Herfstige ontmoetingen

2015-09-21 15.00.07Herfst in Berlijn is misschien nog mooier dan de zomer. En dat wil wat zeggen.

Het licht is zachter in het najaar, het publiek op en rond het Museumeiland ook.

Berlijn is ingedeeld in verschillende districten, ieder met zijn eigen identiteit. Ik woon in hartje Mitte. Het oude Oosten als het ware. Slechts een brug en een straat scheiden me van het fameuze Museumeiland. Op zondag flaneer ik er zeer graag. Het is er dan boek-en antiekmarkt. Het antiek is aan de kitscherige kant, maar de boeken bijna allemaal aan één Euro. Ik tracht, maar kan niet met lege handen naar huis komen. Vandaag is geen uitzondering:

20150920_175319

Ik ben wat blij met mijn handleiding voor een Trabantje, vooral met alles wat erin zit: persoonlijke aantekeningen en krantenknipsels. Altijd een feest! Ik koop ook nog een exemplaar van Jedermann uit 1947. En zelfs nog rode satijnen handschoenen. Het kan niet anders of ik ben in een serieuze Ostalgische bui. Kostprijs van dit alles is 12 Euro . Dat overstijgt ver mijn zondagse budget maar ik ben in een gulle bui vandaag.

Aan de Humboldt universiteit op Unter den Linden staan ook altijd een paar zeer goeie boekverkopers. Op weg daarheen kom ik een aantal oude bekenden tegen:

20150920_16432120150920_170017-1

20150920_170301 20150920_170048 2015-09-21 14.56.36

Ik kan het ook niet laten om weer een kijkje te nemen in de Neue Wache.

Het (uitvergrote) Moeder en Kind beeld van Kathe Kollwitz weet me iedere keer ontzettend te ontroeren. Het is een ode aan alle slachtoffers van de oorlog. Elke oorlog. Kollwitz verloor haar zoon in de eerste wereldoorlog. Hij was amper 18 jaar oud. Het beeld staat onder een open gat in het dak, zodat het altijd onderhevig is aan regen, wind, zon en sneeuw. Het is helaas nog steeds brandend actueel.

Neue Wache

Neue Wache

Ik slik mijn ontroering weg. Mijn rugzak ondertussen nog ietwat verzwaard door twee boeken van voor mij onbekende auteurs:

20150920_175302

Niet toevallig hebben deze boeken de zee als onderwerp. Ik ben nog niet zolang terug van een vakantie naar Belize en Mexico waar ik hoofdzakelijk in gezelschap van zeebiologen verkeerde. Heb ook nog gezwommen in het gezelschap van nurse sharks, walvishaaien, zeeschildpadden en nogal wat andere zeebeestjes. Dat doet blijkbaar wat met een mens.
Ik laat het Museum van de Duitse geschiedenis rechts van me en wandel terug via de Platz der Märzrevolution waar ik nog mooie ontmoetingen heb met o.a. Schiller, Gorki en Von Kleist. De lucht is staalblauw.

2015-09-21 14.54.10

Even voorbij de Strandbar aan het Bode Museum, besluit ik nog een bezoekje te brengen aan de splinternieuwe galerij Bernheimer Contemporary – het is tenslotte Berlin Art Week- en word er als het ware omvergeblazen door het werk van de Italiaanse Annemarie Delleg.20150920_173339

Haar werk is van een intensiteit dat ik niet meer zo vaak tegenkom in de hedendaagse kunst. Het is Art Brut op z’n best.

Thuis wacht me een opgewekte zoon, die me meteen in de Minecraft wereld gooit, mijlenver verwijderd van de Ostalgie waarin ik zoëven nog vertoefde.

Laat de herfst maar komen. Ik denk dat ik er klaar voor ben.

Jedermann

Jedermann

Advertenties

Berlin Art Week: de kracht van ontroering

De laatste zondag van september. De zon schijnt uitbundig en het is lenteweer. In de herfst. Dat kan. Alles kan. Dit is Berlijn.

De stad is in feeststemming. Meer dan 10000 deelnemers aan de Berlin Marathon. Meer dan 300 Belgen. Op weg naar een tentoonstelling in een ander deel van de stad, stuit ik op een kleine Belgische fan base. Op één of andere manier ontroert me dat ontzettend. Zo’n vijf-tal Belgen die met de Belgische vlag in de hand de Belgische atleten moed inriepen. In drie talen. Ik vind dat schoon. En typisch Belgisch.

10653500_10203769022319073_7620029539768722098_n10628173_10203756338521986_9198151957486873145_n

Eerste werd de Keniaan Dennis Kimetto die met een tijd 2.2.57 een nieuw wereldrecord vestigde. Bij de dames werd de Ethiopische Tirfi Tsegaye eerste met 2.20.18. Eerste Belg werd Abdelhadi El Hachimi met 2.12.45. Hij werd 12de.

Gisteren zaterdag, werd de Belgische Bart Swings eerste in de Inline-Skating Speed Marathon, een evenement waar duidelijk minder aandacht aan wordt besteed maar dat ik wel zo spannend vind. Dat de stad dan autovrij is, vind ik dan weer geweldig.

Terwijl ik gezwind met mijn te kleine fiets door de autoluwe stad rijd, geniet ik van de bandjes die overal langs het parcours staan en die de moede lopers proberen moed in te spelen. Ik zou het geen 5 km uithouden. Met of zonder aanmoediging 🙂

Maar ik wijk af, dit zou eigenlijk een blogpost over Berlin Art Week moeten zijn.

Die had nl.  plaats van 16 tot 21 september. Ze is totaal niet te vergelijken met de Art Weeks in pakweg Basel of Londen. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Naar kwaliteit is het in Berlijn soms zoeken. Dat wordt dan weer ruimschoots gecompenseerd door de ontspannen sfeer. In de Joodse hippe buurt waar ik het geluk heb te mogen wonen, zijn massa’s kleine galerijtjes die een bende bonte en minder bonte kunstliefhebbers aantrekt. De sfeer zit er dik in en het echt arrogante van de andere steden is hier nog niet doorgedrongen. Gelukkig maar. Het is één van de redenen waarom ik me hier zo thuis voel. En zelfs op de BAW vind je nog pareltjes. Neem deze bijvoorbeeld:

KOLIBRI New tendencies in a place outside of time

Group show in a forgotten ballroom ruin / September 17 – 21, 2014 Curated by Constanze Kleiner

1390660_10203769054679882_4192031000654038564_n

Dit was gewoonweg fantastisch. En het kon niet Berlijnser: neem een ruine uit de DDR tijd die ooit een balzaal én een autowerkplaats is geweest. Laat die 20 jaar verkommeren. Haal alle rommel eruit en maak er een expo van net voor de investeerders ermee aan de haal gaan.Het resultaat is pure poëzie.

Ik onthou vooral het werk van Ingo Günter, Natalia Szostak, Amelie Grözinger,en Viet Ban Pham.

10653321_10203769144122118_5057451888230125433_n 1962720_10203769147242196_8721336605436576206_n 10348460_10203716006673715_5842959571348403442_n

RINUS VAN DE VELDE in Galerij Zink

Jonge wilde Belg Rinus Van de Velde is reeds zo’n 10 jaar bij Zink. En dit zou naar verluidt (zegt ie zelf!) zijn beste expo zijn. Werk en galerij zijn perfect op mekaar ingespeeld.

Ik vind het knap, maar ben niet ontroerd. Het raakt me niet. Nog niet.

Copyright: Zink Gallery, Berlin, Germany

Rinus Van de Velde Copyright: Zink Gallery, Berlin, Germany

De vraagstelling, de allegorie van de artiest als/op een eiland, de getormenteerdheid (gespeeld of niet), het zeer grote egocentrisme…ik weet niet of het serieus bedoeld is of het allemaal maar om te lachen is. Of misschien is het beide. Het feit dat je dat als toeschouwer niet weet, pleit voor Rinus Van de Velde. Want een kunstenaar moet in mijn ogen vragen oproepen. Zolang hij ze maar niet beantwoordt. VDV werkt vooral met houtskool. En hij beheerst zijn kunst meesterlijk. Dat is feest. Altijd.

GALERIJ HARDHITTA (op verplaatsing) “A story to tell”Curated by Bene Taschen

10686736_10203769024919138_4551988277856995106_n Drie steden, drie fotografen. Berlijn, New York, Los Angeles. Ik kom van buiten waar de zon schijnt en de marathon zijn gangetje gaat. Hierbinnen (een oud postgebouw in Kreuzberg op een boogscheut van de Potzdamer Platz) is het keihard. Fotografen Gregory Bojorquez, Joseph Rodriguez en Miron Zownir fotograferen de zelfkant van de maatschappij. Zownir was dé fotograaf van de Berlijnse punkscene begin jaren tachtig. Sommige foto’s zijn zo hard dat ik er amper naar kan kijken.

Cover_web

Zownir latest book (photo taken from his web site)

 

Waar nostalgie en eclecticisme de plak zwaaide in de Kolibri balzaal, waar Van de Velde zijn imagination au pouvoir liet, in deze achterzaal van een oud postgebouw ben ik beland in een totaal ander universum: dat van de ruwe steedse realiteit.

Waar kleine kinderen de fotograaf vragen of hij zijn vader niet wil zijn want het joch heeft er geen meer. Waar dandy’s in toiletten spuiten, waar meisjes te vroeg kinderen krijgen, punkers liefdeloos voor de camera neuken en waar bendeleden een paar uur nadat de foto werd genomen al niet meer in leven zijn.

Zwaar onder de indruk stap ik weer op de fiets,  probeer door het fantastische Gleisdreieckpark te fietsen in de hoop op iets minder sombere gedachten. Het lukt. Ten dele.

 

 

 

 

 

Alle foto’s zijn van mijn hand behalve de foto van het werk van Rinus Van de Velde waarvan het copyright waarschijnlijk in de handen van Galerij Zink is. (website) en de foto van de cover van het laatste boek van Zownir.

 

Skin deep

Skin deep d284fce82eda540bc68c71a071b81753 Sitting in the bus back home, I’m in a sort of sedative state. I see the world around me but I’m not seeing it really. I’m in my own world. Virtual. Spaced out. I nearly missed my stop. Buzzed. I feel strong but extremely vulnerable at the same time. Happy and sad. Exhausted but with a weird kind of energy. No I’m not drunk. No, I’m not even under the influence of any legal or illegal substances. I’m simply in that particular kind of flow. Probably due to the hormones the body gives you at a certain point when or after you’re in big pain. I was advised by Valentin to have a good meal; he claims my body will need it. That there was a serious attack on that body, and that it will crave a real meal. In his eyes that is a steak or a hamburger. He’s a far better artist than food expert 🙂 (In my eyes a good meal means a quinoa salad or a falafel. But I’m not into food right now.) I’m in the bus 104 after an afternoon of pain and pleasure, being tattooed by Valentin Hirsch in his small tattoo studio in Neukölln, Berlin. I didn’t know what to expect at first. Valentin, rising star in the tattoo world and one of the very few accepted by the contemporary art world, has his own way of working: you say what design (he’s totally into animals) you would like to have on your body, and on which body part you would like it. You need to be patient. He works alone and the waiting list is huge. I gave him some instructions a couple of months ago but it’s only on the day of the actual tattoo session that he shows me his design. And even then you see only the rough lines. He will fill in the drawing on the spot. He made something I didn’t expect. I expected a deer. I got a parrot. Which eventually matched completely with what I wanted. A little scary at first, I admit. The sketch on paper looked good, but not fantastic. I can always withdraw. But I knew his work. He’s a damn good inker. (Can’t wait to see his other art, etchings and other stuff, Valentin, if you read this, keep me posted please!). I was proud to be there. And I knew more or less how it will look like in a couple of hours. I’m was so ready for this. Four hours later I feel like if somebody scratched his testament on my back. Maybe Valentin really did, in a peculiar way. He puts after all, a part of his soul in it. He can’t do otherwise. So I think. I think I would anyway. Drawing a piece of art into a person’s body is not something you do lightly. Their body is your canvas. Your drawing becomes theirs. And after a couple of hours, it walks through that door and you will probably never see it again. Letting needles deep inside your body is not something you do lightly neither. Or at least you shouldn’t. What I underestimated it the intenseness of the whole process. Not only you go naked metaphorically spoken but also sometimes you do have to take some cloths off. For a shy woman like me, that’s already a whole mountain to overcome.

foxrabbitweb-305x423

One of Valentin’s designs.

And you spend a couple of hours together, hands on skin, needle in skin. You don’t talk. There is fantastic music playing. You are in pain; your suffering is under his hands, from where it runs through his body before he lets it loose again. He concentrates. Your body speaks. He hears it, even if he’s not listening. I don’t like pain. But pain also reminds me that I’m alive. It’s an exchange of energy that is rather intense. I love intense. After the session, I have a look in the mirror and the result is above all expectations. Wow. Beautiful. Soft. Delicate. This will grow old with me. That feels comforting. I feel blessed and in a strange way protected. You know, like wearing a talisman, or having an Indian God statue in your pocket. You know it doesn’t work and you totally don’t believe in it, but in a strange way, those things comfort you. But I can’t deny the fact that my back sends pain messages to my neck, my brain, and my breasts. Reminding me that my body is one, that it’s not a collection of different parts. I’m not a man machine. Living in Berlin is living with many nationalities, a lot of poverty, weird scenes on the street, bar stories that are so lonely you could die, a lot of hustle, many stories, many ambitions, great imagination. And also a big underground scene. There aren’t many white collars out here. Berlin is a poor city. Most of the people in restaurants and bars or shops have tattoos, piercings or whatever other crazy (or not) body ornament. Most of them are not nicer or less well behaved than the ones without. Philipp; a friend and fashion photographer, says that “yes indeed, it is a real hype; you cannot find models anymore without a tattoo. It’s like everybody’s having it.” He’s not really happy with it. It’s a hype, a trend. Philipp joins Ozzy Osborne in this case. Ozzy once remarked to his daughter Kelly, ‘If you want to be different, don’t get a tattoo.’ Getting NOT tattooed is probably the most hipster thing to do which is totally understandable. Trends come and go. But I don’t give a damn about being hip or not. And I survived already a couple of trends. Even the worst. I was a teenager in the eighties: How bad do you think it gets? Tattoo subculture is a significant part of the Berlin culture. Body art is going completely avant-garde. Compared to 10 years ago is that it has nothing to do anymore with social circles. Musicians, artists, gallery owners, designers, but also the paperboy, or the girl in the supermarket. They all joined the tat-club. 10348362_751455218261784_262458873590717673_n tumblr_lw7urj60Tz1qba4mto1_1280There is still the old school, the classic, the sailors, the rockers, the Celtic and Maori designs etc. But there’s a new generation there. People who have a passion, a knowledge, a talent, a vision. Most of the times went to art school. No mass products for this avant-garde. This new generation of tattoo artist threw away conformity and a new aesthetic is born. People like Chaim Mavlev, Valentin Plessy, Peter Aurisch and Valentin Hirsch just to name a few, are working on a totally new level. And these are all people that are working in Berlin. I’ve always had a passion for tattoos. It is probably one of the more honest art forms. It is visceral. How close can you get to a text, a piece of art? It’s skin deep. It’s there to stay. For as long as you live. And even longer. The fact that you can scratch so deep into your skin that a work stays on your body for that long is amazing. It’s really nothing new. The art of tattooing is 5000 years old. I wrote down a short history underneath this post if you would like to read about it. We all like to think that the tattoo is the permanent expression of a certain feeling on a certain point in our lives. But I think it’s just the image that might be permanent or semi-permanent. The interpretation of the image is fluid. And thus will change through the years. Probably. But as I said, that evolves. That changes. Some women say it helps them to reclaim their body after bad experiences. Some people just do it because it’s trendy. Some people want their dog forever written on their skin. There are plenty of reasons. Not all of them are good, that’s for sure. “The melting pot that is the United States has no rites of passage as a single American culture,” says Ken Brown, a tattoo artist in Fredericksburg, Virginia, who finds inspiration in National Geographic photographs “On some levels, getting a tattoo is like a milestone that marks a certain moment in a person’s life.” Ken still remembers one customer, an 80-year-old former marine who had always wanted a tattoo but had been too afraid to get one. “He came to me for his first tattoo,” Ken says, “and he told me, ‘I figure I got five or six good years left in me, and I’m not going out without one.’ ” I love that last quote so much! What is it about tattoos that make them so popular? Why would somebody for Buddha’s sake would like to have needles in their bodies, at more than 100 times a second? In this video you can see exactly how it looks like in slow motion. Mesmerizing. Don’t ask me why, but I just love a beautiful tattoo. It is always an immense pleasure to look at a beautifully decorated body. I really consider it as an art form. Pity most of the designs are ugly as hell. Same shit as in the other arts. Maybe this nouvelle vague will lead to more talented tattoo artists and too more good taste in general. I so understand the people who always want more. Guess they feel naked without them. And there might be addicted to the ritual of getting tattooed. It’s a whole process of course. The thinking of the theme, the drawing itself, the first meeting with a tattoo artist, the studio, the stencil on your body and then that noise, the specific noise of that machine. The different needles. With their different noises and the different pains they create. The state in which you are after a couple of hours of pain, sometimes hardly bearable. Sometimes soft and almost tender. Everybody is afraid how the tattoos will look when we get old. Well, we hopefully all grow old, aren’t we? My friend Katharina puts it this way.” I’ll grow old and wrinkled with my tattoos, you will grow old and wrinkled without them.” Enough said. And the very last quotation comes from my son: “Wow. That is awesome! Finally I have a cool mum”, he exclaimed when he saw my tattoo for the first time. I don’t agree with him. I was always a cool mum, even before the ink 😉       More on tattoo art in Berlin here and in Belgium here. The blogs are not super up to date and don’t claim to be complete.     A short history of tattoos     Tattoos arise from a rich cultural history dating back 5,000 years. In fact, the earliest record of tattoos was found in 1991 on the frozen remains of Ötzi. Big parts of his body were marked with small line, made by rubbing powdered charcoal into vertical cuts. Scientists discovered that he had bone degeneration at the site of each tattoo. This led leading to believe that Ötzi’s people, ancestors of contemporary central and northern Europeans, may have used tattoos as medical treatment to reduce pain. Poor Ötzi! Later, the meaning of tattoos changed. Take Egyptian funerary figures of female dancers from around 2000 B.C. They display the same abstract dot-and-dash tattoos on their bodies as those found on female mummies from that time period. Bes, god of fertility and revelry is seen in later images. In ancient Romans the found no reason to celebrate tattoos. They believed in the purity of the human form. Except as brands for criminals and the condemned, tattoos were banned. (Criminals and tattoos…hey that rings a bell!). But over time, even the Roman attitudes toward tattoos changed. Fighting an army of Britons who wore their tattoos as badges of honor, some Romans came to admire their enemies’ ferocity as well as the symbols that represented it. Soon Roman soldiers were wearing their own body marks; Roman doctors even perfected the art of application and removal. During the Crusades of the 11th and 12th centuries, warriors identified themselves with the mark of the Jerusalem cross so that they could be given a proper Christian burial if they died in battle. After the Crusades, tattooing largely disappeared in the West for a time, but continued to flourish in other places. By the early 18th century, European sailors encountered the inhabitants of the South and Central Pacific islands. There, tattoos were an important part of the culture. When a Tahitian girl reached the age of sexual maturity, her buttocks were tattooed black, a tradition that continues among some today. When in mourning, Hawaiians tattooed their tongues with three dots. In Borneo, natives tattooed an eye on the palm of their hands as a spiritual guide that would lead them to the next life. In 1769, Capt. James Cook landed in Tahiti, where the word “tattoo” originated from tatau, which means to tap the mark into the body. One method island practitioners used for working their designs into the skin was with a razor-edged shell attached to the end of a stick. In New Zealand, Maori leaders signed treaties by drawing precise replicas of their moko, or personal facial tattoo. Such designs are still used to identify the wearer as a member of a certain family and to symbolize a person’s achievements in life. In the 1820s, Europeans began the macabre practice of trading guns for tattooed heads of Maori warriors. To keep up with demand, Maori traders took slaves and commoners captured in battle, tattooed them, killed them, and sold their heads. The practice ended in 1831 when the British government made the importation of human heads illegal. Tattooing has been practiced in Japan since around the 5th century B.C. Repressive laws gave rise to the exquisite Japanese designs known today. Restricted from wearing the ornate kimonos that adorned royalty and the elite, outraged merchants and the lower classes rebelled by wearing tattooed body suits. Covering their torsos with illustrations that began at the neck and extended to the elbow and above the knee, wearers hid the intricate designs beneath their clothing. Viewing the practice as subversive, the government outlawed tattoos in 1870 as it entered a new era of international relationships. As a result, tattooists went underground, where the art flourished as an expression of the wearer’s inner longings and impulses. The yakuza, the Japanese gangster class, embraced the body suits—even more so because they were illegal. Those tattoos required long periods of pain from the artist’s bundles of needles, endured by wearers as a show of allegiance to their beliefs. Today, Japanese tattoo wearers are devoted to the most colorful, complete, and exotic expression of the art. New York inventor Samuel O’Reilly patented the first electric tattoo machine in 1891, making traditional tools a thing of the past in the West. By the end of the 1920s, American circuses employed more than 300 people with full-body tattoos who could earn an unprecedented $200 per week.

Maud Wagner. 1907.

Maud Wagner. 1907. First known female tattoo artist in the US.  Circus performer.

For the next 50 years, tattoos gained a reputation as a mark of American fringe cultures, sailors, and World War II veterans In the 1970s everything changed and real artists appeared. It was moved out of the danger zone. Katherine Irwin, associate professor of sociology at the University of Hawaii, has studied the cultural significance of the rise of tattooing among mainstream people in the West. “They became a symbol of working class masculinity. Now they are being recrafted into a middle class symbol.But she points out that in 19th Century Europe it was fashionable among some sections of the upper class to have discreet tattoos, of family crests and other aristocratic emblems. Tattoos have gone in and out of the mainstream, she insists. “They like to play with fringe identities without sacrificing their middle class status. They get a tattoo that is thumbing their nose at middle class society in a way that is so mainstream that it would be hard to push them out. “They don’t get anything super-fringe, they weren’t doing bloody skull and crossbones.” The promise of the tattoo is that the ordinary unadorned stretch of arm or leg or stomach will be transformed into a canvas for a statement, either artistic or counter-cultural, of cool. The most popular explanation of the motive for getting a tattoo is about “reasserting control over your own body”. In a Western world where body image, plastic surgery, anorexia and the depiction of women is a topic of daily debate, tattoos represent a different current of thought. I think we’re on the edge of a totally new vision of body art. Tattooing has become adult. Can’t wait to see what the future brings.     Sources:   http://www.smithsonianmag.com/history/tattoos-144038580/?no-ist http://news.bbc.co.uk/2/hi/7034500.stm http://ngm.nationalgeographic.com/ngm/0412/online_extra.html Pictures: Please contact me if you are the photographer, I couldn’t find the credits for some of them!

One of those typical Berlin weekends

UnknownIt is the last weekend before school starts again. So what does a Belgian forty something does in Berlin when she’s not working on her book? This for instance:

An ideal way to start a long weekend is with a lunch on Friday. As mentioned before on this blog, cheap, healthy lunches aren’t hard to find in Berlin. Even in our tourist crowded neighbourhood which is called Scheunenviertel. I often take my kids out to lunch and today is no exception. Today, Elmo and I try Il Mercante del Sud, an authentic Italian cantina situated in front of the Jewish Friedhof, in de Große Hamburgerstr. 21. This is an aera of Berlin crowded with tourists but this friendly place is a relief compared to all the tourists traps around us.

DSC_2794~2

Authentic Italian food (today no fresh pasta which is wirklich schade), and authentic Italian (from the Marche region) atmosphere. Large wooden tables where you can just join other foodies. The open kitchen is huge and homey. No professional geer here  but cooking like I would do it at home if I cooked on electricity. A menu is optional but there is one: it is written on the inside of a pizza cardboard box 🙂

ls

The linguine al ragu comes with lots of veggies and my pasta arrabiata is excellent but unfortunately not arrabiata. Guess the chef isn’t arrabiata (enraged) enough today. A little spicy oil will do the trick. And yes, their home made spicy oil is really spicy. One menu (salad, pasta + drink) and one pasta + drink costs 17,5 Euro. Not super cheap for Berlin. But considering the atmosphere and the quality of the food it’s an excellent price/quality. And chef, don”t forget to spice it up next time, per favore 🙂 !

On Friday evening, I leave my cosy work desk at home to go to Alt Stralau to see an opera. Yep. Indeed. An opera in a hipster club. Why not ?  While I’m sitting there in the garden one of Berlin’s most famous clubs called Salon Zur Wilden Renate I can’t help thinking that Berlin hipsters are ruling Berlin’s art scene. Maybe they are, maybe they aren’t, I don’t give a damn.

DSC_2831~2Tonight is the premier of the Kiez Oper (see my last year’s post here) called The Fairy Queen. Alex J. Eccleston & Rowan Hellier, two twenty something producers,  try to tame a talented baroque ensemble conducted by Benjamin Bayl (Staatsoper) and Julia Burbach, the director of Royal Opera House (London) fame,  together with an international bunch of singers and actors. Here is a video of their last year ‘s performance. The public is essentially composed by international hipsters and I have to admit it: they are better dressed than I am to face this rather cold August night. Kiez Oper is a great initiative: to bring the opera to young (or relatively young) people in awkward places at a great price (12 Euro!) is indeed a fantastic idea. It’s anti-elitist, it’s fun, it’s beauty, it’s art. But this doesn’t come easy. To act and sing in a place like this, crowded ( I think there must be about 600 people!), with bars, people, big trees and hanging boats everywhere is not easy. And acting and singing and performing in relatively cold circumstances is a challenge.

10646915_918551974841097_5945837591539067018_n

Photo: Jack Snow

The Fairy-Queen is a masque or semi-opera by Henry Purcell from the end of the 17th Century. The libretto is an anonymous adaptation of Shakespeare’s wedding comedy A Midsummer Night’s Dream. It was performed for the first time three years before Purcell’s dead. Following his death, the score was lost and only rediscovered early in the twentieth century. Filled with fairies, nymphs and transvestites, fire breathers along with the great location it looks like it is everything I like. It is indeed very contemporary even if it’s more than 300 years old.  And yes, there’s even a counter tenor. Buddha knows how much I love baroque music and countertenors. So why did I leave about an hour later not totally satisfied? The piece is really beautiful and the musicians excellent. But although I was on time I was too far from where most of the action was (although they did try to use the whole setting) and the trees and lack of stage were too big a handicap. Too bad I’m not professional enough to say something intelligent of the  quality of the singers. I was particularly surprised by the drag queen countertenor who really moved me when he started to sing his lamento  O let me weep. The setting, and he alone on that huge balcony…just perfect. But the small technical problems (2 times the microphones failed) , the sound of glasses and bottles at the bar, the fact that some singers were not understandable (and no program given so the story was lost on me), the disrespectful laughter of people in the back at the bar…that doesn’t forgive.

Some acting performances were not strong enough to be able to move the audience. And when there’s no emotion, there is something wrong. It would have no doubt been different if I was closer to the front. But please please please continue, I know the challenge and the (above all: technical) difficulties encountered are immens, but the idea is fantastic, and it makes me and hundreds of other people with me discover music we otherwise would never have known. And promised: next time, I’ll come earlier and sit in the front.

Here are some fantastic recordings of Purcell with Philippe Jaroussky,  divine as always. And then there’s this: Christina Pluhar and het Arpeggiata ensemble at her best.

10386295_10203516173878020_1176187263714604084_n

On Saturday I skip the cue (I heard later that some had to wait 3 hours!) at the Martin Gropius Bau because I bought an internet ticket for the David Bowie Exposition.

Always a bit sceptical on those expos that turns artists into gods but the expo beats everything I saw before. The concert room is simply overwhelming and larger than life. And when a guard sees me taking notes, she kindly invites me to sit on the bench. Not just a bench, but THE bench that used to be in the Dschungle, that famous club in West Berlin where Blixa Bargeld, Bowie, Iggy Pop, Mick Jagger, Grace Jones and Depeche Mode spend most of their nights during their Berlin years. And for my freaky music friends: in that same room you’ll see a AKS 1979 Synthi. It was a gift to The Thin White Duke by a certain Brian Eno :-).

More than 2 hours later I’m totally happy and rather excited when I bike home in the sun. I’m the luckiest of bikers, feeling totally free and happy to have know most of Bowie’s repertoire, and to live in this fantastic city. Back home, my kids are starving so I’m making dinner they can’t refuse. Hmm, in fact, they did, my red curry is a little bit too spicy 😦 If i’m really honest: it is a hell of a lot too spicy. Seems like I will have to eat it myself for the next couple of days 🙂 Arrabiata it will be.

In the evening, one kid stays home alone while the big one (home from a trip around Europe that lasted 3 weeks so still pretty exhausted) and I are going to the Museum Insel where there will be a screening of the digitally restored classical expressionist masterpiece Das Kabinett des Dr. Caligari (Robert Wiene) with live music from the Solistenensemble of the Film Orchestra of Babelsberg.

DSC_2843~2

Although I attended film school a long long time ago (it was the eighties and Belgian film schools sucked) I never saw the movie. It is indeed, a masterpiece, nothing more, nothing less. Thinking it was made in 1919-1920, cinema only a decade or 2 old, and already being able to make such a statement is simply overwhelming. These fantastic decors, the intenseness of the actors ( Conrad Veidt, Werner Krauss…), the great music, I’m very grateful to be able to share this with my 19 year old.

 

On Sunday, a trip to the famous flea market known for its excellent buskers is cancelled due to the rain but in the afternoon I try some tango dance moves in the open air milonga at the famous Strandbar Mitte before heading to tango class in the Kreuzberg district where we did practised our improvisation skills along with some new barridas, pasadas, ganchos and whatever the other steps are called.

Tango © Marine Queyras

Tango © Marine Queyras

I ‘m dancing for 6 months now, 2 times a week, almost never miss a course and I’m still an absolute beginner. Although this is so frustrating, I will not give up this time. I can be stubborn sometimes.

 

Home again, there is still time for a heavy discussion (“I don’t want to go to school tomorrow, school is hell”) but also a cuddle and a story with my son who will start school tomorrow and who’s not -you guessed that part didn’t you?-very amused by that fact. And that…is a hell of an understatement. Guess he might be a little… arrabiato.

 

A fire(cracker) in the sky

Sylvester in Berlin: a fire in the sky

While the sun was bathing all over Berlin this afternoon, it is 5 °C, unusually hot for the time of the year, I would like to wish you all a year ( a life!) filled with empathy and compassion. Be nice to all creatures great and small but never forget to question the power 🙂

(all photos taken with my cell phone)

Oud en nieuw in Berlijn: a fire in the sky

Berlijn. Het is dinsdag 31 december 2013 en over ongeveer een uur is het al donker. Ik word getrakteerd op een fantastisch mooi licht en geniet met volle teugen vanop mijn fiets van dit strijklicht dat over mijn stad valt.

Laatste daglicht van 2013

Dom Berlijn 31/12/13

 

Een dik uur later drink ik mijn eerste en laatste Cuba Libre Cuba Librevan het jaar, lees de wensen van mijn Facebook-en/of echte vrienden, en probeer ik zelf ook zo een beetje de balans te maken van afgelopen jaar. Dat vond ik vroeger onzin, want is het niet dat je dat eigenlijk dagelijks moet doen? Uiteraard moet je dat dagelijks doen. Maar dit jaar, sorry vorig jaar dus, was een beetje anders.  2013 was voor mij persoonlijk een ‘(om)schakeljaar’. Geen paniek, ik heb het licht niet gezien of zo, dus lees gerust verder 🙂 Het is ‘gewoon’ dat dit jaar niet alleen gemarkeerd werd door de scheiding van een man met wie ik bijna een kwarteeuw veel lief en ook wel veel leed heb gedeeld (en geloof me, dat gaat niet in je kouwe kleren zitten en het roept meer vragen op dan je lief is) maar ook door een zich adapteren aan een maatschappij die niet de mijne is, aan een taal die ik niet beheers, aan nieuwe scholen voor de kinderen, aan het stadsleven en aan de zoveelste nieuwe woning.

Allemaal peanuts in vergelijking met de grote wereldproblemen, daar ben ik me heel erg van bewust. Maar op micro persoonlijk vlak zijn dit uiteraard serieuze klappen. We moeten daar niet onnozel over doen.

Ondanks het feit dat het dus op zowel persoonlijk als professioneel vlak een rampjaar was,  zie ik de toekomst glimlachend tegemoet. Want de projecten die er op stapel staan, zijn redelijk ambitieus én ontzettend realistisch.  Vriendschap is en blijft nog steeds één van de belangrijkste dingen in mijn leven en dit jaar heeft me ook duidelijk gemaakt op wie ik echt kan rekenen als het even écht niet meezit, ik heb leren loslaten, ik heb leren accepteren en  ik heb me te pletter geschreven. Ik weet hoe diep ik kan gaan, weet beter wat ik wil en vooral wat ik niet wil. Ik heb een ex die wel altijd één van mijn beste vrienden zal blijven, ik heb twee kinderen die verre van oppervlakkig zijn en waar ik zielsveel van hou; een passie of 2 waar ik graag in verdrink en een thuis in Berlijn, een niet perfecte groene stad waar doodgraag wonen, in een land dat niet in oorlog is met voorlopig nog genoeg eten op de plank. Dat is meer dan het gros van de mensheid kan zeggen. Ik tel mijn zegeningen dan ook elke dag.

Ik ben al heel vaak verhuisd, zowel in België als in Frankrijk en heb eigenlijk overal graag gewoond, maar Berlijn is mijn eerste grootstad. De stad maakte zich gisteren, 31 december; klaar voor haar traditioneel heel luidruchtig eindejaarsfeest.

ulmXmRC3VpeBMDS2xhP1f0Juet4gKJ2VjCJ1ypLyGg0Berlijn vuurwerk
Ik hou niet van vuurwerk, omdat het een ramp is voor de meeste dieren, omdat het verschrikkelijk vervuilend is en omdat het zo veel lawaai maakt en ik me iedere keer weer een ongeluk schrik.

Voor sensitieve personen (al dan niet menselijk) zijn deze geluiden echt hels. Ieder jaar zijn er ook ontzettend veel gewonden. Dat valt in Berlijn nogal mee, vergeleken met bv. Nederland waar het vuurwerkgebruik compleet uit de hand lijkt te lopen.

Maar toch heb ik besloten om vanavond op een dakterras van een hotel te gaan staan met een glaasje Sekt en om van het vuurwerk te genieten. Het is meer een kwestie van “if you can’t beat them, join them” en ik moet natuurlijk weten waarover ik spreek alvorens een oordeel te vellen. De journalist in mij komt altijd wel naar boven.

Het dak van het Montbijou hotel aan het Montbijoupark was voor de gelegenheid opengesteld aan het publiek. Met een vriendin begeef ik me naar de vijfde verdieping en het uitzicht is fenomenaal. Je hebt bijna een zicht van 360°. De Alexanderplatz met haar televisietoren, de Hermes van het museum waarvan de naam me niet te binnen schiet, de gebouwen op de Friedrichstrasse en de koepel van de Synagoge. Beneden rijden de trams en een beetje verder de S Bahn. Berlijnser kan bijna niet.

oudjaar

En hoewel het al de hele avond in de stad gonst en knettert, wat me ontzettend zenuwachtig heeft gemaakt. De hel breekt pas om middernacht echt los. En ik moet toegeven, het is een geweldig schouwspel, er is geen ontkennen aan. Het knettert langs alle kanten maar omdat we zo hoog zijn, is het geluid al wat gedempt. Het is een zeer klare nacht en het zien van de sterren met al dat vuurwerk is heel mooi. Al gauw kan je de televisietoren niet meer zien. We openen onze meegebrachte fles schuimwijn en drinken uit plastic bekers (niemand van het personeel dat daar aanstoot aan neemt) alvorens ergens rustig een laatste gemberthee te drinken. De straten liggen vol met afval en overal zijn er wel onverlaten die nog wat willen horen knallen. Heel veel toeristen ook.

Ik kruip om 3 uur moe van het wandelen en de kou mijn bed in maar slapen zit er niet in. Daarvoor prikken mijn ogen te erg. Milieuvriendelijk ? Ik dacht het niet. (Afschaffen dat vuurwerk en vervangen door veel modernere licht-en laserinstallaties lijken me een veel mens-dier en milieuvriendelijker alternatief.)

En nu is het dus 1 januari 2014. Ik wandel door de stad die niet zo verlaten is als ik dacht. Ik zie het afval en denk aan de mensen die dit morgen moeten opruimen, sommige feestgangers hebben het redelijk netjes gehouden:

Proper vuurwerk

 

 

 

Anderen dan weer helemaal niet.

The day after

The day after

Ik besluit 2014 alvast in te gaan met wat cultuur en stap het hof in van het Kulturwerk Berlin in waar naar verluidt dé tentoonstelling van het jaar plaatsheeft: Christoph Schlingensief.gqiCcoCJE-vSxtJ7KfB4FWQqNs09lJbWe0UW_KrJl0Q

Church of Fear

Church of Fear

Ik bewonder zijn Kerk van de Angst , in 2003 te zien op de Biënnale van Venetië, een erg sterke reactie op de (angst) politiek van Bush. Helaas besluit ik om een koffie te gaan drinken in het café‚ waar ik de Berliner Zeitung van gisteren weet te appreciëren.  Mijn dochter vervoegt me even later en vertelt me uitvoerig over haar nachtje uit. Heerlijk. Morgen wordt ze al weer 19. En oh cliché, het lijkt alsof ik vorige week haar luiers nog aan het verversen was.

Op de eigenlijke tentoonstelling geraken we niet meer. Tot daar alvast mijn goede voornemens om dit jaar nog wat meer aan cultuur te gaan doen :-D.

Een paar woorden van dank konden hier niet ontbreken: dank je Heidi , voor alles, dank aan jullie lezers voor het lezen van deze blog (jullie beseffen niet half wat dat voor mij betekent! ) en dank ook aan Berlijn voor jouw energie, je kracht, je weidsheid en je chaos waarvan ik het voorrecht heb om er in te wentelen. Dag in, dag uit.

Lieve lezer, duik in 2014, bewust, empathisch en volledig. Doe wel en zie niet om.

The 17 (imagine waking tomorrow and all music has disappeared)

Bill Drummond was in Berlijn. En ik mocht erbij zijn!

Bill wie ?

(foto: internet)

Billl Drummond van de KLF! (aha aha)

Dat is niemand minder dan de helft  van The KLF. Ja, dat redelijk fantastisch groepje uit delate jaren ’80. Voorlopers op vele vlakken.

Totaal niet akkoord met het wel en wee van de platenindustrie. Brachten naar verluidt ooit eens een dood schaap naar één of andere Britse awards. Of zetten zomaar eventjes 1 miljoen pond in brand. Want geld, daar ging het niet om.

Hun succes kwam snel en onverwacht. Ze scoorden een nummer 1 hit in niet minder dan 18 landen.

Bill haalde ook een andere Top 100. Hij stond in 1993 op nr. 1 in Select’s lijstje 100 coolest people in pop. Geweldig toch. Virgin Media vond hem goed genoeg om hem in hun top tien van”Most Eccentric Musicians” te plaatsen en in freakytrigger.com staat hij in de top 5  “most intelligent person in pop“. Hij heeft gewerkt met de meest fantastische muzikanten, heeft een geweldige soloplaat gemaakt, een paar goeie boeken op zijn naam staan heeft energie voor 10 en plannen voor 20.  Dat is meer dan u en ik (waarschijnlijk) kunnen zeggen.

Je zou een boek over de man kunnen schrijven, maar dat doe ik uiteraard niet. Hij kan dat trouwens zeer goed zelf en je kan op internet genoeg informatie rond hem vinden. Doen, echt waar!Ik ben uitgenodigd samen met o.a. de leden van het Berlin Pop Choir en diverse andere koren in Berlijn om deel te nemen aan het Berlijnse luik van The17.

Dit is onze missie:

bill drummond 2

 

 

Naar slechte gewoonte verschijn ik te laat en totaal opgefokt op de afspraak aan de Neue Nationalgalerij waar we met 100 mensen een kring gaan maken rond de Potzdammerplatz. Ben nog net op tijd om Bill’s briefing mee te maken. Ik zie een man in een lange ouwe lederen jas.

ond in Berlin. March 2013.

Bill Drummond in Berlin. March 2013. Foto: site Berlin Pop Choir.

Een vijftiger. Gedreven, enorm gedreven. Ik herken de drive van een hyperactieveling. Hij zal ons persoonlijk begeleiden en van elk van ons een foto nemen. Hij kijkt recht in mijn zonnebebrilde ogen terwijl had mij een handdruk geeft. Een zeldzaamheid tegenwoordig.

Om de 50 meter plaatst Bill persoonlijk een koorlid worden gezet. Mijn plaats is in het zonnetje aan het fantastische “Gedenkmal” voor holocaustslachtoffers. Het is prachtig weer maar bitter koud voor een lentedag. Ik erger me blauw aan het gebrek aan respect en de grote onwetendheid van sommige toeristen. Ik maak ook kennis met mijn -tot nu toe onbekende- medekoorleden die effectief 50 meter van me verwijderd staan maar op de één of andere manier zijn we toch met elkaar verbonden.

IMG_1596

Na een half uur komt er iemand op de fiets langs.

Een geweldige sympathieke jongen, met een fiets en een immense tas vol thee, ingehuurd door de productie. Hij heeft de beste chai die ik ooit in mijn leven heb geproefd. De thee is heet maar meteen afgekoeld. Het vriest dat het kraakt en deze thee is meer dan een bakje troost. Bedoeling is dus dat er een WEE-HO kreet begint aan de Neue National Galerie en dat elk koorlid deze kreet overneemt zodat er een cirkel van geluiden in de stad zal ontstaan.

Het geheel wordt gefilmd want er wordt tegelijkertijd een film rond Bill gedraaid die waarschijnlijk eind dit jaar zal uitkomen.

Helaas loopt er iets fout en geraakt de kreet niet tot bij ons. Dat was een domper op de feestvreugde maar de reactie van Bill na de performance maakte veel goed. Het is ook heel bizar want de kreet vertrok wel degelijk aan de Neue Nationalgalerie en kwam daar ook weer aan, dus leek er voor de productie eigenlijk niks aan de hand. Het zijn risico’s als je met zovelen rond 1 project werkt. En het zal ’s anderendaags worden rechtgezet.

Het neemt niet weg dat ik apetrots ben op mijn gesigneerd exemplaar van “Ragworts” 🙂

Afbeelding

(“Ragworts” by Bill Drummond.Penkiln Burn Book Eigtheen 2012. First edition of one thousand copies.)

Op 28 april 2013, op zijn 60ste verjaardag, heft Bill officieel The 17 op. WEE-HO!

Soms is toeval wel erg … euh…toevallig.

Afbeelding

Als overtuigd atheïst moet je al van heel goede huize zijn om me ervan te overtuigen dat er hogere krachten zijn in dit leven. Maar soms, heel soms, wankelt mijn (on)geloof en lijkt het wel alsof er iemand aan de touwtjes trekt.

Iedereen kent het wel: de dromen die uitkomen, het denken aan iemand en die dan de volgende dag op straat tegenkomen, het lezen van een bepaald boek en dan in exact dezelfde situatie(s) terechtkomen, het voorgevoel van nakend onheil en dan oeps! in een hondenstront stappen…

Ondergetekende denkt, neen, wéét dat het toeval is, dat dromen bijvoorbeeld veel meer niét dan wel uitkomen, is maar zelfs een rationalist als ik, kan niet ontkennen sommige situaties wel echt onwaarschijnlijk zijn.

Lees wat me zaterdagavond overkwam:

Mijn vriend en ik volgen al jaren de kunstenaars van de zogenaamde “Nieuwe Leipziger School”. Deze is heel eng verbonden met de Hogeschool voor Grafische-en Boekdrukkunst. In Leipzig, maar dat had je al wel begrepen.

Kunstenaars als Neo Rauch, David Schnell en Matthias Weischer zetten met hun abstract-figuratieve kunst de fameuze Leipziger traditie voort.

Afbeelding

Het zijn ongelooflijk knappe werken, met heel veel respect voor de traditie maar ondertussen ook ontzettend hedendaags. Neo Rauch heeft momenteel trouwens een overzichtstentoonstelling in Brussel, in de Bozar. Aanrader!

Afbeelding

Eigen+Art is de belangrijkste vertegenwoordiger van deze werken en eigendom van Gerd-Harry Lybke. Deze is begonnen als model bij de Hogeschool en na de val van de muur in 1989 internationaal aanzien als  één van de belangrijkste pleitbezorgers van Oost-Duitse kunst.

Op die verbazend minimalistische (water en witte wijn) heropening van de Eigen+Art galerij is het aanschuiven en wachten om de werken te zien. Het succes is overdonderend en het verbaast me iedere keer weer hoe open en vriendelijk en gespeend van enige arrogantie Berlijn is. Het publiek is een mix van hipsters en arty farty people, studenten die een gratis wijntje komen scoren, vrouwen met rimpels en een bontjas, verzamelaars met een dikke portemonnée en authentieke bewonderaars van de artiesten met een lege portefeuille…

Afbeelding

We hebben een afspraak met een vriendin die we algauw in de massa weten te ontwaren. Ze is aan de praat geraakt met een al wat oudere man die er wel best sympathiek uitzag. Het blijkt de lichtingenieur te zijn.

De galerij is net 8 maanden dicht geweest voor werken en hij was één van de verantwoordelijken voor het licht. Zijn website vind je hier.

Ellie, onze vriendin, vertelt hem dat ze normaliter in Frankrijk woont, maar dat ze momenteel 2 maanden in Berlijn woont en werkt. Het gesprek komt aldus algauw op Frankrijk waar hij blijkbaar 15 jaar met heel veel plezier heeft gewoond. Met veel deductie komen ze er uiteindelijk achter dat ze in hetzelfde departement woonden. Meer nog, in dezelfde regio. En dan blijkt dat de Schlaefles in ons eigen dorp woonden, dat dorp waar we 5 jaar hebben gewoond en waar we een deel van ons hart hebben gelaten!

Sterker nog: we kennen hun huis heel erg goed want het behoort nu aan een familie Zwitsers en we hebben vaak op hun huis gepast als ze weg waren.

“Ons” dorp telt 300 zielen dus je begrijpt dat deze ontmoeting wel ongelooflijk toevallig is. Om in een stad als Berlijn (3,5 M inwoners) nu net die persoon op een feestje uitpikken is wel ontzettend straf. (Ik verdenk Ellie van een derde oog te hebben en zal in het vervolg haar met respect bejegenen 🙂

Sterker nog,  dat die persoon in Frankrijk heeft gewoond (64 M inwoners) en dan nog in “ons” dorp! Wel, ik ben nooit een kei geweest in kansberekening (understatement) maar de kans lijkt me dus wel minimaal. En toch is het gebeurd. Heel natuurlijk.

Herr Schlaefle moest er helaas weer vandoor maar ondertussen zijn we wel uitgenodigd om herinnering aan “ons dorp” op te halen. Afspraak zondag ergens aan de Kürfurstendamm.

Foto’s: Alle foto’s komen van de website of Facebookpagina van Eigen+Art.