Herfstige ontmoetingen

2015-09-21 15.00.07Herfst in Berlijn is misschien nog mooier dan de zomer. En dat wil wat zeggen.

Het licht is zachter in het najaar, het publiek op en rond het Museumeiland ook.

Berlijn is ingedeeld in verschillende districten, ieder met zijn eigen identiteit. Ik woon in hartje Mitte. Het oude Oosten als het ware. Slechts een brug en een straat scheiden me van het fameuze Museumeiland. Op zondag flaneer ik er zeer graag. Het is er dan boek-en antiekmarkt. Het antiek is aan de kitscherige kant, maar de boeken bijna allemaal aan één Euro. Ik tracht, maar kan niet met lege handen naar huis komen. Vandaag is geen uitzondering:

20150920_175319

Ik ben wat blij met mijn handleiding voor een Trabantje, vooral met alles wat erin zit: persoonlijke aantekeningen en krantenknipsels. Altijd een feest! Ik koop ook nog een exemplaar van Jedermann uit 1947. En zelfs nog rode satijnen handschoenen. Het kan niet anders of ik ben in een serieuze Ostalgische bui. Kostprijs van dit alles is 12 Euro . Dat overstijgt ver mijn zondagse budget maar ik ben in een gulle bui vandaag.

Aan de Humboldt universiteit op Unter den Linden staan ook altijd een paar zeer goeie boekverkopers. Op weg daarheen kom ik een aantal oude bekenden tegen:

20150920_16432120150920_170017-1

20150920_170301 20150920_170048 2015-09-21 14.56.36

Ik kan het ook niet laten om weer een kijkje te nemen in de Neue Wache.

Het (uitvergrote) Moeder en Kind beeld van Kathe Kollwitz weet me iedere keer ontzettend te ontroeren. Het is een ode aan alle slachtoffers van de oorlog. Elke oorlog. Kollwitz verloor haar zoon in de eerste wereldoorlog. Hij was amper 18 jaar oud. Het beeld staat onder een open gat in het dak, zodat het altijd onderhevig is aan regen, wind, zon en sneeuw. Het is helaas nog steeds brandend actueel.

Neue Wache

Neue Wache

Ik slik mijn ontroering weg. Mijn rugzak ondertussen nog ietwat verzwaard door twee boeken van voor mij onbekende auteurs:

20150920_175302

Niet toevallig hebben deze boeken de zee als onderwerp. Ik ben nog niet zolang terug van een vakantie naar Belize en Mexico waar ik hoofdzakelijk in gezelschap van zeebiologen verkeerde. Heb ook nog gezwommen in het gezelschap van nurse sharks, walvishaaien, zeeschildpadden en nogal wat andere zeebeestjes. Dat doet blijkbaar wat met een mens.
Ik laat het Museum van de Duitse geschiedenis rechts van me en wandel terug via de Platz der Märzrevolution waar ik nog mooie ontmoetingen heb met o.a. Schiller, Gorki en Von Kleist. De lucht is staalblauw.

2015-09-21 14.54.10

Even voorbij de Strandbar aan het Bode Museum, besluit ik nog een bezoekje te brengen aan de splinternieuwe galerij Bernheimer Contemporary – het is tenslotte Berlin Art Week- en word er als het ware omvergeblazen door het werk van de Italiaanse Annemarie Delleg.20150920_173339

Haar werk is van een intensiteit dat ik niet meer zo vaak tegenkom in de hedendaagse kunst. Het is Art Brut op z’n best.

Thuis wacht me een opgewekte zoon, die me meteen in de Minecraft wereld gooit, mijlenver verwijderd van de Ostalgie waarin ik zoëven nog vertoefde.

Laat de herfst maar komen. Ik denk dat ik er klaar voor ben.

Jedermann

Jedermann

Lost in Berlin

DSC_4168-1              The Lost Lectures. Geen verloren lekturen maar een concept dat een paar jaar geleden in Londen het licht zag. Een soort TED talks voor hipsters. Plaats van het gebeuren wordt pas een paar dagen voor de voorstelling onthuld. In 2013 had de eerste Lost in Berlin plaats in Stadtbad Wedding. Dat was ontzettend leuk en leerzaam mede dankzij de deelname van oa. Julius von Bismarck en Peaches. Dit jaar heeft het plaats in Cinema Delphi, een bioscoop uit  1929 die uitzonderlijk goed geconserveerd is gebleven. Een ronduit prachtige locatie! Benieuwd of de gasten aan de setting zullen kunnen tippen!

Als eerste spreekt Annie Machon, een Britse ex-spionne en whistleblower. Ik ben van de eerste internet-generatie, hou van mensen die kunnen vertellen, die me niet vervelen, die snel en duidelijk zijn. Machon ontgoochelt me hoegenaamd niet. Het leven van een (ex) spion niet zo glamoureus als James Bond ons wel doet geloven. Ze vertelt over al die jaren dat zij en haar (ex) partner voor de MI5, de Britse geheime dienst hebben moeten schuilen nadat ze diezelfde dienst hadden aangeklaagd voor schendingen van de mensenrechten.

Tweede spreker is de Duitse cultuurwetenschapper Lutz Henke. Hij is gespecialiseerd in kunst in openbare plaatsen en is diegene geweest die verantwoordelijk was voor de fantastische muurschilderingen in de wijk Friedrichshain-Kreuzberg zo’n 8 jaar geleden. De Italiaanse street-art kunstenaar BLU(samen met de Franse JR) werd er op slag mee beroemd.

Voor

Voor

In samenwerking met BLU werd nu beslist om in één nacht tijd die kunstwerken zwart te overschilderen. Het gebeurde een paar weken geleden en Berlijn stond eventjes op zijn kop. Dit is als heiligschennis. Dit symbool van stadsvernieuwing en subcultuur kan je niet ongestraft verwijderen.

Tijdens (Foto: Lutz Henke)

Tijdens (Foto: Lutz Henke)

En toch waren er zéér goeie redenen om dit te doen. De werken kregen wereldwijde aandacht, ze werden als het ware “Raumbilder”: ze stonden voor een ideaal in de maatschappij. Blu en co hadden het in hun stoutste dromen niet gedacht, maar de beelden vertegenwoordigden een soort ideaal Berlijn. Een stad vol braakland met massa’s betaalbare woonsten en creatieve geesten. Met de gentrificering van de buurt verdwenen die betaalbare woningen en projectontwikkelaars namen die oude panden onder hun hoede. De oude fabrieken werden -oh-ironie- onbetaalbare artiestenateliers. Het beschilderen van de iconische beelden is dus een duidelijke wake-up call naar de stad toe. Ik woon nu bijna drie jaar in Berlijn en kan hun redenering erg goed begrijpen.

Derde “spreker” is Anna Konda, een vrouwelijke catcher en mede-oprichtster van de Berlijnse vrouwenvechtclub. Zij brengt wat bloot en wat ludieks in de zaal. Ze is groot en zeer struis en ongetwijfeld zeer sterk, maar ik vind het toch allemaal euh…een beetje te licht wegen.

Vierde gast is hét prototype van de verstrooide professor. 81 jaar is hij ondertussen, maar dit is nu al zonder twijfel dé lezing van de avond. In zijn grappig Duits-Engels vertelt Prof. Ingo Rechenberg van zijn vele reizen naar de Marokkaanse woestijn. Daar woont een spin die hij heeft ontdekt en die naar hem is genoemd: de Cebrennus rechenbergi. Hij ontdekte dat deze spin zich op een zéér uitzonderlijke manier voortbeweegt: al rollende. Hij en zijn team probeerden op basis daarvan een robot te maken. Vijf prototypes werden er gemaakt en het vijfde benadert eindelijk de perfectie. Prof  Rechenberg  brengt het allemaal licht en luchtig tot er een foto van Mars verschijnt. En het feit dat die Marsautootjes allemaal kapot gaan omdat ze wielen hebben die op het rotsige oppervlak van Mars geen kans hebben. En je beseft dat Professor Barabas hier heel waarschijnlijk met de NASA samenwerkt. En dat de nieuwe Rover ongetwijfeld op zijn prototype zal gebaseerd zijn. Wat één klein spinnetje in die verre woestijn allemaal vermag. Briljant.

Harald Hauswald is een wereldbekend straatfotograaf. Hij wordt geïnterviewd op de scène daar zijn Engels naar eigen zeggen (hij is opgegroeid in Oost-Duitsland) niet goed genoeg is. Het is heel interessant om te horen hoe het er aan toe ging hier in Berlijn voor de val van de muur.

DSC_4175 Uiteindelijk kenden creatief Oost-Berlijn iedereen iedereen en was er altijd wel een manier om een project van de grond te krijgen. De hoofdzakelijk zwart-wit foto’s van Hauswald zijn dan ook een neerslag van die periode. Een indruk van zijn werk, krijg je hier.

Als laatste komt  de Bulgaarse zangeres Dena het podium op gedwarreld. Zij woont al een jaar of tien in Berlijn. Haar bloednerveuze lezing gaat over de Bulgaarse muziek in de jaren negentig. De muziek waar ze mee is opgegroeid, die typische popmuziek uit de Balkan die “Chalga” wordt genoemd. Dat is een soort van Oost-Europese of Turkse muziek gecombineerd met dikwijls redelijk aangebrande teksten die meestal handelen over seks of geld. De vertoonde videoclips zijn ronduit hilarisch (vooral de man die Adidas promoot maar helemaal in Nike is gekleed) en tegelijkertijd om te huilen zo slecht. Ze probeert nog een feestje te bouwen door op het eind het publiek met servetjes te doen zwaaien net als ze dat in Bulgarije doen, maar daar is het publiek nog wat te tam voor en zij misschien nét niet enthousiast genoeg.DSC_4180

Bij de eerste Lost in Berlin was Peaches de laatste gaste. Haar speach en mini-performance hebben echt wel indruk gemaakt. Zoveel indruk zal Dena niet achterlaten, maar de stelling die zij inneemt ivm het machisme en de verering van het consumentisme in die specifieke super populaire muziekstijl is echter niet zo lichtvoetig als het eruitziet.

Lost in Berlin: een leuk concept, maar de toekomst zal uitwijzen of het meer is dan gewoon een gimmick.

images

Idioten heb je overal

Het heeft een tijdje geduurd maar ik ben eindelijk tot bij de eerste avond van “Berlijnse Avonden” geraakt. Om al meteen te moeten vernemen dat dit de laatste bijeenkomst van het jaar was. Volgend jaar iets beter mijn best doen dus🙂

“Berlijnse Avonden” is een vereniging voor Nederlandstalige cultuur in Berlijn. Zij presenteert maandelijks vernieuwende cultuur uit Vlaanderen, Nederland en Duitsland op Berlijnse podia. Gisteren, 8 mei, was er een avond gepland rond het thema “Zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog.” Terwijl in Nederland op 5 mei Bevrijdingsdag wordt gevierd, ligt het in België een tikkeltje ingewikkelder. Herman Van Goethem, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en conservator van het schitterende Mechelse museum “Kazerne Dossin”vindt alvast dat 8 mei een officiële feestdag zou moeten zijn. Hij heeft daarvoor goede argumenten die je via deze link kan lezen. Acht mei, VE-day of Victory of Europe day, is de dag dat Duitsland officieel capituleerde. Reden genoeg dus opdat “Berlijnse Avonden” een ontmoeting met twee Duitsers die door de oorlog in Nederland geraakten, zou organiseren. De eerste gaste is de half Joodse en bijzonder kloeke Eleonore (“Lore”) Hertzberger-Katz. Ruud Spruit maakte in 2009 een documentaire over haar. Mevrouw Katz vluchtte in 1933 met haar ouders van Berlijn naar Amsterdam. In prachtig Nederlands vertelt ze voor de camera haar verhaal. Ik ben blij dat we hier fragmenten uit de documentaire kunnen zien. Live in de zaal lichtten haar ogen regelmatig op. Zo ook bij het zien van een dia van haar vader. Het is ontroerend, want zoals het later op de avond duidelijk wordt, had ze duidelijk een veel grotere band met haar ondernemende vader dan met haar iets klassiekere moeder. De pretlichtjes zijn er ook als ze aan eerste haar grote liefde, de Rotterdamse autocoureur Eddie Hertzberger, denkt. Haar bezoek aan de Wannsee villa (een verslag van mijn bezoek aan de plaats, vind je hier), de plaats waar een groep hoge Nazi-pieten over de Endlösung beslisten (de fameuze Wannsee conferentie) en die sinds 1992 een permanente expo herbergt. Dat mensen tot zulke daden in staat zijn, is amper te bevatten. Lore ziet er een boek van Else Ury liggen. Net als zovele andere Duitse meisjes groeide ze op met de boeken van Ury. De Joodse schrijfster stierf in 1943 in Auschwitz net als zovele anderen uit Lore’s naaste omgeving. Misschien was het wel deze confrontatie (één van de velen uiteraard) die haar hebben aangezet om haar verhaal neer te pennen in een boek.11258153_10205356189277255_7081078872329570056_n Het is voorlopig uitverkocht, maar ik heb gisteren een exemplaar kunnen kopen en heb het meteen door haar laten tekenen😉 In het Duits is het overigens nog wél verkrijgbaar. Het is een verhaal van een zeer levenslustige, kokette, ondernemende vrouw uit een begoed milieu die een paar keer door de mazen van het net glipte en na de oorlog onder de artiestennaam Laura Cormonte operazangeres werd. Op het podiumpje zit een zeer oude en al even alerte vrouw. 98 is ze ondertussen en ze is naar eigen zeggen nog niet van plan om dood te gaan. Drie jaar geleden is ze overigens getrouwd (“gelukkig getrouwd!”) met haar Nederlandse uitgever.

Tweede deel van de avond is een interview met Professor Geismann. Tachtig is hij ondertussen maar nog zo alert als een meerkat. Dit is een heel ander verhaal dan dat van Lore. Geismann ontvluchtte Duitsland omdat zijn ouders angst hadden voor de bombardementen van de geallieerden. Hij kwam in Nederland terecht en zal altijd een band met Nederland en het Nederlands blijven behouden. Hij promoveerde overigens op het Nederlandse politieke stelsel. Hij werd in Nederland opgevangen en beweert dat hij nooit, zelfs niet in Israël waar hij zes maanden heeft gewoond, scheef werd bekeken gewoon om het feit hij Duitser was. Dat vindt interviewster Annemieke Hendriks erg verwonderlijk. Maar Geismann zweert bij hoog en bij laag dat hij zich overal welkom heeft gevoeld. Wel benadrukt hij het belang van het leren van de taal van het gastland. Deze Kantiaan was decaan aan de Universiteit van München en ontwikkelde zich tot politiek filosoof. Voor het grote publiek is hij vooral bekend geworden voor zijn strijd met de reactionaire krachten in Duitsland die weigerden de nazimisdaden serieus te verwerken. Georg Geismann Hij is dan ook niet bang om ons een foto te laten zien, waarop hij als knaap van negen jaar fier en in Hitlerjugend uniform poseert. Fouten zijn er immers om toegegeven te worden. Een van de artikels dat hij hierover schreef voor het Zeitschrift für Politikwissenschaft, kan je hier downloaden (in het Duits). Hij heeft verschillende keren voor zijn studenten uit “Mein Kampf” voorgelezen. Zijn collega destijds (Michael Wolffsohn) vond dat absoluut niet kunnen. Er ontstond een mediarel die zelfs zelfs leidde tot het ontslag van de rector van de universiteit. Dat deed me aan mijn oude leraar filosofie denken. Ook hij heeft uit Mein Kampf voorgelezen. Het is ontzettend verrijkend als je zoiets in een historisch en sociologisch kader kan plaatsen. Maar blijkbaar zijn er mensen die daar anders over denken. Geismann pleitte ook (onder andere) voor de rehabilitatie van deserteurs. Dat is trouwens pas na 2000 gebeurd. Op een vraag uit het publiek wat zijn mening was over de verrechtsing van de maatschappij in vele landen in Europa antwoordt hij ongeveer zo: “Natuurlijk vind ik dat vreselijk. De mensheid wordt niet beter, we blijven immers steeds met dezelfde problemen kampen. Daarom moeten we iedere keer weer, iedere generatie weer ten strijde trekken en vechten voor het juiste.” En op de anekdote van Annemieke waarin ze vertelt dat er in Nederland laatst een auto in de fik is gestoken omdat hij een Duitse nummerplaat had hij het volgende te zeggen:

“Ik zou zoiets niet persoonlijk nemen. En idioten heb je overal”. En laat ik dat nu eigenlijk een perfecte afsluiter vinden.

Berlijnse lente

Wannsee

Wannsee

Het is u wellicht niet ontgaan: de lente is in aantocht.

Ergens diep in ons weten we dat dit waarschijnlijk een gevolg is van de klimaatsopwarming maar we laten collectief en gewillig de struisvogel in ons los. Laat ons nu maar eens een dag of twee non-believers zijn en gewoon genieten van dit lentelijk voorspel.

Ik besloot dit weekend de hippe rommelmarkten in de stad achter me te laten. Water wou ik zien. Meren genoeg in Berlijn maar ik besloot om naar de Wannsee te gaan. Daar ben je op 20 minuten met de metro vanuit het station Haeckescher markt. Twintig minuten is alles wat je in Berlijn nodig hebt om in een andere wereld te belanden. Bus 104 brengt je vervolgens in een paar minuten naar het vertrekpunt van de wandeling: de Flensburger leeuw. De leeuw, symbool van kracht en overwinning, kijkt fier over het meer uit. Het is een beeld dat de Denen eigenlijk ooit maakten als monument voor hun overwinning op de Duitsers (slag bij Idsted, 1850). Maar in 1864 werd Denemarken echter alweer verslagen door Duitsland en het beeld werd gesloopt, vervolgens alweer gerestaureerd. Het beeld dat aan het meer staat is eigenlijk een zinken copie van het originele dat sinds 2011 terug in Flensburg staat. Er werd nogal wat met deze leeuw gesold.

Ik laat het wilde dier dan ook met rust en neem het weggetje links naar beneden langs het meer. Het pad volgt de Grote Wannsee. De winter heeft dit jaar niet zo hard huisgehouden. De stichting Natuurbehoud is momenteel bezig met het beschermen van de oevers. Je merkt het aan de vele rietkragen. Ik zie af en toe een grauwe gans, wat zwanen en veel eendjes. Er zijn maar enkele plaatsen waar je bij het water kan en daar hebben vaak honden en hun mensenvrienden dikke pret.

 

In de zomer zal dit misschien grotendeels verdwijnen, het meer is namelijk een ideale zwemplek. Ik kom er weleens als de temperaturen het toelaten en het is er inderdaad zalig: het water warm (het meer is niet diep) en het gevoel van vrijheid dat je hebt om in de vrije natuur te kunnen baden is onbetaalbaar.

DSC_3725~2 Het is vandaag 8 maart 2015 en bijna 19°C en ik ben helemaal vergeten dat dit ik me eigenlijk officieel nog steeds in de stad Berlijn bevind.
Je kan van hieruit trouwens helemaal tot in Potsdam wandelen, maar dat ben ik niet van plan. Na een uurtje stevig doorwandelen, sla ik linksaf, het bos in. Ik vertrouw op mijn goeie oriëntatiegevoel (en op mijn smartphone).

DSC_3726~2Het bos is een mengeling van pijnbomen en berken. Ik voel me soms terug in het Zuiden van Frankrijk waar ik een half decennium heb gewoond. Af en toe hoor ik een specht zich een weg door een stam banen. Verder is het hier uiterst stil. De paar wandelaars die ik tegenkom groeten me bedeesd.

Na een uurtje of zo sta ik weer netjes terug naast leeuw en een aantal ijsverslindende en/ of bierdrinkende Berlijners. Ik spreek met mezelf af om het een volgende keer iets sportiever aan te pakken: dan ga ik met de fiets! De zogenaamde Wannsee route is 28 kilometer enkele reis en je verveelt je geen moment! De route gaat van centrum Berlijn tot aan de Glienicker brug. Ja, dat is inderdaad die brug, bekend uit de spionagefilms, die Potsdam met Berlijn verbindt. De Glienicker Brücke lag in de tijd van de Koude Oorlog op de grens van West-Berlijn en de Duitse Democratische Republiek.De brug kreeg wereldwijde bekendheid door de agentenruil op 11 februari 1986 waarbij de Sovjet-dissident Anatoli Sjtsjaranski en een aantal andere gevangenen uit het Oostblok werden uitgewisseld tegen vijf geheim agenten die in het westen gevangen zaten. Meer info vind je hier.

Voor ik terug naar huis spoor, besluit ik om nog een bezoek te brengen aan het Huis van de Wannsee-conferentie.

DSC_3732~2

Dit is de villa waar op 20 januari 1942 de geplande deportatie en moord van de Europese joden werd besproken.

De vergadering werd destijds voorgezeten door Reinhard Heydrich, de chef van het Reichssicherheitshauptampt (RSHA). Het is Adolf Eichmann, de deportatie-expert die tijdens de vergadering de notulen maakte. Een copie van het document (en een Engelse vertaling ervan) kan je in zaal 9 (de vroegere eetzaal waar de conferentie werd gehouden) bekijken.

Dat dit bezoek geen pretje is, hoef ik jullie niet te vertellen. Mijn verstand kan er niet bij. Mijn hart nog veel minder. Elf miljoen joden werden planmatig gedood. Hiervan kwamen er zo’n 25000 uit België. Om dan hebben we het nog niet over de zigeuners, de homo’s, de gehandicapten…

In de villa is er een permanente tentoonstelling te zien: “De Wannseeconferentie en de volkerenmoord op de Europese Joden”. Vrolijk word je er echt niet van. Dat is niet de bedoeling. Wat wel de bedoeling is dat zoiets nooit vergeten mag worden en vooral dat het nooit meer zal gebeuren. Het moet dus vooral jongeren bewust maken. En daar wringt het schoentje volgens mij; dit is een collectie foto’s en heel veel tekst. Ook veel geluidsfragmenten. DSC_3733~2Het is dan ook een herinnerings-en studiecentrum en geen echt museum, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat jongeren die hiernaar toe komen, veel beter af zouden zijn met een museum zoals het “House of Terrors” in Budapest. Daar werkt men met audio-gidsen en met visueel attractievere en vooral instructievere en duidelijkere installaties.

Wat me enorm heeft aangegrepen wegens nog nooit ergens anders gezien, waren de afdrukken van tekeningen van de gevangen van concentratiekampen. Zo hangt er een copie van een tekening van Henri Pieck, broer van de wereldberoemde Anton Pieck. Hij zat in Buchenwald en heeft de horreur overleefd. Ik heb het even gegoogled. En tot mijn grote verbazing zie ik dat er litho’s van gedrukt zijn die een paar jaar geleden voor een schamele 220 euro verkocht werden.

Als ik naar buiten stap en de prachtige locatie zie, de engelen in de tuin, de zon aan de hemel, het blauwe meer, dan probeer ik me voor te stellen hoe die mensen (want dat waren het) in deze pracht konden wandelen, hoe ze over koetjes en kalfjes spraken en dan vervolgens aan de eettafel zo maar eventjes koudweg de Entlösung op papier zetten. Zoveel wreedheid, ik kan het echt niet vatten.

In de bus terug naar het S-bahn station staar ik stilletjes uit het venster.

DSC_3735~2

 

 

 

 

 

 

Straßenpenner

Berlijn wordt overspoeld door bedelaars. Straßenpenner noemen ze die hier. Ze zijn overal: op straat, in de parken, in de metro’s, voor de banken.

Deze stad heeft namelijk niet alleen een geweldige aantrekkingskracht op filmmakers, toeristen en/of andere hipsters. Maar steden trekken ook mensen aan, die denken dat het hier wat makkelijker zal gaan, dat het leven hier iets zachter is.  Dat is het niet.  Berlijn is niet enkel een geweldige stad om in te wonen wegens de vele parken, de immense vrijheid, de geweldige energie en het prachtige licht maar het is ook zwaar gesubsidieerd en nog steeds zeer arm.  En economische groei zit er niet in. En dat in één van ‘s werelds rijkste landen.

Dat beseffen niet alle gelukzoekers. Een flink aantal onder hen hebben bovendien een zwaar alcoholprobleem en roken als een ketter. Wat uiteraard de situatie er niet makkelijker op maakt.

Soms verkopen ze een daklozenkrant. Daarvan zijn er hier zelfs twee. Een exemplaar kost anderhalve euro. Daarmee kunnen ze een slaapplaats krijgen in één van de opvangcentra hier in de stad. In de winter is dat een absolute must. Dan bieden parken en portalen echt geen alternatief meer.

Soms geef ik iets, soms niets. Soms krijgen ze mijn glimlach. Even vaak doe ik als de meeste mensen en kijk ik weg. Of doe ik alsof ik net een zeer belangrijk bericht heb gekregen op mijn telefoon. Bang van de confrontatie.

Laatst was ik in de bank om geld af te halen.

Geld uit de muur halen gebeurt in Duitsland vaak in een lokaal voor de bank. De Berliner Sparkasse in de Torstr. maakt hierop geen uizondering. Het is ook heel regelmatig dat je hier strassenpenners vind die hier liggen te pitten, vooral in de winter. Het stonk er die dag verschrikkelijk en ik moest even wachten tot er een automaat vrij was.

Ik had dus tijd om naar de persoon in de hoek te kijken. Ze (ik denk dat het een vrouw was, maar ben daar niet zeker van) lag te slapen, uitgedoofde sigaret nog tussen de vuile vingers. Haar leeftijd is erg moeilijk te schatten, maar ik gok op nog geen 40. Twee lege flessen wodka lagen naast haar. Een pak vieze en vuile kleren en dekens bedekt haar lichaam. Een paar euros liggen verspreid langs haar. Ongetwijfeld van mensen met meer mededogen dan ik.

Maar wat me de adem benam (en dan spreek ik niet over de stank die van de persoon uitging) was het boek dat voor haar lag.

La phénoménologie

La phénoménologie”. In het Frans. (zou ze Frans zijn of gewoon de taal machtig zijn ?).

Laat dat nu nét de filosofische richting zijn die me enorm aanspreekt.

Ik wou een foto maken, maar voelde te veel schroom. Ik was ook totaal verward. Is dit een slechte grap? Verborgen camera? Of heeft iemand dat boek daar voor haar neergelegd? En waarom zou die dat dan doen?

En waarom zou een dakloze geen filosofie lezen?? Wat is haar verhaal? Hoe is ze hier terecht gekomen?

ryan-arcand

Foto: (Rick Bremness/CBC)

(klik op de foto voor het verhaal van deze muzikale Amerikaanse bedelaar)

De werkelijkheid is rauw: dit is geen grap. Dat ik geld uit de muur moest halen, was ik alweer vergeten. Ik ging naar de bank om een slag in mijn gezicht te krijgen. Het leven kan verdomd gemeen uit de hoek komen en er is niet zo heel erg veel nodig om op straat te belanden. Want iedereen, zonder uitzondering, kan hier, in het portaal van de Berliner Sparkasse belanden, en zijn pijn proberen te verzachten met wodka en de wereld te begrijpen door het lezen van filosofie. Dat het hier nu net om de fenomenologie gaat, maakt het plaatje alleen nog schrijnender. Fenomenologie is een benadering in de filosofie die als doel heeft het bestuderen en beschrijven van de werkelijkheid zoals ze verschijnt in de concrete ervaring. Alles is perceptie. De twintigste eeuwse filosofen en fenomenologen Heidegger en Merleau Ponty beschreven de wereld zoals de fenomenen zich aan hen voordeden. Niet de fysika is hun werkelijkheid maar de geleefde werkelijkheid: de wereld zoals we die beleven. Voor Martin Heidegger is de dood de fundamentele horizon van ons bestaan. Ons leven krijgt pas zin omdat de dood altijd volgt. Dat we zullen sterven, weten we zeker: hij spreekt over de Gewissheit van de dood. Hij beschreef ons bestaan als een ‘ten-dode-zijn’ (Sein-zum-Tode).

 Jean –Paul Sartre vond dat weer klinkklare onzin: het leven zelf geeft zin aan het leven. De dood ontneemt dat nu juist. Want na de dood houdt het leven op.

Ze hebben allebei gelijk.

Een paar dagen na mijn bezoek is de Torstr. afgesloten van alle verkeer. Er is namelijk een dode gevallen in de Berliner Sparkasse. Eerst werd er niet uitgesloten dat het om moord ging. Maar uiteindelijk bleek het om een natuurlijke dood te gaan. De wodka zal zijn verwoestend werk hebben gedaan. ‘Mijn’ fenomenologische Straßenpenner is niet meer.

Ze zal niet in vrede rusten, dat doet niemand. Want na de dood is er niks meer. Maar aan haar lijden is gelukkig een einde gekomen. Moge de overgang van de roes naar het absolute niets zacht geweest zijn.

Berlin Art Week: de kracht van ontroering

De laatste zondag van september. De zon schijnt uitbundig en het is lenteweer. In de herfst. Dat kan. Alles kan. Dit is Berlijn.

De stad is in feeststemming. Meer dan 10000 deelnemers aan de Berlin Marathon. Meer dan 300 Belgen. Op weg naar een tentoonstelling in een ander deel van de stad, stuit ik op een kleine Belgische fan base. Op één of andere manier ontroert me dat ontzettend. Zo’n vijf-tal Belgen die met de Belgische vlag in de hand de Belgische atleten moed inriepen. In drie talen. Ik vind dat schoon. En typisch Belgisch.

10653500_10203769022319073_7620029539768722098_n10628173_10203756338521986_9198151957486873145_n

Eerste werd de Keniaan Dennis Kimetto die met een tijd 2.2.57 een nieuw wereldrecord vestigde. Bij de dames werd de Ethiopische Tirfi Tsegaye eerste met 2.20.18. Eerste Belg werd Abdelhadi El Hachimi met 2.12.45. Hij werd 12de.

Gisteren zaterdag, werd de Belgische Bart Swings eerste in de Inline-Skating Speed Marathon, een evenement waar duidelijk minder aandacht aan wordt besteed maar dat ik wel zo spannend vind. Dat de stad dan autovrij is, vind ik dan weer geweldig.

Terwijl ik gezwind met mijn te kleine fiets door de autoluwe stad rijd, geniet ik van de bandjes die overal langs het parcours staan en die de moede lopers proberen moed in te spelen. Ik zou het geen 5 km uithouden. Met of zonder aanmoediging🙂

Maar ik wijk af, dit zou eigenlijk een blogpost over Berlin Art Week moeten zijn.

Die had nl.  plaats van 16 tot 21 september. Ze is totaal niet te vergelijken met de Art Weeks in pakweg Basel of Londen. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Naar kwaliteit is het in Berlijn soms zoeken. Dat wordt dan weer ruimschoots gecompenseerd door de ontspannen sfeer. In de Joodse hippe buurt waar ik het geluk heb te mogen wonen, zijn massa’s kleine galerijtjes die een bende bonte en minder bonte kunstliefhebbers aantrekt. De sfeer zit er dik in en het echt arrogante van de andere steden is hier nog niet doorgedrongen. Gelukkig maar. Het is één van de redenen waarom ik me hier zo thuis voel. En zelfs op de BAW vind je nog pareltjes. Neem deze bijvoorbeeld:

KOLIBRI New tendencies in a place outside of time

Group show in a forgotten ballroom ruin / September 17 – 21, 2014 Curated by Constanze Kleiner

1390660_10203769054679882_4192031000654038564_n

Dit was gewoonweg fantastisch. En het kon niet Berlijnser: neem een ruine uit de DDR tijd die ooit een balzaal én een autowerkplaats is geweest. Laat die 20 jaar verkommeren. Haal alle rommel eruit en maak er een expo van net voor de investeerders ermee aan de haal gaan.Het resultaat is pure poëzie.

Ik onthou vooral het werk van Ingo Günter, Natalia Szostak, Amelie Grözinger,en Viet Ban Pham.

10653321_10203769144122118_5057451888230125433_n 1962720_10203769147242196_8721336605436576206_n 10348460_10203716006673715_5842959571348403442_n

RINUS VAN DE VELDE in Galerij Zink

Jonge wilde Belg Rinus Van de Velde is reeds zo’n 10 jaar bij Zink. En dit zou naar verluidt (zegt ie zelf!) zijn beste expo zijn. Werk en galerij zijn perfect op mekaar ingespeeld.

Ik vind het knap, maar ben niet ontroerd. Het raakt me niet. Nog niet.

Copyright: Zink Gallery, Berlin, Germany

Rinus Van de Velde Copyright: Zink Gallery, Berlin, Germany

De vraagstelling, de allegorie van de artiest als/op een eiland, de getormenteerdheid (gespeeld of niet), het zeer grote egocentrisme…ik weet niet of het serieus bedoeld is of het allemaal maar om te lachen is. Of misschien is het beide. Het feit dat je dat als toeschouwer niet weet, pleit voor Rinus Van de Velde. Want een kunstenaar moet in mijn ogen vragen oproepen. Zolang hij ze maar niet beantwoordt. VDV werkt vooral met houtskool. En hij beheerst zijn kunst meesterlijk. Dat is feest. Altijd.

GALERIJ HARDHITTA (op verplaatsing) “A story to tell”Curated by Bene Taschen

10686736_10203769024919138_4551988277856995106_n Drie steden, drie fotografen. Berlijn, New York, Los Angeles. Ik kom van buiten waar de zon schijnt en de marathon zijn gangetje gaat. Hierbinnen (een oud postgebouw in Kreuzberg op een boogscheut van de Potzdamer Platz) is het keihard. Fotografen Gregory Bojorquez, Joseph Rodriguez en Miron Zownir fotograferen de zelfkant van de maatschappij. Zownir was dé fotograaf van de Berlijnse punkscene begin jaren tachtig. Sommige foto’s zijn zo hard dat ik er amper naar kan kijken.

Cover_web

Zownir latest book (photo taken from his web site)

 

Waar nostalgie en eclecticisme de plak zwaaide in de Kolibri balzaal, waar Van de Velde zijn imagination au pouvoir liet, in deze achterzaal van een oud postgebouw ben ik beland in een totaal ander universum: dat van de ruwe steedse realiteit.

Waar kleine kinderen de fotograaf vragen of hij zijn vader niet wil zijn want het joch heeft er geen meer. Waar dandy’s in toiletten spuiten, waar meisjes te vroeg kinderen krijgen, punkers liefdeloos voor de camera neuken en waar bendeleden een paar uur nadat de foto werd genomen al niet meer in leven zijn.

Zwaar onder de indruk stap ik weer op de fiets,  probeer door het fantastische Gleisdreieckpark te fietsen in de hoop op iets minder sombere gedachten. Het lukt. Ten dele.

 

 

 

 

 

Alle foto’s zijn van mijn hand behalve de foto van het werk van Rinus Van de Velde waarvan het copyright waarschijnlijk in de handen van Galerij Zink is. (website) en de foto van de cover van het laatste boek van Zownir.

 

Skin deep

Skin deep d284fce82eda540bc68c71a071b81753 Sitting in the bus back home, I’m in a sort of sedative state. I see the world around me but I’m not seeing it really. I’m in my own world. Virtual. Spaced out. I nearly missed my stop. Buzzed. I feel strong but extremely vulnerable at the same time. Happy and sad. Exhausted but with a weird kind of energy. No I’m not drunk. No, I’m not even under the influence of any legal or illegal substances. I’m simply in that particular kind of flow. Probably due to the hormones the body gives you at a certain point when or after you’re in big pain. I was advised by Valentin to have a good meal; he claims my body will need it. That there was a serious attack on that body, and that it will crave a real meal. In his eyes that is a steak or a hamburger. He’s a far better artist than food expert🙂 (In my eyes a good meal means a quinoa salad or a falafel. But I’m not into food right now.) I’m in the bus 104 after an afternoon of pain and pleasure, being tattooed by Valentin Hirsch in his small tattoo studio in Neukölln, Berlin. I didn’t know what to expect at first. Valentin, rising star in the tattoo world and one of the very few accepted by the contemporary art world, has his own way of working: you say what design (he’s totally into animals) you would like to have on your body, and on which body part you would like it. You need to be patient. He works alone and the waiting list is huge. I gave him some instructions a couple of months ago but it’s only on the day of the actual tattoo session that he shows me his design. And even then you see only the rough lines. He will fill in the drawing on the spot. He made something I didn’t expect. I expected a deer. I got a parrot. Which eventually matched completely with what I wanted. A little scary at first, I admit. The sketch on paper looked good, but not fantastic. I can always withdraw. But I knew his work. He’s a damn good inker. (Can’t wait to see his other art, etchings and other stuff, Valentin, if you read this, keep me posted please!). I was proud to be there. And I knew more or less how it will look like in a couple of hours. I’m was so ready for this. Four hours later I feel like if somebody scratched his testament on my back. Maybe Valentin really did, in a peculiar way. He puts after all, a part of his soul in it. He can’t do otherwise. So I think. I think I would anyway. Drawing a piece of art into a person’s body is not something you do lightly. Their body is your canvas. Your drawing becomes theirs. And after a couple of hours, it walks through that door and you will probably never see it again. Letting needles deep inside your body is not something you do lightly neither. Or at least you shouldn’t. What I underestimated it the intenseness of the whole process. Not only you go naked metaphorically spoken but also sometimes you do have to take some cloths off. For a shy woman like me, that’s already a whole mountain to overcome.

foxrabbitweb-305x423

One of Valentin’s designs.

And you spend a couple of hours together, hands on skin, needle in skin. You don’t talk. There is fantastic music playing. You are in pain; your suffering is under his hands, from where it runs through his body before he lets it loose again. He concentrates. Your body speaks. He hears it, even if he’s not listening. I don’t like pain. But pain also reminds me that I’m alive. It’s an exchange of energy that is rather intense. I love intense. After the session, I have a look in the mirror and the result is above all expectations. Wow. Beautiful. Soft. Delicate. This will grow old with me. That feels comforting. I feel blessed and in a strange way protected. You know, like wearing a talisman, or having an Indian God statue in your pocket. You know it doesn’t work and you totally don’t believe in it, but in a strange way, those things comfort you. But I can’t deny the fact that my back sends pain messages to my neck, my brain, and my breasts. Reminding me that my body is one, that it’s not a collection of different parts. I’m not a man machine. Living in Berlin is living with many nationalities, a lot of poverty, weird scenes on the street, bar stories that are so lonely you could die, a lot of hustle, many stories, many ambitions, great imagination. And also a big underground scene. There aren’t many white collars out here. Berlin is a poor city. Most of the people in restaurants and bars or shops have tattoos, piercings or whatever other crazy (or not) body ornament. Most of them are not nicer or less well behaved than the ones without. Philipp; a friend and fashion photographer, says that “yes indeed, it is a real hype; you cannot find models anymore without a tattoo. It’s like everybody’s having it.” He’s not really happy with it. It’s a hype, a trend. Philipp joins Ozzy Osborne in this case. Ozzy once remarked to his daughter Kelly, ‘If you want to be different, don’t get a tattoo.’ Getting NOT tattooed is probably the most hipster thing to do which is totally understandable. Trends come and go. But I don’t give a damn about being hip or not. And I survived already a couple of trends. Even the worst. I was a teenager in the eighties: How bad do you think it gets? Tattoo subculture is a significant part of the Berlin culture. Body art is going completely avant-garde. Compared to 10 years ago is that it has nothing to do anymore with social circles. Musicians, artists, gallery owners, designers, but also the paperboy, or the girl in the supermarket. They all joined the tat-club. 10348362_751455218261784_262458873590717673_n tumblr_lw7urj60Tz1qba4mto1_1280There is still the old school, the classic, the sailors, the rockers, the Celtic and Maori designs etc. But there’s a new generation there. People who have a passion, a knowledge, a talent, a vision. Most of the times went to art school. No mass products for this avant-garde. This new generation of tattoo artist threw away conformity and a new aesthetic is born. People like Chaim Mavlev, Valentin Plessy, Peter Aurisch and Valentin Hirsch just to name a few, are working on a totally new level. And these are all people that are working in Berlin. I’ve always had a passion for tattoos. It is probably one of the more honest art forms. It is visceral. How close can you get to a text, a piece of art? It’s skin deep. It’s there to stay. For as long as you live. And even longer. The fact that you can scratch so deep into your skin that a work stays on your body for that long is amazing. It’s really nothing new. The art of tattooing is 5000 years old. I wrote down a short history underneath this post if you would like to read about it. We all like to think that the tattoo is the permanent expression of a certain feeling on a certain point in our lives. But I think it’s just the image that might be permanent or semi-permanent. The interpretation of the image is fluid. And thus will change through the years. Probably. But as I said, that evolves. That changes. Some women say it helps them to reclaim their body after bad experiences. Some people just do it because it’s trendy. Some people want their dog forever written on their skin. There are plenty of reasons. Not all of them are good, that’s for sure. “The melting pot that is the United States has no rites of passage as a single American culture,” says Ken Brown, a tattoo artist in Fredericksburg, Virginia, who finds inspiration in National Geographic photographs “On some levels, getting a tattoo is like a milestone that marks a certain moment in a person’s life.” Ken still remembers one customer, an 80-year-old former marine who had always wanted a tattoo but had been too afraid to get one. “He came to me for his first tattoo,” Ken says, “and he told me, ‘I figure I got five or six good years left in me, and I’m not going out without one.’ ” I love that last quote so much! What is it about tattoos that make them so popular? Why would somebody for Buddha’s sake would like to have needles in their bodies, at more than 100 times a second? In this video you can see exactly how it looks like in slow motion. Mesmerizing. Don’t ask me why, but I just love a beautiful tattoo. It is always an immense pleasure to look at a beautifully decorated body. I really consider it as an art form. Pity most of the designs are ugly as hell. Same shit as in the other arts. Maybe this nouvelle vague will lead to more talented tattoo artists and too more good taste in general. I so understand the people who always want more. Guess they feel naked without them. And there might be addicted to the ritual of getting tattooed. It’s a whole process of course. The thinking of the theme, the drawing itself, the first meeting with a tattoo artist, the studio, the stencil on your body and then that noise, the specific noise of that machine. The different needles. With their different noises and the different pains they create. The state in which you are after a couple of hours of pain, sometimes hardly bearable. Sometimes soft and almost tender. Everybody is afraid how the tattoos will look when we get old. Well, we hopefully all grow old, aren’t we? My friend Katharina puts it this way.” I’ll grow old and wrinkled with my tattoos, you will grow old and wrinkled without them.” Enough said. And the very last quotation comes from my son: “Wow. That is awesome! Finally I have a cool mum”, he exclaimed when he saw my tattoo for the first time. I don’t agree with him. I was always a cool mum, even before the ink😉       More on tattoo art in Berlin here and in Belgium here. The blogs are not super up to date and don’t claim to be complete.     A short history of tattoos     Tattoos arise from a rich cultural history dating back 5,000 years. In fact, the earliest record of tattoos was found in 1991 on the frozen remains of Ötzi. Big parts of his body were marked with small line, made by rubbing powdered charcoal into vertical cuts. Scientists discovered that he had bone degeneration at the site of each tattoo. This led leading to believe that Ötzi’s people, ancestors of contemporary central and northern Europeans, may have used tattoos as medical treatment to reduce pain. Poor Ötzi! Later, the meaning of tattoos changed. Take Egyptian funerary figures of female dancers from around 2000 B.C. They display the same abstract dot-and-dash tattoos on their bodies as those found on female mummies from that time period. Bes, god of fertility and revelry is seen in later images. In ancient Romans the found no reason to celebrate tattoos. They believed in the purity of the human form. Except as brands for criminals and the condemned, tattoos were banned. (Criminals and tattoos…hey that rings a bell!). But over time, even the Roman attitudes toward tattoos changed. Fighting an army of Britons who wore their tattoos as badges of honor, some Romans came to admire their enemies’ ferocity as well as the symbols that represented it. Soon Roman soldiers were wearing their own body marks; Roman doctors even perfected the art of application and removal. During the Crusades of the 11th and 12th centuries, warriors identified themselves with the mark of the Jerusalem cross so that they could be given a proper Christian burial if they died in battle. After the Crusades, tattooing largely disappeared in the West for a time, but continued to flourish in other places. By the early 18th century, European sailors encountered the inhabitants of the South and Central Pacific islands. There, tattoos were an important part of the culture. When a Tahitian girl reached the age of sexual maturity, her buttocks were tattooed black, a tradition that continues among some today. When in mourning, Hawaiians tattooed their tongues with three dots. In Borneo, natives tattooed an eye on the palm of their hands as a spiritual guide that would lead them to the next life. In 1769, Capt. James Cook landed in Tahiti, where the word “tattoo” originated from tatau, which means to tap the mark into the body. One method island practitioners used for working their designs into the skin was with a razor-edged shell attached to the end of a stick. In New Zealand, Maori leaders signed treaties by drawing precise replicas of their moko, or personal facial tattoo. Such designs are still used to identify the wearer as a member of a certain family and to symbolize a person’s achievements in life. In the 1820s, Europeans began the macabre practice of trading guns for tattooed heads of Maori warriors. To keep up with demand, Maori traders took slaves and commoners captured in battle, tattooed them, killed them, and sold their heads. The practice ended in 1831 when the British government made the importation of human heads illegal. Tattooing has been practiced in Japan since around the 5th century B.C. Repressive laws gave rise to the exquisite Japanese designs known today. Restricted from wearing the ornate kimonos that adorned royalty and the elite, outraged merchants and the lower classes rebelled by wearing tattooed body suits. Covering their torsos with illustrations that began at the neck and extended to the elbow and above the knee, wearers hid the intricate designs beneath their clothing. Viewing the practice as subversive, the government outlawed tattoos in 1870 as it entered a new era of international relationships. As a result, tattooists went underground, where the art flourished as an expression of the wearer’s inner longings and impulses. The yakuza, the Japanese gangster class, embraced the body suits—even more so because they were illegal. Those tattoos required long periods of pain from the artist’s bundles of needles, endured by wearers as a show of allegiance to their beliefs. Today, Japanese tattoo wearers are devoted to the most colorful, complete, and exotic expression of the art. New York inventor Samuel O’Reilly patented the first electric tattoo machine in 1891, making traditional tools a thing of the past in the West. By the end of the 1920s, American circuses employed more than 300 people with full-body tattoos who could earn an unprecedented $200 per week.

Maud Wagner. 1907.

Maud Wagner. 1907. First known female tattoo artist in the US.  Circus performer.

For the next 50 years, tattoos gained a reputation as a mark of American fringe cultures, sailors, and World War II veterans In the 1970s everything changed and real artists appeared. It was moved out of the danger zone. Katherine Irwin, associate professor of sociology at the University of Hawaii, has studied the cultural significance of the rise of tattooing among mainstream people in the West. “They became a symbol of working class masculinity. Now they are being recrafted into a middle class symbol.But she points out that in 19th Century Europe it was fashionable among some sections of the upper class to have discreet tattoos, of family crests and other aristocratic emblems. Tattoos have gone in and out of the mainstream, she insists. “They like to play with fringe identities without sacrificing their middle class status. They get a tattoo that is thumbing their nose at middle class society in a way that is so mainstream that it would be hard to push them out. “They don’t get anything super-fringe, they weren’t doing bloody skull and crossbones.” The promise of the tattoo is that the ordinary unadorned stretch of arm or leg or stomach will be transformed into a canvas for a statement, either artistic or counter-cultural, of cool. The most popular explanation of the motive for getting a tattoo is about “reasserting control over your own body”. In a Western world where body image, plastic surgery, anorexia and the depiction of women is a topic of daily debate, tattoos represent a different current of thought. I think we’re on the edge of a totally new vision of body art. Tattooing has become adult. Can’t wait to see what the future brings.     Sources:   http://www.smithsonianmag.com/history/tattoos-144038580/?no-ist http://news.bbc.co.uk/2/hi/7034500.stm http://ngm.nationalgeographic.com/ngm/0412/online_extra.html Pictures: Please contact me if you are the photographer, I couldn’t find the credits for some of them!

One of those typical Berlin weekends

UnknownIt is the last weekend before school starts again. So what does a Belgian forty something does in Berlin when she’s not working on her book? This for instance:

An ideal way to start a long weekend is with a lunch on Friday. As mentioned before on this blog, cheap, healthy lunches aren’t hard to find in Berlin. Even in our tourist crowded neighbourhood which is called Scheunenviertel. I often take my kids out to lunch and today is no exception. Today, Elmo and I try Il Mercante del Sud, an authentic Italian cantina situated in front of the Jewish Friedhof, in de Große Hamburgerstr. 21. This is an aera of Berlin crowded with tourists but this friendly place is a relief compared to all the tourists traps around us.

DSC_2794~2

Authentic Italian food (today no fresh pasta which is wirklich schade), and authentic Italian (from the Marche region) atmosphere. Large wooden tables where you can just join other foodies. The open kitchen is huge and homey. No professional geer here  but cooking like I would do it at home if I cooked on electricity. A menu is optional but there is one: it is written on the inside of a pizza cardboard box🙂

ls

The linguine al ragu comes with lots of veggies and my pasta arrabiata is excellent but unfortunately not arrabiata. Guess the chef isn’t arrabiata (enraged) enough today. A little spicy oil will do the trick. And yes, their home made spicy oil is really spicy. One menu (salad, pasta + drink) and one pasta + drink costs 17,5 Euro. Not super cheap for Berlin. But considering the atmosphere and the quality of the food it’s an excellent price/quality. And chef, don”t forget to spice it up next time, per favore🙂 !

On Friday evening, I leave my cosy work desk at home to go to Alt Stralau to see an opera. Yep. Indeed. An opera in a hipster club. Why not ?  While I’m sitting there in the garden one of Berlin’s most famous clubs called Salon Zur Wilden Renate I can’t help thinking that Berlin hipsters are ruling Berlin’s art scene. Maybe they are, maybe they aren’t, I don’t give a damn.

DSC_2831~2Tonight is the premier of the Kiez Oper (see my last year’s post here) called The Fairy Queen. Alex J. Eccleston & Rowan Hellier, two twenty something producers,  try to tame a talented baroque ensemble conducted by Benjamin Bayl (Staatsoper) and Julia Burbach, the director of Royal Opera House (London) fame,  together with an international bunch of singers and actors. Here is a video of their last year ‘s performance. The public is essentially composed by international hipsters and I have to admit it: they are better dressed than I am to face this rather cold August night. Kiez Oper is a great initiative: to bring the opera to young (or relatively young) people in awkward places at a great price (12 Euro!) is indeed a fantastic idea. It’s anti-elitist, it’s fun, it’s beauty, it’s art. But this doesn’t come easy. To act and sing in a place like this, crowded ( I think there must be about 600 people!), with bars, people, big trees and hanging boats everywhere is not easy. And acting and singing and performing in relatively cold circumstances is a challenge.

10646915_918551974841097_5945837591539067018_n

Photo: Jack Snow

The Fairy-Queen is a masque or semi-opera by Henry Purcell from the end of the 17th Century. The libretto is an anonymous adaptation of Shakespeare’s wedding comedy A Midsummer Night’s Dream. It was performed for the first time three years before Purcell’s dead. Following his death, the score was lost and only rediscovered early in the twentieth century. Filled with fairies, nymphs and transvestites, fire breathers along with the great location it looks like it is everything I like. It is indeed very contemporary even if it’s more than 300 years old.  And yes, there’s even a counter tenor. Buddha knows how much I love baroque music and countertenors. So why did I leave about an hour later not totally satisfied? The piece is really beautiful and the musicians excellent. But although I was on time I was too far from where most of the action was (although they did try to use the whole setting) and the trees and lack of stage were too big a handicap. Too bad I’m not professional enough to say something intelligent of the  quality of the singers. I was particularly surprised by the drag queen countertenor who really moved me when he started to sing his lamento  O let me weep. The setting, and he alone on that huge balcony…just perfect. But the small technical problems (2 times the microphones failed) , the sound of glasses and bottles at the bar, the fact that some singers were not understandable (and no program given so the story was lost on me), the disrespectful laughter of people in the back at the bar…that doesn’t forgive.

Some acting performances were not strong enough to be able to move the audience. And when there’s no emotion, there is something wrong. It would have no doubt been different if I was closer to the front. But please please please continue, I know the challenge and the (above all: technical) difficulties encountered are immens, but the idea is fantastic, and it makes me and hundreds of other people with me discover music we otherwise would never have known. And promised: next time, I’ll come earlier and sit in the front.

Here are some fantastic recordings of Purcell with Philippe Jaroussky,  divine as always. And then there’s this: Christina Pluhar and het Arpeggiata ensemble at her best.

10386295_10203516173878020_1176187263714604084_n

On Saturday I skip the cue (I heard later that some had to wait 3 hours!) at the Martin Gropius Bau because I bought an internet ticket for the David Bowie Exposition.

Always a bit sceptical on those expos that turns artists into gods but the expo beats everything I saw before. The concert room is simply overwhelming and larger than life. And when a guard sees me taking notes, she kindly invites me to sit on the bench. Not just a bench, but THE bench that used to be in the Dschungle, that famous club in West Berlin where Blixa Bargeld, Bowie, Iggy Pop, Mick Jagger, Grace Jones and Depeche Mode spend most of their nights during their Berlin years. And for my freaky music friends: in that same room you’ll see a AKS 1979 Synthi. It was a gift to The Thin White Duke by a certain Brian Eno🙂.

More than 2 hours later I’m totally happy and rather excited when I bike home in the sun. I’m the luckiest of bikers, feeling totally free and happy to have know most of Bowie’s repertoire, and to live in this fantastic city. Back home, my kids are starving so I’m making dinner they can’t refuse. Hmm, in fact, they did, my red curry is a little bit too spicy😦 If i’m really honest: it is a hell of a lot too spicy. Seems like I will have to eat it myself for the next couple of days🙂 Arrabiata it will be.

In the evening, one kid stays home alone while the big one (home from a trip around Europe that lasted 3 weeks so still pretty exhausted) and I are going to the Museum Insel where there will be a screening of the digitally restored classical expressionist masterpiece Das Kabinett des Dr. Caligari (Robert Wiene) with live music from the Solistenensemble of the Film Orchestra of Babelsberg.

DSC_2843~2

Although I attended film school a long long time ago (it was the eighties and Belgian film schools sucked) I never saw the movie. It is indeed, a masterpiece, nothing more, nothing less. Thinking it was made in 1919-1920, cinema only a decade or 2 old, and already being able to make such a statement is simply overwhelming. These fantastic decors, the intenseness of the actors ( Conrad Veidt, Werner Krauss…), the great music, I’m very grateful to be able to share this with my 19 year old.

 

On Sunday, a trip to the famous flea market known for its excellent buskers is cancelled due to the rain but in the afternoon I try some tango dance moves in the open air milonga at the famous Strandbar Mitte before heading to tango class in the Kreuzberg district where we did practised our improvisation skills along with some new barridas, pasadas, ganchos and whatever the other steps are called.

Tango © Marine Queyras

Tango © Marine Queyras

I ‘m dancing for 6 months now, 2 times a week, almost never miss a course and I’m still an absolute beginner. Although this is so frustrating, I will not give up this time. I can be stubborn sometimes.

 

Home again, there is still time for a heavy discussion (“I don’t want to go to school tomorrow, school is hell”) but also a cuddle and a story with my son who will start school tomorrow and who’s not -you guessed that part didn’t you?-very amused by that fact. And that…is a hell of an understatement. Guess he might be a little… arrabiato.

 

Telling Tales. A writing workshop, tons of stories and beautiful people

Wedding. Red Wedding that is. One of the few parts of Berlin never to vote for the Nazis. Wedding is still a largely working class area, very multicultural too. It is also probably the most authentic district of Berlin. And as other parts of Berlin are raising their prices on every level, Wedding is still affordable although the artists are slowly discovering the area which means the gentrification slowly begins. That also means that you can already have a damn good soy cappuccino for a humble 2 euros. I am not against gentle gentrification as long as it doesn’t kill the identity of the Kiez.

It was the first summer intensive 2014 course organised by The Reader Berlin and it took place at The Alte Kantine. In Wedding that is, but you got that, didn’t you?🙂 For 5 days, we, that is 9 participants, focused on the art of telling tales, crafting narratives from real life experiences. Trying to shape them into stories. Readable stories that is. Stories with punch.With a heart, with a need to burst out of our system.

Tutors, mentors, life savers and je ne sais quoi were best selling author Rory Maclean (check out his website here!) and American journalist par excellence Kimberly Bradley.

There were also 2 evening events. One was a reading by famous journalist Tim Butcher who gave birth to his acclaimed new book THE TRIGGER. It’s a book about the teenage assassin named Gavrilo Princip who killed Archduke Franz Ferdinand which brought the world to war in 1914.

On Wednesday Rory Maclean read from his new book BERLIN: IMAGINE A CITY and took part in a Q&A with Sharmaine Lovegrove . The last one took place in the Soho House Hotel. I missed the first event for personal reasons (and I regret it every hour since) but I went to the second one to see and hear my teacher/tutor in the Red Room of the members-only and super-posh-hotel-which-hosts-Madonna-and George Clooney-just-to-name-a-few. Rory was exactly as I expected him to be: the humble, funny, easy going super professional traveller and extreme Berlin lover. And yes, he did go dancing with David Bowie in the seventies and yes he did met Marlene Dietrich.

Image

After his reading some of us went straight to the roof of the hotel. Posh bar, swimming pool, view on the Fernsehturm on Alexanderplatz and full moon. I have to admit, I’ve seen worse places in the world. We stayed for a drink or two. When I left the hotel, I was looking for my bike. A little too concentrated maybe (it can also lies in the fact that the bartenders aren’t really stingy when it comes to filling glasses) because I didn’t see the step in front of the hotel doors. I fell right on my knees. It hurted like hell but hey, I got up and went on with my life🙂 I couldn’t help laughing all the way home because it was such a huge life lesson. After all that poshy, shabby chic stuff at the hotel, the universe put me right back where I belong. With my feet (well on my knees in this case) on the ground that is!

But back to the Alte Kantine. We listened to Kimberly’s and Rory’s stories, sucked in their tips on good writing, learned the soft way that fear of writing is as divers and common as the amount of Imbiss (fast food joints) in this city, and finally accepted that we will never be able to overcome them all. We have to embrace some, just to be able to go on, to go further, to go where no one…well you got my point.

The journalist versus travel author duo works remarkably well. A man and a woman. A Canadian and an American (if you have any doubt of who’s what, just ask them to pronounce ‘process’, hilarious). Totally different personalities. But both passionate, humble and extremely professional. And damn good observers. And so were the participants. Real people with real stories to tell. All of us. No exception.

Although most of us were used to get out of comfort zone regularly we were sometimes forced to go a little further. The hardest part was on Thursday where we had to dive deep into our personal traumas just to be able to write about them from a different perspective. To look at ourselves from another perspective. Rory wrote a book around one of his personal traumas and although I haven’t read it yet, I intent to do it, because the way he talks about it, is insanely beautiful. Only one of us course members had the courage to read his story aloud. But that was so strong it left the rest of us voiceless.

And for those of you readers who think writers are boring and fucked up intellectuals. I confess: we are, totally. But only during working time🙂  The rest of the time we are very much alive and kicking, Moleskine in one hand, pen in the other, always looking for stories, always living intense and ready to step right out of these boring boxes.

And that’s exactly how some of us ended that week. How many of you did make it to a High Heels lesson at Madonna’s Hard Candy, huh ?!?

Image

This blogpost was NOT edited and I’m afraid it shows. I’m the only one to blame :-)))

De mens achter Max Raabe

Afbeelding

Credits: Gregor Hohenberg

 

Muzikanten in pak. Ik heb er een zwak voor. Want een kostuum, dat is altijd goe. Neen,ik heb het hier niet over de strak in het pak zittende testosteronbommen van ons aller Triggerfinger maar over de goeie ouwe tijd van de big bands. Laat de trompetten, contra-en andere bassen, pupitters, mannen in pak en vrouwen in avondkleed maar aanrukken. En dan die muziek van Cole Porter of Kurt Weil. Ik zwijmel. Een gouden combinatie. Ik had de eer en het genoegen zulk een combinatie mee te maken met een optreden van Max Raabe en zijn Palast Orchester in het historische Admiralspalast in de Friedrichstr. Raabe is wereldbekend geworden met zijn vertolkingen van liederen uit de tijd van de Weimarer Republiek dus eind jaren ’20, begin jaren ’30.  Hij schrijft ook zélf songs en de combinatie droge teksten met balorkest is eigenlijk erg goed. Neem bijvoorbeeld een nummer als “Küssen kann man nicht alleine‘. De titel alleen al is een literaire prijs waard🙂

Luister en kijk hier.

Mijn verwachtingen waren dan ook erg groot. Altijd gevaarlijk. Ik heb in 2001 Duveltjeskermis gezien, gehoord en van dichtbij meegemaakt. Zo’n grote klasse legt de lat erg hoog natuurlijk!Afbeelding

Gistern vrijdag, maakte de Duitse televisie opnames voor de nieuwe Raabe DVD. Er wordt op een internationaal publiek gerekend wat ook te merken is aan de keuze van de songs. De opname is gespreid over twee dagen. Gisteren werden de close ups ingeblikt. Vandaag zaterdag, volgen de andere opnames. Groot budget. Groot project. Maar liefst 14 camerastandpunten. Het houdt ook in dat alles piekfijn volgens schema moet verlopen. Wat het denk ik, altijd wel doet, maar daar heb ik natuurlijk het raden naar.

De boomlange Max Raabe is eigenlijk een geschoold bariton zanger. Hij heeft het Palast Orchester reeds in 1986 opgericht en steeds koppig zijn zin gedaan en zijn liefde voor dit toch wel erg speciale muziekgenre blijven volgen.
Ik zie een erg goed geöliede machine op de (overigens prachtige) scène. Raabe en zijn 12 muzikanten zien er geweldig uit. De zanger is wel ontzettend stijf en onderkoeld. Je zou hem zo bij Kraftwerk kunnen laten meespelen als je begrijpt wat ik bedoel.

De keuze van de liederen is divers. Het gaat van een a capella versie van“ich bin von Kopf bis Fuss” tot “Smoke gets in your eyes” of “Mackie Messer’ (Mack the Knife) in de versie van Kurt Weil en Bertold Brecht. “Somewhere over the rainbow” wordt door de pianist op een glazen piano gespeeld. Je weet wel: dat zijn glazen die met water zijn gevuld en dan moet je over de rand wrijven om het kristal te laten “zingen”. Origineel is het wel , maar raken doet het niet echt. Ik herken andere songs uit vroege Fred Astaire films. Nog andere, vooral de Duitse, zijn me dan volledig onbekend maar erg mooi. Raabe’s stem en uitstraling is perfect voor de Duitse nummers. Daar werkt zijn onderkoelde humor perfect. Ik heb meer moeite met de Amerikaanse songs. Die zijn al zo vaak en zo ontzettend goed en gevoelig vertolkt, dat hij hier toch te kort schiet. En de rumba die hier ten gehore werd gebracht, was absoluut niet geslaagd. Rumba moet swingen als de beesten, en dat deed het niet.

Het publiek bestaat voornamelijk uit vrouwelijke 60+ (Raabe is zeker niet onaantrekkelijk) Een paar jonge meiden in jaren ’20 kleding fleuren het geheel op. Merkwaardig toch, deze muziek is eigenlijk super hip. Waar blijven al die Berlijnse hipsters als je ze nodig hebt?
Want de aanpak is tijdloos en de humor van Raabe zo kurkdroog dat ik er zelfs bij het neerpennen van dit verslag, spontaan dorst van krijg.

Eén keer is Max Raabe uit zijn rol gevallen. Heel even was hij zijn tekst kwijt. Heerlijk moment was dat: het kleine falen. Dat menselijke. Hij loste het uiteraard super professioneel op maar ik was gelukkig. Ik had namelijk de mens achter de performer gezien.

Het laatste nummer heette toepasselijk “Am Ende kommt immer der Schluss”.

Een oorverdovend applaus later, krijgen we nog drie bisnummers met een ontzettend mooi slaapliedje als allerlaatste song.

Max-Raabe3

WIE? Max Raabe & Palast Orchester

WAAR? Admiralpalast, Berlin

WANNEER? Vrijdag 23 en zaterdag 24 mei om 20:00.

TICKETS? vandaag misschien nog aan de kassa te verkrijgen

OORDEEL? knap, maar te weinig emoties