Schoolmoe

Na deze op persoonlijk vlak moeilijke en lange (zeer lange, ik geef het toe)  zomerstop, staan we weer voltijds alive and kickin’ in het (gezins)leven.

Zo is de school hier in Berlijn alweer een tijdje begonnen. Zoon Elmo begon al  begin augustus en dochter Louise, die op een Franse Middelbare school zit, in september.

En laat ik het net hier over willen hebben, over de school, beter nog, over het schoolsysteem. Want something’s rotten in the state of Schoolmark.

foto 1

De feiten: zoon is 10 en al een aantal jaren (!) schoolmoe. Niet leermoe, integendeel! Hij is heel nieuwsgierig. Maar echt schoolmoe. Op een gegeven moment werd het zo erg (dat was in het eerste leerjaar, zo’n 3 jaar geleden op een Franse school) dat de juf ons aanraadde om een IQ test te doen. Zij en haar collega dachten dat onze jongen wel te slim was om goed te zijn en misschien verveelde hij zich daarom zo erg op school.  Ach IQ testen…we weten allemaal wat ze waard zijn, het zijn uiteindelijk momentopnames. Net als een foto. Maar ik zwicht voor de overmacht, ben uiteindelijk toch benieuwd en weet niet goed hoe ik het anders moet oplossen. Ik maak dus braaf een afspraak met een psychologe in Nîmes.

 Egon vond de psy maar saai en had absoluut geen zin om zich in te spannen. Hij deed het uiteindelijk toch, min of meer :-)
 Resultaat:

“Elmo est un enfant qui présente des capacités intellectuelles supérieures pénalisé pa run manque d’attention. Hypersensible et émotif, il montre parfois sa peur de l’échec qu’il a du mal à gérer.Par ailleurs les quelques erreurs au niveau du language se font préconiser par mesure de précaution un bilan en orthophonie ainsi q’un bilan neurovisuel pour les erreurs visuo attentionnelles produites.D’autre part, vu les capacités développées d’Elmo et afin de lui éviter de fonctionner en “sous régime” un programme adapté à ses besoins serait bien venu en accord avec ses enseignants; Un saut de classe pourrait également répondre à son épanouissement intellectuel.”

 Kortom: gevoelig en begaafd maar niet hoogbegaafd dus uiteindelijk waren we het erover eens dat het niet echt nodig om een klas over te slaan. Nu, daar had ik al die testen niet voor nodig (en die 180 euro had ik ook in mijn zak kunnen steken): ik wist allang dat mijn zoon niet gespeend was van enige intelligentie:  snel verveeld, weinig slapen, veel huilen…ik moet er geen tekeningetje bij maken.

We besloten dus om hem maar te laten waar hij was: een zeer leuk dorpsschooltje, een grote klas met aparte hoekjes waar je ook rust en stilte kon vinden, iets wat hij heel hard nodig had (nog steeds). En zijn juf is zeer toegewijd.  Meer moet dat niet zijn. En toch… Na de juf, die hem nog een jaar mocht volgen, volgde … De Meester. *tromgeroffel*

De Meester waar iedereen schrik voor had, zoonlief incluis. Een meester van de ouwe garde: streng maar rechtvaardig, duldt geen lawaai, geen getetter, geen gesnuif, geen tegengas. Achtergrond: ander Frans dorp (dezelfde school heeft 3 klassen, elk in een ander dorp gelegen), kleine klas, kleine speelplaats maar wél een interactief scherm en dus helemaal mee.

De Meester ‘bestuurde’ één klas waar 3 verschillende leerjaren in ondergebracht waren. Geen sinecure maar hij deed het al een aantal jaren en was er in geslaagd om daar echt wel een evenwicht in te brengen. De kinderen waren bang van hem maar na een aantal maanden begonnen ze hem ook te appreciëren. Hij was ook zo wijs om bv op vrijdagnamiddag met z’n allen de garrigue in te trekken en daar spelletjes te spelen. Alle kinderen keken uit naar dat moment. Maar Elmo’s punten kelderden zienderogen. Hij moest elke week een gedicht leren (soms niet van de minsten) en er waren 2 of 3 dictees per week. Dat gedicht, dat kon ie al snel, maar die dictees waren duidelijk niet zijn kopje thee. Elke avond zat ik met hem aan de keukentafel te werken. Soms een uur lang. Ik hoorde dat sommige ouders een pak langer werkten. Was ik nu echt de enige die dat niet normaal vond?

Het was iedere avond een gevecht. En iedere ochtend ook. Want het was steevast “Ik wil niet naar school! Ik haat school!” Elke morgen. Elke weekdag. Moedeloos werd ik ervan.

Een gesprek met de meester leverde niet veel op. Hij vond Elmo een degelijke leerling, behorend bij de goeie middenmoot. Niet meer niet minder. En zeer braaf. We stonden heel ver van zijn vroegere begaafdheid af.

Hij werd in een “moule” gedrukt en moest klaargestoomd worden voor de middelbare school Dat waren alle leerlingen van De Meester. En hij was daar fier op.

Die man had zeker zijn verdiensten: hij had een kritische kijk op het leven, had veel aandacht voor kunst en natuur en begon iedere ochtend met een leuk item: als de datum bijvoorbeeld 11 november was dan gingen ze bv 3 eeuwen terug en gingen ze kijken wat er op 11 november 1713 jaar geleden zoal is gebeurd. Dat werd dan op internet opgezocht. Op die manier heeft de kleine ontzettend veel opgestoken. Want op die manier is leren leuk. Uiteraard.

Ik wil die man dan ook  helemaal niet afbreken. Hij is tenslotte ook afhankelijk van het systeem.

Maar mijn al dan niet verstandige hypersensitieve zoon ging er wel langzaamaan kapot.

Over naar de dochter, een heel ander verhaal. Louise zat in 2011 in een lyceum in een klein stadje in de Languedoc. Ze heeft het altijd al moeilijk gehad op school, heeft altijd hard moeten werken en heeft zelden of nooit hulp van haar ouders of van iemand anders gevraagd. Ze is ook zeer plichtbewust en werkt ’s avonds een paar uur voor de school, zonder dat je haar ook maar iets moet vragen.

Toen ze 2 jaar geleden een geweldige enthousiaste wiskundelerares had, kon ze de wiskundige wereld aan. Maar dat was helaas maar 1 jaar, al snel verdween de lerares uit het gezicht en de punten duizelden alweer naar beneden.

De dag dat we haar gingen inschrijven in het Lyceum was er een staking van het lerarenkorps. Zij hielden ons tegen om te fulmineren tegen het systeem. Ik ben zeer meelevend en ben bij de eersten om te zeggen dat leraar één van de belangrijkste beroepen ter wereld is en dat er eigenlijk een totale omschakeling van het systeem moet gebeuren waardoor het beroep terug aantrekkelijk wordt voor de jonge garde enz. Maar betogen op de opendeurdag, op een inschrijvingsdag waarop je de kinderen zou moeten enthousiasmeren?? Nee, ik denk het niet.

En het was een teken: de meeste leraars bleken inderdaad alles behalve enthousiast en de liefde voor het vak was soms ver te zoeken. Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen, en die vergeten we nooit. Ik denk aan mijn eigen Meester van het zesde studiejaar: Meester Ceuppens. Het zijn zo van die mensen die je leren verder denken en die leren leuk maken. Helaas: geen Meester Ceuppens op het Franse Lycée.

Ik denk dat we hier aan iets heel fundamenteels raken. Het onderwijssysteem is in Frankrijk duidelijk niet echt geweldig te noemen. Dat is een zwaar understatement. En dan zwijg ik nog van hun talenonderwijs, dat is écht om te huilen zo slecht. Ik weet niet (meer) hoe het in België en Nederland met het onderwijs staat, maar ik denk dat het niet zo erg verschilt met de top-down aanpak van Frankrijk. Leerlingen zitten, doen hun mond open, leraars proppen er allerhande kennis in, om 4 uur (en vaak om half 6 in het geval van Lisa) gaat die mond weer dicht en begint thuis de herkauwing.

Terug naar 2013. Egon zit in het vijfde studiejaar op Duits-Franse school in Berlijn. Zijn klas is erg multi-cultureel met alle voor-en nadelen van dienst. Er wordt bijna geen huiswerk gegeven, netjes en verzorgd zijn de schriften niet bepaald (en dit is nog een understatement) en vaak heb ik de indruk dat er niet zo bijster veel wordt gewerkt.

Maar de speelplaats is een kinderhemel met waanzinnig leuke spelletjes, minstens 1 keer per week wordt er naar een museum of een toneelstuk gegaan, er worden speciale lessen “respect voor culturen en godsdiensten” gegeven, 1 week per jaar wordt er gereisd of op klassenreis gegaan. Dit jaar wordt het Groot-Brittanië. Het lerarenkorps (dat al even slecht betaald wordt als in andere landen) staat onmiddellijk paraat om bij problemen in te grijpen. Er gaat erg veel aandacht naar het individuele kind. Wat een torenhoog verschil met het Franse systeem!

Kindvriendelijke schoolomgeving

Kindvriendelijke schoolomgeving

Soit, ik die met al mijn vooroordelen van het rigide Duitse systeem naar Berlijn ben gekomen, heb deze eigenlijk stuk voor stuk zien vallen. En maar goed ook.

Het verschil met het zeer strenge Franse systeem van het Berlijnse Französische Gymnasium waar onze dochter is beland is gigantisch. Zij is één van de eerste dagen van het schooljaar huilend thuisgekomen. En geloof me, dat doet Louise echt niet snel. Ze is het zowat het tegendeel van een drama queen.

De directeur had haar klas namelijk verwelkomd met volgende woorden:

Bonjour! Dit wordt jullie eindexamenjaar (l’année du Bac), jullie weten allemaal hoe belangrijk dat is en hoe hard jullie moeten gaan werken” .

(zeer vrij vertaald)

Dus niét: “Hartelijk welkom, blij om jullie terug te zien, ik hoop dat jullie een leuke fijne vakantie hebben gehad”. Neen, meteen word je met je neus op de feiten gedrukt: dit jaar komt die fameuze Bac eraan. En je moet eraan geloven. Dat duurt nu al meer dan een jaar.

Vorig jaar hadden we onze dochter gezegd dat ze mocht stoppen met het school. Dat die fameuze Bac ons gestolen kon worden. Het belangrijkste is dat ze gelukkig is, dat ze immer goesting heeft om te leren. En als dat buiten het klassieke circuit moet, dan is dat maar zo. We konden het niet meer aan om haar zo hard te zien werken. Maar na wijs beraad heeft ze dan besloten om er toch maar voor te gaan. En daar had ze dit jaar spijt van, maar nu zit ze in haar allerlaatste jaar en moet ze nog heel even hard op haar tanden bijten. Die Bac moet en zal ze hebben.

Maar heel dat systeem heeft als gevolg dat ze studeren zo beu is, dat ze waarschijnlijk niet gaat verder studeren. Of toch niet direct. Hoezeer ik haar ook duidelijk maak dat hogere studies echt niet te vergelijken zijn met school. En dat vind ik zo ontzettend jammer.  Leren moet je namelijk bijna spelenderwijs doen. Het belang van spelen is heel groot. Alleen op die manier onthou je dingen. Niet door domweg kennis op te slorpen de ganse dag door op vastgelegde tijden. Goesting is het sleutelwoord.

Ik kan het weten. Ik was zelf een goeie leerling tot ik in het vierde middelbaar kwam, in een eliteschool waar ze niet wisten hoe met mensen om te gaan die niet helemaal conform de norm waren. Mijn klaslerares heeft me nooit een blik waardig gegund en wou me naar het technisch onderwijs sturen, tot meer was ik volgens haar echt niet in staat. Een jaar later bleef ik zitten. En ben ik toch naar het Technisch onderwijs gegaan. Maar dat is een ander verhaal. Ik wou hier gewoon even zeggen dat het klassieke onderwijs me bijna kapot heeft gemaakt, en ik zie nu hetzelfde met mijn kinderen gebeuren.

En zelfs onze zoon, die toch wel op een hele leuke school zit, haat nog steeds school.

Elke morgen en zelfs elke avond is het van “ik wil niet gaan slapen want als ik dan wakker word, moet ik naar school”. Zucht.

Op een dag, valt mijn oog op het concept “Sudbury school”.  Ik begin erover te lezen en ben totaal van de kaart. Echt waar! Een totale openbaring vond ik het. Al mijn zekerheden rond onderwijs en leren worden het bos ingestuurd en ik stuit op een leger gelijkgezinden. In België zijn er twee scholen die op het pedagogisch principe van  de Sudbury school hooghouden: de Sudbury school in Gent en is er ook nog Het Leerhuis in Kortenberg. In Nederland is er o.a. De Kampanje.

Boek De Kampanje

Boek De Kampanje

Het concept van de Sudbury School is simpel: kinderen leren spelenderwijs en zijn van nature nieuwsgierig. Ze leren ook van elkaar en hebben dus geen leraars nodig. Klassen zijn overbodig. Zelfs lezen en schrijven is peanuts. Dat leren ze wel als ze er klaar voor zijn. Zonder druk en op hun tempo, aangepast aan hun leeftijd, goesting en capaciteiten.

In Berlijn heet de Sudbury School Ting Schüle  en het toeval wil dat er over een paar weken een opendeurdag is. Ik krijg Elmo zover dat hij er met mij mee naartoe wil. En dan komt het: een school zonder lessen, zonder grenzen wat betreft dvd-, internet-, computergebruik. Zonder uren waarop je iets verplicht moet doen (met uitzondering van dagelijkse en wekelijkse gesprekken), waar er respect is voor elkaar en pesten geen kans wordt gegeven. Waar je al doende leert, zonder leraars, zonder lesroosters. Het is alsof mijn zoon in de hemel is beland. Niet meer niet minder.

Ik drink een kop koffie met een aantal begeleiders (geen directeuren hier, geen hiërarchie, geen gesloten deuren) en praat over Elmo en waarom hij hier zou komen.

Ze maken me al snel duidelijk dat zowel zijn vader als ik helemaal achter het concept moeten staan, of het is gedoemd om te mislukken. Ze vertellen me ook dat ze geen grenzen stellen, wil Elmo 18+ dvd’s zien, dan kan hij dat al zal hij het wél altijd even moeten signaleren (in de praktijk blijkt dat kinderen dat eigenlijk zelden of nooit gebruik maken van deze ‘gunst’), dat het kind zelf wel weet wat goed voor hem is zelfs al mag hij hier doen wat ie wil. Er is een prachtig labo, een geweldige bibliotheek, een Lego-kamer, enz. De schoolbegeleiders weten me ook te zeggen dat het normaal is dat ik heel erg aan het concept moet wennen. Het gaat in tegen alles wat de maatschappij van een school verlangt. En als ik even aangeef dat zowel zoon als dochter het Franse systeem gewoon zijn, weten ook mijn gesprekpartners hoe laat het is. Als je een vergelijking zou maken tussen de twee, zo zegt één van mijn gesprekspartners, zou je merken dat het Franse schoolsysteem helemaal aan de ene kant van het scholenspectrum staat, en de Sudbury scholen aan de andere kant. Tussenin zijn er dan de mengvormen de ene al wat traditioneler dan de andere. Maar hoe goed (en ook wel scary) ik dit allemaal vind, dit heeft een kostenplaatje en dat is niet mis: 600 euro inschrijvingskosten en dan 200 euro per maand. Dat aspect wordt door de schoolbegeleiding en beetje aan de kant geschoven en dat is jammer. Als je wil, kan je dat geld vinden is zo’n beetje de boodschap heb ik de indruk en dat is natuurlijk wel zo. Maar jammer genoeg hebben noch Egons vader noch ik een regelmatig inkomen en dit zou wel een hele grote hap uit ons budget halen.

Ik besluit dus nog even af te wachten, het allemaal grondig door te praten met D. en Elmo en vooral om niet overhaast te werk te gaan. Zoonlief is natuurlijk totaal begeesterd.

Ik koop nog snel het boek van founding father Daniel Greenberg : A clearer view: New Insights into the Sudbury School Model.

Na veel wikken en wegen besluiten we samen om voorlopig toch niet voor de Ting Schüle te kiezen. Met spijt in het hart, echt waar. Want ik blijf dit concept ronduit fantastisch vinden.

Maar…er zijn een aantal zeer goeie redenen om er niét voor te kiezen:

* Elmo’s huidige school is zeer multicultureel én tweetalig met alle problemen en uitdagingen die er bij komen kijken. De Ting Schüle is unicultureel en ééntalig, ik vind dat jammer want op die manier blijft het (willens nillens) een blanke eliteschool.

* Zijn school doet ook ontzettend zijn best om op een speelse manier de kinderen cultuur én respect voor natuur bij te brengen

* het geld dat we uitsparen door hem niet naar de Ting Schüle te laten gaan, kunnen we voor andere dingen gebruiken, zoals reizen of boeken, of computers, cursussen…

* alle verantwoordelijkheid aan het kind laten, lijkt me ontzettend moeilijk. In de vrijheid schuilt natuurlijk erg veel verantwoordelijkheid, zou onze zoon dat aankunnen? (ik denk het wel, dus dit is geen valabel argument 🙂

De eentaligheid en het schoolgeld hebben uiteindelijk de doorslag gegeven. Met spijt in het hart, want ik weet ook dat dit systeem Elmo op het lijf geschreven is. Dat is het niet voor iedereen, laat dat duidelijk zijn!

Ondertussen zijn we een paar maanden verder en Elmo haat nog steeds het concept ‘school’ (zelfs al beseft hij echt wel dat hij met zijn gat in de boter is gevallen). Hij droomt nog steeds van ‘zijn’ Ting Schüle.

Het bezoek aan de Ting Schüle heeft me wel van één ding overtuigd: nooit ofte nooit zal onze zoon terug naar het Franse systeem gaan.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Kindvriendelijke schoolomgeving

Kindvriendelijke schoolomgeving

Advertenties

Heel flink jongen!

Afbeelding

Ik heb 2 flinke kinderen.”Hahaha” hoor ik al, en “ja, dat zeggen wel meer ouders“.

Dat is ook zo en ongetwijfeld hebben sommigen ervan gelijk. Maar geef me even tijd en laat me het kort uitleggen. Eind juli 2012 zijn we in Berlijn komen wonen. Het is nu half april 2013. We komen van het platteland en geen van ons spreekt Duits. Beide kinderen gaan met het openbaar vervoer naar school. Berlijn is een grote, uitgestrekte stad met 3,5 miljoen inwoners. Mijn dochters school, het Lycée Français van Berlijn ligt op zo’n 12 km vogelvlucht naar het Westen. Ze treint en tramt naar school en dat duurt een uur. Maar ze is 18 jaar, en er bestaan iPods en boeken en meditatieoefeningen (van dit laatste ben ik niet zeker :-)) om de reistijd door te komen. Dat zij flink was, dat wist ik al lang.

Zoonlief is echter nog maar 9, zit op een Frans-Duitse school en doet er iets minder lang over: zo’n 3 kwartier. Beide moeten om 6h30 opstaan. Ook zoonlief moet ook eerst naar de metrohalte stappen, daar de trein nemen naar het Ostkreuz station en vervolgens de bus die op zo’n 5 minuten stappen van zijn school stopt. Dat is al redelijk ingewikkeld, maar hij doet dit sinds kort en zonder verpinken. Het komt voor dat hij zich van bus vergist, maar dan stapt hij gewoon ergens anders af en lost het wel op één of andere manier op. Het helpt ook dat hij al goed Duits spreekt.

Omdat we hem in het begin met de auto naar school voerden,hebben we geen abonnement voor hem gekocht. Hij moet dus ’s morgens dus heel vaak nog een kaartje aan het apparaat kopen. Dat doet hij ondertussen met z’n ogen dicht.

Is het wel verantwoord om zo’n jong kind alleen naar school te laten gaan? Tuurlijk wel: het bevordert de zelfstandigheid, ze moeten zelf beslissingen nemen, zijn verantwoordelijk voor hun daden, jong geleerd is oud gedaan enz. Anderzijds is de jongste toch nog heel jong en zeer kwetsbaar.Unknown-1

Dat realiseerde ik me vandaag nog toen hij me bijna in paniek belde (hij heeft een gsm gekregen en ik bel minstens 1 keer per rit om te zien of hij wel in de juiste bus zit):

Mama!” Mama” Snik. Snik. “Ik vind mijn geld niet meer!“. Huilend hangt hij aan de telefoon.

Blijf kalm, jongen, wat is er gebeurd?

Snik. “Ik vind mijn geld niet meer! Sorry, mama, sorry

Ik denk aan die keer dat hij zijn busgeld had opgedaan aan snoep maar hij zich toch nog uit de slag heeft weten trekken, maar ik voel dat hij echt van de kaart is en ga nu geen ouwe koeien uit de sloot halen.

“‘t Is niks mijne vriend, echt niet. Blijf kalm. Waar ben je? Ik kom je halen.

Ik ben aan Rathaus Neukölln. Ik was op de bus en ik vond mijn geld niet meer en ik moest eruit bij de volgende halte van de chauffeur. Er was een Turkse man die voor mij wou betalen, maar dat mocht hij niet van de chauffeur. Zij wou zijn geld niet aannemen

WAT?” Ik verman me. “Wat? Maar ik ben zeker dat je je geld meehad, het is in je kleine portemonnee. Je ging alvast ’s morgens 2 tickets kopen.”

Ah ja, da’s waar!” klonk het ineens enorm opgelucht “ik heb mijn ticket al! Dan neem ik de volgende bus.Tot zo!

Tot zo jongen, ik kom je halen met de hond aan ons station, ok?

Ok mama!

Ik leg de telefoon af en loop stampvoetend en mezelf verwijtend door het huis.Vraag ik niet teveel van hem? Is hij niet te jong?

Maar ik stel me vooral de vraag: Hoe harteloos kan je zijn om een jongetje van 9 van de bus te gooien omdat hij niet direct zijn kaartje vindt?

Moet ik het signaleren aan de BVG, de vervoersmaatschappij? Maar ik heb niet veel argumenten gezien hij in de ogen van de chauffeur effectief zonder ticket op de bus zat en dus strikt genomen zwart aan ’t rijden was.

Ik ben bang dat ik hem terug ga vinden als een hoopje ellende, maar neen hoor, als ik hem oppik  is hij er al helemaal over en ziet het weekend en de uren computerplezier met de glimlach tegemoet.

Hij eet een hele chocoladen paashaas en voor één keer houd ik mijn mond.

De chauffeur van de bus kan de pot op. Ik heb echt een flinke zoon.