Ville Brulle Eds La. 2015.

dav

dav

Advertenties

Straßenpenner

Berlijn wordt overspoeld door bedelaars. Straßenpenner noemen ze die hier. Ze zijn overal: op straat, in de parken, in de metro’s, voor de banken.

Deze stad heeft namelijk niet alleen een geweldige aantrekkingskracht op filmmakers, toeristen en/of andere hipsters. Maar steden trekken ook mensen aan, die denken dat het hier wat makkelijker zal gaan, dat het leven hier iets zachter is.  Dat is het niet.  Berlijn is niet enkel een geweldige stad om in te wonen wegens de vele parken, de immense vrijheid, de geweldige energie en het prachtige licht maar het is ook zwaar gesubsidieerd en nog steeds zeer arm.  En economische groei zit er niet in. En dat in één van ‘s werelds rijkste landen.

Dat beseffen niet alle gelukzoekers. Een flink aantal onder hen hebben bovendien een zwaar alcoholprobleem en roken als een ketter. Wat uiteraard de situatie er niet makkelijker op maakt.

Soms verkopen ze een daklozenkrant. Daarvan zijn er hier zelfs twee. Een exemplaar kost anderhalve euro. Daarmee kunnen ze een slaapplaats krijgen in één van de opvangcentra hier in de stad. In de winter is dat een absolute must. Dan bieden parken en portalen echt geen alternatief meer.

Soms geef ik iets, soms niets. Soms krijgen ze mijn glimlach. Even vaak doe ik als de meeste mensen en kijk ik weg. Of doe ik alsof ik net een zeer belangrijk bericht heb gekregen op mijn telefoon. Bang van de confrontatie.

Laatst was ik in de bank om geld af te halen.

Geld uit de muur halen gebeurt in Duitsland vaak in een lokaal voor de bank. De Berliner Sparkasse in de Torstr. maakt hierop geen uizondering. Het is ook heel regelmatig dat je hier strassenpenners vind die hier liggen te pitten, vooral in de winter. Het stonk er die dag verschrikkelijk en ik moest even wachten tot er een automaat vrij was.

Ik had dus tijd om naar de persoon in de hoek te kijken. Ze (ik denk dat het een vrouw was, maar ben daar niet zeker van) lag te slapen, uitgedoofde sigaret nog tussen de vuile vingers. Haar leeftijd is erg moeilijk te schatten, maar ik gok op nog geen 40. Twee lege flessen wodka lagen naast haar. Een pak vieze en vuile kleren en dekens bedekt haar lichaam. Een paar euros liggen verspreid langs haar. Ongetwijfeld van mensen met meer mededogen dan ik.

Maar wat me de adem benam (en dan spreek ik niet over de stank die van de persoon uitging) was het boek dat voor haar lag.

La phénoménologie

La phénoménologie”. In het Frans. (zou ze Frans zijn of gewoon de taal machtig zijn ?).

Laat dat nu nét de filosofische richting zijn die me enorm aanspreekt.

Ik wou een foto maken, maar voelde te veel schroom. Ik was ook totaal verward. Is dit een slechte grap? Verborgen camera? Of heeft iemand dat boek daar voor haar neergelegd? En waarom zou die dat dan doen?

En waarom zou een dakloze geen filosofie lezen?? Wat is haar verhaal? Hoe is ze hier terecht gekomen?

ryan-arcand

Foto: (Rick Bremness/CBC)

(klik op de foto voor het verhaal van deze muzikale Amerikaanse bedelaar)

De werkelijkheid is rauw: dit is geen grap. Dat ik geld uit de muur moest halen, was ik alweer vergeten. Ik ging naar de bank om een slag in mijn gezicht te krijgen. Het leven kan verdomd gemeen uit de hoek komen en er is niet zo heel erg veel nodig om op straat te belanden. Want iedereen, zonder uitzondering, kan hier, in het portaal van de Berliner Sparkasse belanden, en zijn pijn proberen te verzachten met wodka en de wereld te begrijpen door het lezen van filosofie. Dat het hier nu net om de fenomenologie gaat, maakt het plaatje alleen nog schrijnender. Fenomenologie is een benadering in de filosofie die als doel heeft het bestuderen en beschrijven van de werkelijkheid zoals ze verschijnt in de concrete ervaring. Alles is perceptie. De twintigste eeuwse filosofen en fenomenologen Heidegger en Merleau Ponty beschreven de wereld zoals de fenomenen zich aan hen voordeden. Niet de fysika is hun werkelijkheid maar de geleefde werkelijkheid: de wereld zoals we die beleven. Voor Martin Heidegger is de dood de fundamentele horizon van ons bestaan. Ons leven krijgt pas zin omdat de dood altijd volgt. Dat we zullen sterven, weten we zeker: hij spreekt over de Gewissheit van de dood. Hij beschreef ons bestaan als een ‘ten-dode-zijn’ (Sein-zum-Tode).

 Jean –Paul Sartre vond dat weer klinkklare onzin: het leven zelf geeft zin aan het leven. De dood ontneemt dat nu juist. Want na de dood houdt het leven op.

Ze hebben allebei gelijk.

Een paar dagen na mijn bezoek is de Torstr. afgesloten van alle verkeer. Er is namelijk een dode gevallen in de Berliner Sparkasse. Eerst werd er niet uitgesloten dat het om moord ging. Maar uiteindelijk bleek het om een natuurlijke dood te gaan. De wodka zal zijn verwoestend werk hebben gedaan. ‘Mijn’ fenomenologische Straßenpenner is niet meer.

Ze zal niet in vrede rusten, dat doet niemand. Want na de dood is er niks meer. Maar aan haar lijden is gelukkig een einde gekomen. Moge de overgang van de roes naar het absolute niets zacht geweest zijn.

Een doodgewone zondag op de rommelmarkt

Het Bodemuseum tijdens Het Feest van het Licht

Het Bodemuseum tijdens Het Feest van het Licht

Eén van mijn favoriete rommelmarkten in Berlijn is die aan het Bodemuseum. Elke zaterdag en zondag proberen hier (winter én zomer) allerhande lui hun waren aan de man of vrouw te brengen. Officieel is het een boekenmarkt. De meeste boeken kosten 1 Euro. Ik heb er al pareltjes gevonden.  Zoals obscure DDR platen met geweldig lelijke hoezen. Het snuisteren is vaak nog leuker dan het kopen zelf.  Vorig weekend heb ik wel heel erg zot gedaan: ik heb namelijk 8 (acht) Euro uitgegeven.

Een mooie ruil, zie zelf maar wat die luttele euro’s me hebben opgebracht:

Afbeelding

Een heruitgave uit 1950 van de twee brievenboeken van Rainer Maria Rilke in excellente staat (auf Deutsch, naturlich!, al staan er ook heel veel Franse brieven o.a. aan Rodin in)

Een  gebonden  versie van Margaret AtwoodsThe Year of the Flood” uit 2009 .

Een plaat van de Beatles: ”Beatles Greatest”,  Nederlandse persing

Zo’n dingen maken me immens gelukkig.  Want een kamer zonder boeken is als een lichaam zonder ziel zei er ooit iemand. Over muziek kan men overigens hetzelfde zeggen.

Wat  me minder gelukkig maakt is het gesprek dat ik heb gehad met de platenverkoper.

Wat leuk is aan deze Beatlesplaat, is dat de tekst in het Nederlands is, het is nl. een Nederlandse persing.” zeg ik hem, terwijl de hond onder de platenbakken kijkt om te zien of er nog iets te bikken valt.

Echt, oh, dat had ik nog geeneens gezien! Bent u een Nederlandse dan?”

Neen hoor, dat ben ik niet, ik ben een Belgische.”

Oh ik zie.” Even stilte en dan komt het:

Wat zijn er toch veel extreem rechtse mensen in België!”

Qué?

Wablieft? Waarom zegt u dat, hoezo??”

Kijk, ik krijg hier elke week weer Belgen aan mijn kraam die vragen naar oorlogsmemorabilia. Naar oude nazi geschriften en zo.  Dat hou je toch niet mogelijk!! Hebben ze dan helemaal niks geleerd uit de geschiedenis?”

Ik weet natuurlijk dat dat soort volk bestaat. Ik negeer het vaak, verberg deze kennis in een kamer van mijn brein die eigenlijk al overvol is. De verhalen van mijn grootouders én ouders over “Den Duits” ben ik nog lang niet vergeten. Ik weet nog uit de eerste hand wat oorlog kan aanrichten.

Bovendien ben ik nog onder de indruk van Der Kriegerin, een Duitse film die ik deze week heb gezien over Duitse neo-nazis . De film is niet zonder fouten maar drukt je wel met je op de feiten.

En ze zijn duidelijk niet alleen in Duitsland. Het gespuis zit overal.

Ik leg hem uit dat er bij de laatste verkiezingen in België in 2010 “slechts” 7,8 % procent van de Vlamingen op het Vlaams Belang hebben gestemd en een luttele 0,5 %  procent van de Walen op het Front National. Beide naar mijn weten de enige extreem rechtse partijen van België. Onze buurlanden (met uitzondering van Duitsland) doen het veel slechter. Zie bijvoorbeeld deze kaart overgenomen uit Le Monde Diplomatique van maart 2014.

Afbeelding

Ik betwijfel of  alle stemmers op deze partijen ook echt extreem rechtse zakken zijn. Ik hoop dat het proteststemmen zijn. Laat mij hopen.

Ikzelf ben telg uit een Waals en uit een Vlaams geslacht. Ik ben ook tweetalig opgevoed. Spreek Frans met mijn zus en Nederlands met mijn broer. Heb 9 jaar in Frankrijk gewoond maar heb eigenlijk voornamelijk Vlaamse vrienden. Belgischer maak je ze niet meer. Of misschien wel: mijn zoon spreekt ondertussen de 3 landstalen en zijn zus volgt met rasse schreden.

Ik leg de verkoper uit dat zulke rommelmarkten misschien ook zulk soort volk aantrekken. Niet zelden zie je immers heelder oorlogsmemorabilia uitgestald of hele foute boeken, of bepaalde militaire prullen die immens populair zijn bij dat soort mensen. Openbaarheid van fascistische symbolen is in Duitsland verboden en zal je dus nooit vinden maar er gebeurt heel veel, in de woorden van mijn verkoper, “onder de tafel”.

Totaal verbijsterd ben ik. Ik wil helemaal niet behoren tot een volk dat bekend staat om zijn totaal verwerpelijke denkbeelden! Over het algemeen zijn Belgen net overal zo’n graag geziene gasten. Omdat ze eenvoudig zijn, bescheiden, open en gastvrij. Daar wil ik me mee vereenzelvigen!  Ik ben niet beschaamd om Belg te zijn, verre van, maar ik ben er ook niet bepaald fier op. Ik voel me een wereldburger. We zijn binnenkort met 10 miljard en delen voorlopig slechts 1 planeet die we dan nog met tal van andere niet menselijke dieren moeten delen. We kunnen maar beter goed met elkaar opschieten. Of tenminste goeie afspraken maken. Ik Het belang van onderwijs en opvoeding kan niet genoeg benadrukt worden, en met onderwijs bedoel ik niet zozeer het klassieke onderwijs , daartegen heb ik hier maar ook hier al zwaar gefulmineerd, maar een moderne opvoeding en dito onderwijs gebaseerd op vrije wil, op openheid, op interesses kortom op GOESTING. En bitte, zorg nu eens eindelijk voor dat basisinkomen voor iedereen, zodat niemand nog met de vinger gewezen kan worden. Maar ik wijk af.

Ik tik de verkoper op de arm: “oh denk maar niet dat alle Belgen zo zijn hoor, de meesten van ons, zijn gastvrij, vriendelijk en lief. “

Hij denkt weer even na.

Da’s waar, dat heb ik in België op vakantie ook ervaren.”

Oef. Zo hoort het.

charlier3

Bron: RBB museum.
J. Charlier, Multiple timbre-poste, 49 x 39 cm, Zeefdruk op papier, collectie van de Nationale Bank van België, Inv. nr. A001669, 2000. – Een ander duidelijk voorbeeld van het Belgicisme in het werk van Charlier; een postzegel met de personificatie van België wordt voorgesteld met de symbolen van haar drie gewesten: de leeuw, de iris en de haan

Zo simpel kan emigreren zijn:

“Hé, zouden we eens niet naar een stad verhuizen?”

JA JA JA !” zei onze 17- jarige dochter. “JA !” (iets minder enthousiast toch)  onze 8- jarige zoon die zich al verheugde op de talrijke speeltuinen .Na 9 jaren op het Zuidfranse platteland te hebben gewoond, wilden we wel eens de energie van een stad voelen. Een stad met Cultuur.

Het Zuiden is fantastisch. Het licht, de zon die 300 dagen per jaar schijnt, de fantastische markten en de zongerijpte groenten. En dan vermeld ik nog niet eens de talrijke zomeravonden waarin we de wereld herschapen onder het genot van een goed lokaal wijntje en dito tapenade. Maar het is tijd om te veranderen.

Maar noch D.  noch ik hebben een vast inkomen . Ik verdien een beetje bij als freelance journaliste en hij is kunstenaar enverkoopt redelijk wat werken, maar je kan moeilijk spreken van een regelmatig inkomen. Dat heeft  zijn gevolgen: zo kunnen we geen huis huren in Duitsland. Berlijn is heel gewild de laatste jaren, (luister bijvoorbeeld naar Lail Arad 🙂 , er is een rush naar leuke appartementen en de keuze van een eigenaar valt steevast op iemand die kan bewijzen dat er elke maand geld op de rekening staat.

We moeten dus iets kopen. En liefst iets groots. Want we werken thuis. We zijn met zijn zessen. Met elk nogal wat behoefte aan privacy. En de hondachtigen onder ons eisen een park in de buurt.  Nu dat laatste is alvast geen probleem. Parken zijn er overal. Dat is één van die dingen die Berlijn Berlijn maken. We zoeken dus een 200m2 flat in hartje Berlijn met een groot terras en in het groen. Mmmm. Gemakkelijk gezegd dan gedaan. Want het sprookje dat Berlijn spotgoedkoop zou zijn, is wat het is: een sprookje. De tijd dat je een 300 m2 appartement kon kopen voor een appel en een ei ligt al heel lang achter ons. Maar in vergelijking met Parijs of Londen, is het nog steeds goedkoop. We moeten dus kiezen in welke stadsdeel we willen zitten. De stad is 9 keer zo groot als Parijs en elke “kieze” is anders. Sommige “kiezes” (stadsdelen) zijn zwaar gegentrificeerd (=veryuppiet) zoals Prenzlauer Berg, Mitte of Friedrichshain, andere zijn absoluut onhip en not done. En aangezien de “gentrified” delen totaal onbetaalbaar zijn geworden, willen we -noodgedwongen 🙂 -absoluut voor het onhippe gaan.

Maar het toeval wil dat de verkoop van ons huis heel slecht verloopt. De nieuwe koopsters denken dat we hen bij alles in het zak zetten. Ik ben echt nog nooit zo’n achterdochtige mensen tegengekomen. Elke lamp wordt gecontroleerd, elke anomalie (als je van anomalie kan spreken) wordt uitvergroot. En we geven iedere keer toe. Omdat we mensen graag blij maken, omdat we denken dat ze toch zo slecht niet kunnen zijn,  omdat we nu eenmaal zo zijn. Maar emotioneel was het een enorme klapper. Want elk woord van ons wordt verdraaid, elke geste wordt een geste tegen hen. Je kan het zo gek niet bedenken. Ons gezin lijdt er zwaar onder.

Ik kan dus niet wachten om naar Berlijn te vertrekken en zulke slechte ervaringen achter me laten. Maar het toeval wil dat de laatste tijd onze muziekgroep wat professioneler wordt en vooral vriendschappelijker. We geven ons eerste en enige optreden (D. drumt, ik zing) en het was heerlijk. Er worden hechte vriendschappen aangeknoopt en vooral Dominique begint zich nu echt wel thuis te voelen in ons dorp. Als kunstenaar  kan hij uiteraard overal werken. En zelfs al wil hij de polsslag van de stad voelen, het afscheid is deze keer wel erg zwaar. Zwaarder dan de verhuis van België naar Corsica of van Corsica naar het Franse vasteland.

Uiteindelijk vinden we een groot appartement op vlakbij het station van Lichtenberg. Lichtenberg zal het dus worden. Gekend voor zijn plattenbau,  het grote aantal Russen, Vietnamezen en neo-nazis. Dat zijn tenminste de ideëen die erover de ronde doen. Stereotypes die mensen in het leven hebben geroepen. Maar ik ben koppig. En ik hou ervan om een vreemde luis in de pels te zijn. Dus wordt Lichtenberg ons nieuwe thuis. Oost Berlijn. Ons Berlijn. Op een steenworp van Alexanderplatz. Spannend toch?