Zentralfriedhof Friedrichsfelde

Afbeelding

Het is me wat. Wonen met 2 honden in een stad. Ze zijn bovendien niet meer van de jongsten. Ik kan het me dus niet meer veroorloven om langer dan een paar uur van huis te zijn. Ik zou dat uiteraard wel kunnen maar het opkuisen van pis en poep  is niet mijn favoriete bezigheid. Noch die van mijn huisgenoten trouwens.

Maar uiteindelijk verplicht een hond je af en toe het huis uit te komen en dat is eigenlijk een goeie zaak voor iemand als ik, die anders haar bureaustoel enkel uitkomt om koffie te zetten of iets uit de koelkast te halen.

Titou

Titou

Zo bracht Titou  (grote wandelingen zijn voorbehouden voor Titou de blonde Labrador, de andere is te oud) me vandaag naar, hoe haalt hij het in zijn kop??, het kerkhof. Het is weer eens wat anders dan het park, niet waar?

Het is half 4 en bijna donker. Na dagen vorst, heeft de dooi ingezet. Temperaturen net boven het vriespunt. Als ik door de poort van het kerkhof Friedrichsfelde (Zentralfriedhof) stap, denk ik heel eventjes dat ik op de set van Sleepy Hollow ben beland. Er is mist en uit die mist doemt een man op. Ik zie een eenzame jogger aan de andere kant van mijn nogal kleine gezichtsveld. Kale loofbomen maar ook veel dennenbomen waardoor er tussen de sneeuw en in het weinige licht dat er nog rest wat groen doorschemert. En af en toe een graf. Het is tenslotte een begraafplaats. Ik lees op een informatiebordje dat dit kerkhof ook de Gedenkstätte der Sozialisten wordt genoemd. Het kreeg die functie pas na 1900, met de begrafenis van Wilhelm Liebknecht, de oprichter van de SPD. Dit kerkhof werd de laatste rustplaats voor o.a. Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg,  mede-stichters van de Duitse communistische partij.

De Berlijnse muur zorgde ervoor dat dit bijna 30 hectaren groot park, in Oost-Berlijns grondgebied terechtkwam. Voortaan werden de Oostduitse politieke leiders hier begraven.

Groot was mijn verbazing toen ik de naam Ludwig Mies van der Rohe vermeld zag. Deze latere Bauhaus directeur ontwierp in 1926 een immense rood bakstenen monument ter ere van de Revolutie. De Nazis hebben het een paar jaar later vernietigd en het werd pas in 1951 vervangen door de “Gedenkstätte der Sozialisten” . (In Vlaanderen zouden we dit waarschijnlijk het Sossenkerkhof noemen 🙂

Het huidige monument bestaat uit een obelisk omgeven door een muur waarin grafstenen en urnes zijn gemetseld. Niet minder dan 10 voormalige socialistische leiders liggen hier begraven. En op de muur staan 327 namen van mensen die hun leven gaven in de strijd tegen het fascisme tussen 1933 en 1945. De tekst op  de centrale obelisk van het monument is hartverscheurend “Die Toten mahnen uns”, geen vertaling nodig denk ik.  Het is een emotionele uppercut, zeker in het licht van alle oorlogen en de recente schietpartijen op scholen. In Berlijn hangt een ongelooflijke positieve energie, maar je wordt er ook om de haverklap geconfronteerd met haar zware oorlogsverleden en alle lijden dat daar bij hoort. Ik wandel verder door het park, bekijk de namen op de graven. Mijn hond vindt het allemaal wel spannend en houdt vooral van de geuren van de soortgenoten en eekhoorntjes.

Er liggen hier veel kunstenaars begraven, zo ook  een aantal schrijvers waaronder Paul Wiens en Ludwig Renn. Maar het is vooral de naam van Käthe Kollwitz die mijn aandacht trekt. Kollwitz is één van die kunstenaars wiens werk me ontzettend ontroert. Meer over het fascinerende leven van Kollwitz in één van mijn volgende blogposts.

Het is hier van een verstilde schoonheid. En op hondenwandelafstand van mijn woning.

Belgians in Bombay

Het is heel stil geweest aan het Berlijnse front. Dat was voornamelijk omdat ik in Bombay zat. En in een paar andere steden.
Ik ben thuisgekomen met 2 reportages: eentje over het opstarten van een nieuwe yogalijn en een andere over straathonden in Bombay.
Maar die horen dus niet thuis op deze blog. (de reportages bedoel ik 🙂
Je zal ze binnenkort waarschijnlijk wel ergens kunnen lezen, ik hou jullie op de hoogte.
Hier toch een paar foto impressies. Hopelijk vinden jullie het een beetje leuk.
Tot heel gauw met meer nieuws over Berlijn!
Nathalie

New Delhi

New Delhi

Golden Tempel in Amritsar

Golden Tempel in Amritsar

Amritsar, kitchen of the Golden Temple

Amritsar, kitchen of the Golden Temple

Amritsar

Strong character

Strong character

Boy

Boy

Bombay on a Sunday

Bombay on a Sunday

Dogs do laugh!

Dogs do laugh!

"Follow

Monkeys in Matura

Monkeys in Matura

 Matura

Matura

Belgian goes Bananas @ the Boros Bunker

Belgian goes Bananas @ the Boros Bunker

Christian Boros is een steenrijke zakenman en grote kunstverzamelaar die deze voormalige nazibunker heeft gekocht ergens begin jaren 2000. De bunker werd in 1942 door dwangarbeiders gebouwd en werd vervolgens  door het Rode Leger gebruikt om haar krijgsgevangenen in te huizen. Hierna werd het een textielpakhuis en in de jaren vijftig een pakhuis voor exotische vruchten, wat hem de bijnaam Banana Bunker gaf 🙂 De BB werd in de jaren negentig een zeer fameuze technoclub in de geweldige clubscene die Berlijn kende na de val van de muur. Het was gekend als de hardste club in de wereld.

De 5 verdiepingen tellende bunker bevindt zich op een steenworp van de Reichstag . De verbouwingen, door architectenbureau Realarchitectur,  hebben maar liefst 5 jaar geduurd. Er moest dan ook o.a. 750 m3 beton uit gehaald worden. Plafonds werden verwijderd, andere bijgezet. Er werd ook een penthouse bijgebouwd waar de familie Boros nu woont. De rest van de bunker, 5 verdiepingen dus , werd een veilige toevluchtshaven voor moderne kunst. Verre van de oorlogshorror waar het door metersdikke muren en strenge architectuur en zijn geschiedenis constant aan doet herinneren. En iedereen die ooit in de jaren ’80 en ’90 een stap in een club heeft gezet, kan zich zonder enige moeite voorstellen hoe de decadente feestjes er hier hebben uitgezien. Je kan zelfs nog zien waar de dark room was.

Photo by Wolfgang Stahr

Maar dat is allemaal geschiedenis. Nu is het er vredig en schoon. En misschien iets te clean zelfs, maar dat is detailkritiek. In 2008 werd de eerste collectie tentoongesteld aan het publiek. Maar liefst 120 000 mensen kwamen erop af. Op het moment dat ik dit schrijf, oktober 2012 is de hele collectie veranderd en kan men terug, op afspraak weliswaar, de bunker bezichtigen. De penthouse kan je helaas niét bezoeken.

Het is even zoeken naar de ingang van deze kolos maar binnen word je opgewacht door een stel zeer vriendelijke kunstgeschiedenisstudenten. Eén van hen, Vincent, zal ons rondleiden. We hebben recht op een heerlijke koffie en kunnen dan meteen van start.

De collectie bevat werk van de jaren negentig van de vorige week tot heel recente aankopen. Al het werk werd gecreëerd in Berlijn. En dat is waar ze volgens de verzamelaars thuishoren.

Op de benedenverdieping vind je werk van Tomas Saraceno, vorig jaar ook al te gast in het Hamburger Bahnhof Museum. Zijn installatie lijkt op een gigantisch spinnenweb en ziet er op het eerste zicht wat goedkoop uit. Maar, en zeker als je ernaar kijkt vanuit de tweede verdieping, is het mooi, fragiel en stelt het de vraag hoe je een ruimte kan indelen op een niet alledaagse manier. Het is intens poëtisch en ik zou graag wat grotere installaties van hem zien.

Vervolgens val je bijna letterlijk over een werk van de Poolse zeer jonge kunstenares Alicja Kwade waarvan zeker een vijftal installaties te zien zijn, het ene al interessanter dan het andere. Haar perceptie op de werkelijkheid is zeer boeiend. Op het eerste gezicht erg koud. Ee werkt namelijk vaak met koper, neon, glas… Maar ze heeft een heel heldere en originele kijk op de realiteit. Neem nu die ordinaire straatkiezels die ze liet polieren door een diamantslijper. Leuk toch? Het is toch ook eenvoudigweg arbitrair dat de wereld goud heeft gekozen als symbool van rijkdom?

Hetzelfde geldt voor de goudstaven die eigenlijk kolen zijn, omhuld door goudblaadjes.

Heel mooi was het werk van Ai Wei Wei, aangekocht 1 dag voor hij door de Chineze authoriteiten werd aangehouden. Het is een 6 meter hoge boom, gemaakt uit allerhande stukken dood hout en terug aan elkaar gezet. Het ziet er levend uit, maar is dus wel degelijk dood.

Het tegengestelde van de boom van  Michael Sailstorfer. Letterlijk dan: de levende boom hangt en staat niet meer.

Het is het werk dat het meeste indruk op mij heeft gemaakt, want het is zo intriest. Zo levend en zo hard. Er wordt een boom omgehakt en omgekeerd aan een installatie gehangen. Hij draait constant en creëert op de vloer een patroon van blaadjes en boomsappen. Het is tegelijkertijd van immense schoonheid en van enorme pijn. Want hoe je het ook draait of keert: die boom is een levend iets. En hij wordt opgeofferd in naam van de kunst.

Je kan hier “Forest” bekijken, eenzelfde installatie maar dan groter en in de Berlinische Galerie.

Een andere kunstenaar die me wist te ontroeren was de in Vietnam geboren maar in Denemarken opgegroeide Danh Vo. Zijn Last letter of Saint Théophane Vénard to his father before he was decapitated copied by Phung Vo, 1861/2009 is zéér pakkend. Het is brief van een missionaris die in Vietnam werd opgepakt. Hij schrijft nog een brief naar zijn vader, een paar uren voor hij wordt onthoofd. En hij doet dat op zulke serene wijze, dat het je bij je nekvel pakt (no pun intented). Vénard was duidelijk geen veinard *

Een aantal werken lieten me dan weer steenkoud, maar dat is een kwestie van perceptie. En gelukkig maar.

Erg koud maar zeer goed zijn de installaties van het kunstenaarskoppel Awst & Walther die het gebouw zelf gebruikt hebben om hun zegje te doen over de (on)mogelijkheid van communicatie.

Wat opvalt is het grote aantal vrouwelijke kunstenaars, het is een tendens die in de kunst zeer opvallend is en die ik uiteraard alleen maar toejuig.

Voor iemand zoals ik die graag haar (toch wel) conservatieve ideëen over kunst regelmatig wil bijstellen, is dit bezoek echt een aanrader. Je herkent ook erg goed de hand van de verzamelaar in kwestie.

Voor het geval je je afvraagt waarom je nu de hele tentoonstelling lang popcorn ruikt: niet bang zijn, er scheelt heus niks aan je reukvermogen.

Wat?: Sammlung Boros

3000 m2 hedendaagse kunst

Waar?: Hartje Berlijn

Hoe reserveren?: http://www.sammlung-boros.de/besuch.html?L=1.

Doe het snel, want het is heel snel uitverkocht. Boek zeker 2 maand op voorhand! En kom op tijd.

Wat kost dat?: anderhalf uur en 10 euro per persoon.

Wie?: werken van volgende kunstenaars, meestal installaties: Ai Weiwei, Awst & Walther, Dirk Bell, Cosima von Bonin, Marieta Chirulescu, Thea Djordjadze, Olafur Eliasson, Alicja Kwade, Klara Lidén, Florian Meisenberg, Roman Ondák, Stephen G. Rhodes, Thomas Ruff, Michael Sailstorfer, Tomás Saraceno, Thomas Scheibitz, Wolfgang Tillmans, Rirkrit Tiravanija, Danh Vo, Cerith Wyn Evans en Thomas Zipp.

*Veinard: Frans voor gelukzak

 

Coldheads

Radiohead Berlin 2012

Radiohead Berlin 2012

 

Dag Van de Duitse Eénheid

Het is vandaag 3 oktober en het economisch leven staat hier in Duitsland heel even stil. Het is immers de Tag der Deutsche Einheit, en dat is een officiële vrije dag. Terecht denk ik.

Maar hé, laat ik het nu net niet daarover willen hebben. Flauw grapje, ‘k weet het.

Sinds we in Berlijn zijn komen wonen, zo’n 2 maanden geleden, heeft het ongeveer 3 dagen geregend. Meestal schijnt de zon en vandaag 3 oktober is het zo’n 20°C en is het weer van dat. Net als gisteren. En eergisteren.

Zowat al onze vrienden bekeken ons meewarig toen we ze vorig jaar vertelden dat we gingen verhuizen. Van het warme Zuiden naar het koude Noorden. Wat zij niet weten is dat het warme Zuiden  helemaal niet zo warm is en het koude Noorden  helemaal niet zo koud. Laat jullie vooral niks anders wijsmaken.

Radiohead

Afbeelding

Foto: Lastfm.

Zondagavond 30 september concerteerde de Britse band Radiohead op de Kindl Buhne.  Radiohead heeft bijna 10 miljoen fans op Facebook. Dat moet je verdienen. En dat ze het verdienen heb ik nu, rijkelijk laat, ik geef het grif toe, wel begrepen.

Hier in Berlijn zit in de prijs van de tickets meestal de prijs van het openbaar vervoer inbegrepen. En zo hoort het ook. Twee haltes met de metro, een halfuurtje tram, 5 minuutjes stappen door de Wuhlheide en we staan voor Kindl Buhne. Een arena met plaats voor 17 000 toeschouwers. Radiohead stond hier gisteren ook al op de planken. Beide concerten waren uitverkocht. En beide concerten waren eigenlijk voorzien begin juli maar een ongeval waarbij een roadie het leven liet heeft hen de Europese tournee verplicht uitgesteld.

De sfeer in de arena zit erin. Gemoedelijk. Berlijns. Internationaal. Drank en knabbels wel ontzettend duur naar Berlijnse normen. Wat ook opvalt, is de puike organisatie. Na 7 jaar Zuid-Europa doet dat iets met een mens :-).

Eerste helft is voor het Canadese Caribou. Het publiek is gematigd gewillig maar ik ben niet overtuigd. Een paar sterke nummers en een beat die staat als een huis maar ik miste een echt hoogtepunt.

Of lag dat aan het feit dat de groep door het Radiohead-management volgens sommige journalisten werd verplicht om maar op 70% van haar geluidscapaciteit te spelen?

Dan héél lang wachten op RH. De zon gaat onder. En een heldere maan komt op. En het wordt kouder.

En dan even warmer. Want Thom Yorke komt op. Klein en fijn en met nieuw kapsel (in casu: staartje).

Radiohead Berlin 2012

Radiohead Berlin 2012

Mijn Radiohead kennis reikt niet veel verder dan Paranoid Android, OK Computer en 2 nummers in het coverbandje waar ik ooit in zong. Ik denk dat ik deze kunstenaars (want dat zijn ze eigenlijk) te vergaand vond, te diep, te confronterend misschien. Het is een gevoel dat ik ook had met Joy Division. En met Jacques Brel.

Maar Radiohead is wél één van de bands die ik wou zien, voor ook ik naar de eeuwige jachtvelden moet vertrekken.
Het podium is bezaaid met kleine camera’s. En de hemel boven het podium is bezaaid met grote LED-vierkanten. Noblesse oblige; Radiohead is altijd heel eigentijds geweest en dat blijkt ook uit hun voorliefde voor het internet en moderne technologiën. Thom Yorke is in grote vorm. Hij praat zelfs met het publiek, dat is waarschijnlijk nog maar zelden gebeurd. Hij legt uit dat het gisteren laat was geweest. Het bleek dat hij samen met Dan Snaith van Caribou een DJ-set had gespeeld in een Berlijnse club. Wat ook meteen een uitleg is voor zijn constante opmerkingen over de kou. Had hij maar wat meer geslapen, dan had hij er niet zoveel last van gehad, haha.

Eerste nummer is “Lotus Flower” en het zet meteen de toon voor de rest van de set.

Op een gegeven moment zie ik wat strubbelingen in de voorste gelederen. Het wordt al snel duidelijk wat er aan de hand is: “About the security guys telling you not to film the concert: that’s BULLSHIT. Of course you can film us, as far as I’m concerned.” Compleet met opgestoken middenvinger. Het moet gezegd: Yorke blijft zijn principes trouw.

Hij is overigens een ontzettend goeie zanger en ik heb eigenlijk nu pas door wat voor een veelzijdige band RH wel is.

Coldheads

En het wordt effectief kouder. Yorke danst zichzelf op zijn manier warm en is zelfs in voor grapjes. Zo vraagt ie aan de (kale) drummers of ze het niet te koud hebben. “Haha, they are Coldhead”. En wanneer één van hen veel te snel inzet, wordt er zowaar wat gedold op het podium en eventjes krijgen we een heus bossa-ritmetje.

Eén van de hoogtepunten vond ik “Ful Stop”. Maar oordeel zelf en klik hier.

Enne, ook niet onbelangrijk hier: het belang van een basgitaar beste mensen. Eén van de mooiste en meest ongewaardeerde instrumenten.  Zij stond luid, héél luid.

It is so fucking cold. Grab something besides you. A human being for instance.”

Brrrrr this is the coldest gig I ever played in my life!”. Yorke heeft altijd gelijk.

Want het wordt nog kouder, en vochtiger. Ik schat zo’n 3°-5°C. Onze eerste echte confrontatie met Berlijnse septembernachten.

Maar deze kerels spelen de sterren uit de heldere hemel.

Een bevriend jazzgitarist vindt dit alles muzikaal gezien maar niks. Hij heeft het duidelijk  niet begrepen.

Oh en moest muziek je geen bal interesseren, dan kan je nog altijd gratis en voor niks naar het geweldige Duits Historisch Museum.

Geschreven op 3 oktober en door technologische beslommeringen (met veel dank aan 1 und 1 voor hun zeer klantonvriendelijke en onbestaande service) pas gepubliceerd op 5 oktober.

Berlin Art Week. Part 2.

Emilio Rangel

Zoals beloofd: hierbij een foto van Rangel’s crazy creatures:

Maar helaas, geen tijd om hier verder bij stil te staan. Dat gebeurt thuis wel, in de stilte van het internet.

ABC

Manlief vertrekt ’s anderendaags naar de “echte” art fair, de “abc art berlin contemporary” in de Luckenwalder Strasse.

126 galerijen uit 19 landen. Met naar verluidt een veel groter arty farty gehalte dan de Preview.

Zoals ik al eerder zei: je moet een keuze maken uit de honderden activiteiten die er dagelijks plaatshebben in Berlijn. En als moeder is je keuze al een pak beperkter. Dat is absoluut niet erg, maar het vraagt uiteraard een andere invalshoek.

Lange Nacht der Bilder

Zo besluiten we op zaterdag samen met de kleinste naar de “Lange Nacht der Bilder” in Lichtenberg te gaan. Het kunstenaarshuis HB55 in de nabijgelegen Herzbergstrasse houdt een soort van opendeurdag  en we willen eens weten wat daar allemaal huist. Kunstenaarshuizen heb je wel meer in Berlijn. Dat zijn oude brouwerijen of fabrieken waarin kunstenaars huizen of op zijn minst hun atelier hebben. Ze ontstaan meestal in de goedkopere buurten van Berlijn. Nadat de artiesten zich er hebben gevestigd, volgen de hippe cafeetjes, winkeltjes enz. en is het hek van de dam. De arme buurt wordt hip en de prijzen stijgen. Waardoor er weer gezocht moet worden naar andere buurten en het hele proces kan opnieuw beginnen.

Volgens een artikel dat ik recent heb gelezen zouden er zelfs een soort buitenwijken ontstaan, waar diegenen die echt uit de boot vallen door de prijsstijgingen in de stad, hun toevlucht moeten gaan zoeken. Dat is een fenomeen dat Berlijn nog niet kende, tenminste niet op zo grote schaal. Het is nog niet echt vergelijkbaar met de Parijse banlieus, maar het zijn wel echte kruitvaten en er moet dus absoluut een halt aan toegeworpen worden. Maar het Berlijnse stadsbestuur doet weinig of niks aan het probleem. Maar ik wijk af.

Lichtenberg is zo’n stadsdeel dat verre van hip is, maar waar eventueel zo’n nieuwe scène kan ontstaan rond zo’n kunstenaarshuis bijvoorbeeld. Echt voorspellen kan je zoiets nooit. Ik zou alleszins al blij zijn met een hip cafeetje in mijn buurt, zodat ik ’s morgens, bij het uitlaten van de honden, de dag kan beginnen met een krant en een koffie.

Er is geen koffie op de vernissage van de groepstentoonstelling in HB 55, wel Sekt en de onvermijdelijke curryworst.

Wat ik gezien heb, brak nu niet direct potten maar ik heb wel  geweldige houten structuren ontdekt, gemaakt van oa. oude Berlijnse treinbielzen. We hebben ook de kans gehad om een (klein)aantal ateliers te bezoeken. Sommige zijn geweldig, andere dan weer iets te klein voor Dominique die toch grote werken maakt. Maar hij is niet overtuigd. Uiteindelijk is de huurprijs toch zo’n 10 euro per m2 en thuis hebben we ruimte zat.

Verderop in diezelfde straat, staat een nieuw collectief op: de oude gieterij . En onze drumleraar geeft les in een ander gebouw, ook al in diezelfde straat. In dat gebouw repeteren niet minder dan 200 groepen! Niet te verwonderen, want waar in Berlijn vind je nog een repetitiekot voor 200 euro per maand? ?Met Lichtenberg als typisch Oost-Duits stadsdeel, zijn er na het vallen van de muur in 1989 enorm veel fabrieksgebouwen gesloten. Deze staan dus al meer dan 20 jaar leeg. Het wordt dus tijd dat ze een nieuwe, en dan nog het liefst typisch Berlijnse (ttz.creatieve) bestemming krijgen.

In het programmaboekje ontdek ik dat op ons “Hof” een kunstenaar woont. Een zekere Christian Awe, een naam die ik al een paar keer in het straatbeeld was tegengekomen.

Ook bij hem is het “open atelier” en ik kan mijn gezin overtuigen om even langs te gaan. Awe is een graffiti artiest en staat mijlen verwijderd van D.’s kunst. Maar zodra we zijn dakappartement betreden, beseffen we dat we hier niet met een broekie te maken hebben. Dit is een rasartiest, afgestudeerd aan de Universiteit der Kunsten in Berlijn, onder het welziend oog van niemand minder dan Baselitz en Daniel Richter. Echte street attitude ook. Zijn appartement/atelier is lichtelijk fantastisch. Op het terras staan Afrikaanse (aaaaah wat goed, eindelijk terug Frans te kunnen spreken!) muzikanten te …euh…musiceren. En het uitzicht over Berlijn is grandioos. Eten en drinken zijn meer dan aanwezig, het gezelschap sympathiek en Christian zelf een zeer aangename kerel en zo op het eerste zicht een open boek. Het is pas in zijn atelier dat we een idee krijgen van zijn kunnen. Honderden spuitflessen staan netjes gerangschikt en de paar werken die we hebben mogen aanschouwen zijn veelbelovend. Eén triptiek was zelfs indrukwekkend, een bijwoord dat ik niet snel zou gebruiken bij het aanschouwen van abstracte kunst.

Awe werkt al meer dan 3 maanden aan de beschildering van één van die typische Oostduitse gevels in de Frankfurter Allée Lichtenberg. 500 m2!

Howoge building on the Frankfurter Allée in Lichtenberg. Art by Christian Awe. Photo by Nathalie.

Een titanenwerk, zelfs al heeft ie 5 assistenten én werkt hij 7 dagen op 7. De hele buurt wordt hiervoor aangesproken. En die is heel enthousiast, getuige de meer dan 1000 kinderen die al hebben meegedaan aan de (gratis) workshop op vrijdagnamiddag.

Lichtenberg wil een openluchtmuseum worden en zijn Oostduitse plattenbau gebruiken als platform voor innovatieve kunstenaars. Christian Awe is de eerste, maar liefst  4 andere projecten zijn nu al goedgekeurd.

Even, heel even maar, droom ik van één van D. “Paradise People” op zo’n gevel.

Hoewel we van plan waren nog wat andere ateliers te gaan bezichtigen, eindigt de avond al dansend aan de voet van de muurschildering, ergens op de Frankfurter Allée.

Berlin Art Week. Part one.

Art in Berlin

Tempelhofer Airport

Wonen in Berlijn is als leven in een delicatessenwinkel. Of, maar dat is heel persoonlijk natuurlijk, een boekenwinkel. Je ziet allerlei heerlijkheden of gewéldige boeken staan, enkele – wel vele eigenlijk- walgelijke ook, in alle mogelijke prijsklassen. Je hebt zin in 56 verschillende dingen. Maar je weet dat je redelijk moet zijn. Soms ga je naar buiten en heb je niets gekocht, het aanbod was te overweldigend. Maar vaker is het dat je buitenkomt met tassen vol heerlijkheden, waarvan de voorpret, het ruiken, voelen, bekijken, bijna even lekker is als het echte consumeren.
Zo is het deze week bijvoorbeeld Berlin Art Week. Het is de eerste keer dat deze hedendaagse kunstweek wordt georganiseerd. Het is eigenlijk een samengaan van verschillende Art Fairs (m.n. Preview Berlin Art Fair en ABC art berlin contemporary) en enkele gekende instituties zoals het Haus der Kulturen der Welt of het Hamburger Bahnhof.

Blauwe luchten, andere werkelijkheden
D. en ik beginnen de week met een bezoek aan enkele galerijen in de Auguststrasse. Onze favoriete galerij Eigen+Art is dicht, maar ze hebben wel een bijgebouw boven de oude Joodse school in dezelfde straat. In dat Eigen+ Art Lab is er werk te zien van de Franse kunstenaar Marc Desgrandchamps. Zijn “Palindromen” hebben geen titel maar zijn van een verstilde schoonheid. Zijn blauwe luchten herken ik maar al te goed. Het is het blauw dat ik net heb ingeruild voor de meer melkwit-blauwe luchten van Berlijn. Mensen op het strand, slippers in de hand, doorzichtigheid, luchtigheid, illusoir realisme. Ik kijk naar zijn werken met een zweem van nostalgie. Maar zonder spijt.
Diezelfde oude Joodse school is nog niet zo lang geleden gerestaureerd. Buiten een drietal galerijen, herbergt het gebouw ook een poepsjiek kosjer restaurant en een bar. We kunnen het prachtige gebouw niet verlaten zonder in de typisch New Yorkse bar een cappucino te drinken. En horen er nogal wat Amerikaanse klanken. Buiten schijnt de zon en de lucht is amper minder blauw dan op een Desgrandchamps.

Tempelhof

Art in Berlin in Hangar 2

Preview Berlin Art Fair Hangar 2

Art Week is nu wel echt begonnen en ’s anderendaags bezoeken we Preview Berlin in het fantastische Tempelhofer Airport. Hangar 2 is voor de gelegenheid veranderd in een arty fair met vooral Berlijnse galerijen die hopen op een grotere afzetmarkt. Vergeet niet dat Berlijn heel arm is en dat kunst vooral door niet Berlijners wordt gekocht. Maar het is wel in Berlijn dat de creatieve scene overheerst. Berlijn is het aan zichzelf verplicht om zulke kunstbeurzen organiseren.
De Preview Academy wil een innovatief platform aanbrengen dat nieuwe perspectieven geeft aan jonge Duitse kunstenaars. Zo staat het tenminste in het programmaboekje.
Ik weet niet of ze in dat opzicht zijn geslaagd. Wat ik heb gezien was nogal klassiek. En buiten die ene kerel die rondliep met een masker en een penis ipv een neus, vond ik het allemaal nogal braaf. Braaf betekent niet slecht, begrijp me niet verkeerd. Wat ik heb gezien van studenten van de Berlijnse kunstscholen was veelbelovend.
Als ik twee favorieten mag kiezen, dan graag deze: Galerij Kleindienst uit Leipzig en het Mexicaanse Terreno Baldio.
Leipzig, een leuke stad op een flinke boogscheut van Berlijn, heeft een ongelooflijke kunstacademie. Het lijkt wel of ze er goeie kunstenaars baren. Daar is Neo Rauch niet vreemd aan.  Galerij Kleindienst stelt heerlijke bescheiden vals naiëve werken van de vrouw van Neo Rauch , Rosa Loy, tentoon, alsook nieuw werk van Tilo Baumgärtel en Julius Hofmann.
Wat geweldig is in Berlijn, is dat het arty farty gehalte hier zo ….hoe zou ik het zeggen…toegankelijk is. Waarmee ik bedoel dat het respect voor zowel kunstenaar als bezoeker zeer groot blijft, hoe goed de artiest ook is (of niet) en hoe rijk (of niet) de liefhebber. We staan hier heel ver verwijderd van het snobisme dat vaak schering en inslag is in de kunstwereld. Ik trek mijn stoute schoenen aan en vraag naar de prijzen van een werkje op A4 formaat van Tilo Baumgärtel, maar het kost al 1900 Euro en dat kan ik me niet direct veroorloven. En het probleem met kunst is dat je niet kan zeggen dat je het ooit wél zal aanschaffen want voor je weet kan het werk waar je zo op flasht helemaal onbetaalbaar zijn.
De Mexicaanse galerij is helemaal anders, zo verschrikkelijk anders, maar zo verschrikkelijk leuk. De maskers van Hector Velasquez zijn magnifiek.  En de Family Tree I van de jonge artiest Emilio Rangel, een reeks dier/mens/monster figuren gemaakt uit epoxy and klei is naar mijn bescheiden mening uitgesproken goed. Het is een werk dat bestaat uit 800 (!) wezens, allen ontsproten uit een soort Adam en Eva. Geweldig en héél actueel.
Maar oordeel zelf… in mijn volgende blogpost Berlin Art Week part 2 ☺

Lange Nacht der Museen

Lange Nacht der Museen

Twee keer per jaar is het weer zover. Tijd voor een stevige portie museumcultuur.Want 2 keer per jaar zijn een flink aantal Berlijnse musea (110 dit jaar om precies te zijn) open tot 2 uur ’s nachts.

Voor max. 18 Euro kan je ze allemaal bezoeken. Wat onmogelijk is uiteraard. 110 musea + alle randanimatie is een beetje te veel van het goede. Het programmaboekje alleen al telt meer dan 200 blz.

Dit jaar is het bovendien wel een hele speciale lange nacht  want Berlijn is jarig. De stad is 775 jaar jong.  Nu dat is meer een reden om te feesten dan een belangrijk geschiedkundig feit maar het is wél zo dat er op een oorkonde uit 1237 de naam Berlijn voor het eerst voorkwam, samen met de naam van zijn zusterstad Cölln. De graven Johan I en Otto III zouden de stad Berlijn-Cölln hebben gesticht.

Trouwens, in 1987 vierde Berlijn zijn 750ste verjaardag. En de stad zal zeker zijn 800ste verjaardag vieren. Want feesten, daar staat Berlijn wel voor bekend.

We besluiten met het hele gezin deel te nemen. Maar hoe krijg je 4 verschillende persoonlijkheden waaronder een kind van 9 en een meisje van 17 zo ver dat ze geïnteresseerd zijn in dezelfde musea?

Heel simpel, je begint met de jongste. En bij één van de dichtstbijzijnde musea. Makkelijk zat: dat is het Computerspelmuseum op de Karl Marx Allée. Dat is mazzel hebben, want E. is een nerd en dit museum is voor hem een soort Walhalla ! We betalen aan de ingang 42 euro voor ons vieren. Daar zijn niet alleen de toegangstickets maar ook de speciale concerten en evenementen en ook het openbaar vervoer mee inbegrepen. Ook zijn er zes speciale busroutes in het leven geroepen. Het lijkt veel geld maar als je weet dat de meeste musea zo’n 8 euro kosten en een tramkaartje 2,40 euro dan haal je dat er echt wel uit. En de gezellige sfeer krijg je er dan ook nog bij.Afbeelding Het Computerspielmuseum in Friedrichshain is alvast een schot in de roos. Lara Croft en één of andere Pokémon wachten ons op aan de ingang en binnenin verdwalen de kinderen in computergeschiedenis. Ik haal de nostalg in mij boven en kan lekker op de Atari pok pok spelen (weet je nog wel? Dat spel met 2 streepjes en een stip die de bal moest voorstellen?). Ondertussen is vaderlief alvast een koffie gaan drinken in het Sybille Cafe even verderop op dezelfde Allée. De service is niet erg snel, zoals zo vaak in Berlijn, maar het heeft iets weg van een Parijs ‘Grand Café’. Het is gevestigd in een “Arbeiterpaläst” en bestaat al sinds de jaren vijftig. Momenteel loop er een  interessante semi-permanente tentoonstelling over de bewogen geschiedenis van de Karl-Marx-Allee vanaf de jaren veertig van vorige eeuw.

Het kan de kinderen heel wat minder boeien.

Speciaal voor de Lange Nacht openen zij hun dak om vanaf daar een prachtig zicht over Berlijn te genieten. Maar daarvoor moeten we nog een half uur wachten en we besluiten om naar de Humboldt Box te gaan waar je boven ook van een geweldig uitzicht over de stad geniet.

Je moet een paar trappen op, en het redelijk smaakloze “ik was hip in de jaren negentig en een stuk van de jaren 2000”restaurant door, maar je geniet er wél van een fenomenaal uitzicht. De Humboldt Box is een controversieel project dat zichzelf voorstelt als “the showcase for a future project”. Dat nieuwe project zou het Humboldt Forum worden. Het is fantastisch gelegen, hartje Berlijn, op het Museum Eiland. Voor je helemaal boven bent, passeer je een resem tentoonstellingen waarvan ik eerlijk gezegd door de bomen het bos niet meer zie. De ruimtes zijn ongetwijfeld zeer knap, maar wat een chaos! Er is een deel Berlijnse geschiedenis, twee verdiepingen bevatten een deel van het Museum voor Etnologie. Het is niet oninteressant en bovendien mooi vormgegeven, maar ik zie weinig visie.

Op het Schlossplein, op de plaats van het toekomstige Humboldt Forum, is er een plan van Berlijn getekend. Op schaal 1:775. Met heel wat wetenswaardigheden rond migratie in de stad. Danseressen dwarrelen op verschillende plaatsen rond en verwoorden al dansend het migratiegevoel. Ik heb zin om mee te dansen.Afbeelding

Aan de rand van het gebeuren staat een standje waar je voor een paar euro’s gemasseerd kan worden. Ook dat is typisch Berlijns.

Jammer genoeg kan men niet leven van cultuur alleen en de honger begint te knagen. Het is 22h00. Niet ongewoon dus. Het is nog steeds extreem zacht en we nestelen ons op een terrasje in één van de vele restaurantjes aan de Spree met zicht op het Pergamonmuseum.

De pizza’s zijn correct en zelfs op deze uiterst toeristische plaats meer dan betaalbaar.

Er kan nog nog een museumpje af en dat wordt, hoe kan het ook anders, het DDR museum. Onze oudste vergaapt zich aan de retro interieurs en afschuwelijke kleren en de jongste vindt het interactieve aspect van dit museum wel leuk. Je mag immers heel veel laatjes openen en sluiten en overal aan prullen. Je mag zelfs in een  Trabantje zitten en toeteren. Het museum is veel te vol en naar mijn gevoel romantiseert het die hele DDR tijd wat veel, maar ik merk dat er nu toch iets meer aandacht aan de politiek wordt besteed dan bij mijn laatste bezoek, een aantal jaren terug.

Nog één ijsje, één, en dan hop naar de Alexanderplatz. De U-bahn brengt ons terug naar huis. Dit was een testcase: volgende keer zeker opnieuw !

Partir, c’est mourir un peu

Ik las vanmorgen op De Redactie dat de VRT correspondent voor China er na 5 jaar de brui aan geeft. In afwachting van zijn boek, kan je alvast hier een aantal van zijn beweegredenen lezen. Ik heb die man weinig op TV gezien maar heb altijd graag interviews met hem gelezen.

En toen ik die ‘afscheidsbrief’ las, steeg hij alleen in mijn achting. Ergens voel ik me toch wel met hem verwant, hoewel hij een pak jonger is dan ik en een droomjob te pakken heeft. Dat heb ik tenminste altijd gevonden van het beroep van journalist. Een droomjob. Het was 25 jaar geleden één van mijn droomjobs. Ik weet nu wel beter.

Ik zou een goeie journalist geweest zijn, dat denk ik tenminste :-), maar ook een gefrustreerde. Bureaucratie, censuur, lobbying, vereenvoudiging, popularisering…het zou me de muren hebben opgejaagd. Laat me dus maar wat verder in de kantlijn ploeteren. Niemand die me hier komt lastigvallen.

Maar ik wijk af. Want ik had het over Tom Van De Weghe die China verlaat met zijn vriendin en hun 2 kinderen waarvan het tweede in China werd geboren.

Hij werd in die 5 jaar o.a. vernederd, in elkaar geklopt, en zijn assistent werd uitgescholden voor landverrader. Ook wij werden op Corsica (waar ons gezin in 2003 is gaan wonen) regelmatig geconfronteerd met geweld en intimidatie.  Natuurlijk op veel kleinere schaal, want hoeweel een deel van de Corsicanen wat graag onafhankelijk zou worden, blijft het eiland deel uitmaken van Frankrijk, tot nader order een democratische republiek. En het neemt niet weg dat ik, evenals Tom en zijn China, dat (ei)land en zijn bewoners een warm hart blijf toedragen.

Ik zie mezelf eerder als een onrustige ziel, als iemand die steeds wil bijleren, en steeds sneller, want de wereld is groot en ik word oud(er). Daarom reis ik de wereld rond. En ook, zoals het Tom het zo mooi verwoordt, om mezelf te herbronnen. En dat geldt denk ik wel, voor elk lid van ons gezin. We laven ons aan andere culturen, andere gewoontes, andere talen. Een totale immersie.  En dat is niet altijd leuk en soms heel hard, en het zorgt niet meteen voor rust, maar het zorgt wél voor een soort openheid, een soort van “out of the box kijken” die we waarschijnlijk niet zouden hebben gehad, moesten we in België zijn blijven wonen. En het zorgt inderdaad iedere keer weer voor die “frisse blik”. Ook op België.

Partir, c’est un peu mourir, mais c’est surtout beaucoup vivre.

Zo simpel kan emigreren zijn:

“Hé, zouden we eens niet naar een stad verhuizen?”

JA JA JA !” zei onze 17- jarige dochter. “JA !” (iets minder enthousiast toch)  onze 8- jarige zoon die zich al verheugde op de talrijke speeltuinen .Na 9 jaren op het Zuidfranse platteland te hebben gewoond, wilden we wel eens de energie van een stad voelen. Een stad met Cultuur.

Het Zuiden is fantastisch. Het licht, de zon die 300 dagen per jaar schijnt, de fantastische markten en de zongerijpte groenten. En dan vermeld ik nog niet eens de talrijke zomeravonden waarin we de wereld herschapen onder het genot van een goed lokaal wijntje en dito tapenade. Maar het is tijd om te veranderen.

Maar noch D.  noch ik hebben een vast inkomen . Ik verdien een beetje bij als freelance journaliste en hij is kunstenaar enverkoopt redelijk wat werken, maar je kan moeilijk spreken van een regelmatig inkomen. Dat heeft  zijn gevolgen: zo kunnen we geen huis huren in Duitsland. Berlijn is heel gewild de laatste jaren, (luister bijvoorbeeld naar Lail Arad 🙂 , er is een rush naar leuke appartementen en de keuze van een eigenaar valt steevast op iemand die kan bewijzen dat er elke maand geld op de rekening staat.

We moeten dus iets kopen. En liefst iets groots. Want we werken thuis. We zijn met zijn zessen. Met elk nogal wat behoefte aan privacy. En de hondachtigen onder ons eisen een park in de buurt.  Nu dat laatste is alvast geen probleem. Parken zijn er overal. Dat is één van die dingen die Berlijn Berlijn maken. We zoeken dus een 200m2 flat in hartje Berlijn met een groot terras en in het groen. Mmmm. Gemakkelijk gezegd dan gedaan. Want het sprookje dat Berlijn spotgoedkoop zou zijn, is wat het is: een sprookje. De tijd dat je een 300 m2 appartement kon kopen voor een appel en een ei ligt al heel lang achter ons. Maar in vergelijking met Parijs of Londen, is het nog steeds goedkoop. We moeten dus kiezen in welke stadsdeel we willen zitten. De stad is 9 keer zo groot als Parijs en elke “kieze” is anders. Sommige “kiezes” (stadsdelen) zijn zwaar gegentrificeerd (=veryuppiet) zoals Prenzlauer Berg, Mitte of Friedrichshain, andere zijn absoluut onhip en not done. En aangezien de “gentrified” delen totaal onbetaalbaar zijn geworden, willen we -noodgedwongen 🙂 -absoluut voor het onhippe gaan.

Maar het toeval wil dat de verkoop van ons huis heel slecht verloopt. De nieuwe koopsters denken dat we hen bij alles in het zak zetten. Ik ben echt nog nooit zo’n achterdochtige mensen tegengekomen. Elke lamp wordt gecontroleerd, elke anomalie (als je van anomalie kan spreken) wordt uitvergroot. En we geven iedere keer toe. Omdat we mensen graag blij maken, omdat we denken dat ze toch zo slecht niet kunnen zijn,  omdat we nu eenmaal zo zijn. Maar emotioneel was het een enorme klapper. Want elk woord van ons wordt verdraaid, elke geste wordt een geste tegen hen. Je kan het zo gek niet bedenken. Ons gezin lijdt er zwaar onder.

Ik kan dus niet wachten om naar Berlijn te vertrekken en zulke slechte ervaringen achter me laten. Maar het toeval wil dat de laatste tijd onze muziekgroep wat professioneler wordt en vooral vriendschappelijker. We geven ons eerste en enige optreden (D. drumt, ik zing) en het was heerlijk. Er worden hechte vriendschappen aangeknoopt en vooral Dominique begint zich nu echt wel thuis te voelen in ons dorp. Als kunstenaar  kan hij uiteraard overal werken. En zelfs al wil hij de polsslag van de stad voelen, het afscheid is deze keer wel erg zwaar. Zwaarder dan de verhuis van België naar Corsica of van Corsica naar het Franse vasteland.

Uiteindelijk vinden we een groot appartement op vlakbij het station van Lichtenberg. Lichtenberg zal het dus worden. Gekend voor zijn plattenbau,  het grote aantal Russen, Vietnamezen en neo-nazis. Dat zijn tenminste de ideëen die erover de ronde doen. Stereotypes die mensen in het leven hebben geroepen. Maar ik ben koppig. En ik hou ervan om een vreemde luis in de pels te zijn. Dus wordt Lichtenberg ons nieuwe thuis. Oost Berlijn. Ons Berlijn. Op een steenworp van Alexanderplatz. Spannend toch?